Verkiezingsprogramma's gemeenteraadsverkiezingen Oldebroek 2014-2018

Hier kunt u de verschillende verkiezingsprogramma's in één document bekijken en doorzoeken. U kunt bij het doorzoeken aan het achtergrondlogo zien in welk programma u bent.
Zoeken kunt u door Ctrl+F in te drukken en vervolgens het zoekwoord deels of helemaal in te typen, vervolgens springt u met Enter door de gevonden resultaten.

Inhoud
1. Verkiezingsprogramma van de ChristenUnie
2. Verkiezingsprogramma van de SGP
3. Verkiezingsprogramma van de CDA
4. Verkiezingsprogramma van de ABO
5. Verkiezingsprogramma van de PvdA
6. Verkiezingsprogramma van de VVD

Verkiezingsprogramma Christen Unie Oldebroek 2014-2018

Geloof in onze samenleving

Samen leven, wonen en werken

Inleiding 

Samen leven 

  1. Trends en ontwikkelingen 
  2. De Visie van de ChristenUnie 
  3. Actiepunten 

Samen wonen 

  1. Trends en ontwikkelingen 
  2. De Visie van de ChristenUnie 
  3. Actiepunten 

Samen werken 

  1. Trends en ontwikkelingen 
  2. De Visie van de ChristenUnie 
  3. Actiepunten 

Slot

 

1   Inleiding 

Deze verkiezingen gaan over mensen van vlees en bloed. Over onze ouders, onze kinderen, onze buren, over de leerkracht in de school om de hoek, de verpleegkundige en de dokter in onze gemeente, over onze werkgever en over onze werknemers. Ze gaan over onszelf, onze manier van samen leven, onze manier van samen wonen en onze manier van samen werken. We zullen niet ontkennen dat we te maken hebben met economische neergang. Maar deze verkiezingen gaan over veel meer dan een financiële crisis of een vastgelopen economie!  

Wij zijn mensen. We zijn geschapen naar Gods beeld met het doel tot eer van Hem te leven en onze naaste lief te hebben als onszelf. Ons leven gaat daarom om veel meer dan geld en goed. We willen niet alleen maar een betaalbaar huis, maar verlangen vooral naar geborgenheid en veiligheid. We willen niet alleen een baan met salaris, maar vooral waardering en mogelijkheden om onze talenten te ontplooien. We willen niet alleen een overheid die op de euro let, maar vooral een samenleving waarin we ruimte krijgen, gehoord worden en zwakkeren beschermd worden. We willen geen samenleving waarin ons tot in detail verteld wordt wat we moeten denken en doen, maar willen vrijheid om zelf verantwoordelijkheid te nemen en van daaruit eigen keuzes te maken. We willen niet een wereld waarin wijzelf het goed hebben,  maar vooral een wereld waarin we omzien naar elkaar en die leefbaar blijft voor onze kinderen.

Bij het zoeken naar antwoorden wil de ChristenUnie zich laten leiden door de Bijbel, het gezaghebbende Woord van God. Geïnspireerd door dit Woord maken we politieke keuzes. De Bijbel gaat immers ook over het goede kiezen voor de samenleving. En dus ook over de politiek en over het handelen in tijden van crisis. En over het kiezen van de juiste weg daarin, die er altijd op neerkomt juist dan om te zien naar mensen om ons heen en om elkaar recht te doen. Die weg gaan, zal vaak betekenen het heel anders doen dan nu. Dat is misschien niet altijd makkelijk, maar zeker niet vreemd. Het evangelie houdt ons mensen een soms pijnlijk eerlijke spiegel voor en laat daarin zien dat we misschien minder goed zijn dan we zelf denken. En dat het roer dus om moet.

De ChristenUnie wil pal staan voor een vrije samenleving, een duurzame economie, een dienstbare en rechtvaardige overheid, de bescherming van het kwetsbare leven, zorg voor elkaar en zorg voor Gods schepping. Daarom zijn we er op elk niveau bij als er politieke knopen moeten worden doorgehakt. Zo proberen we in de praktijk te doen waar we heilig in geloven, ons hart een stem te geven. En lopen we er ook in deze tijd  niet voor weg als de crisis bestreden moet worden. Als we alles laten zoals het is, verandert er niets aan het patroon dat ons in de crisis bracht. De belofte dat alles weer wordt zoals het was, is niet alleen loos, maar is ook vragen om een nieuwe crisis.

De aanpak die de ChristenUnie wil is allereerst mensen meer gelegenheid geven verantwoordelijkheid te dragen. Wij willen kansen voor de jongeren en daarom investeren in jeugd, gezin en onderwijs. We willen de zorg van en voor elkaar in stand houden. Betrokken en betaalbaar. We willen een duurzame economie, waarin ondernemerschap en werken lonend is. We willen dat er betaalbare huizen voor starters op de woningmarkt komen. Wij willen ons inzetten voor een samenleving waarin we er niet in berusten dat mensen langs de kant blijven staan. Mensen mogen geen nummers voor een bureaucratie zijn, we moeten er weer voor elkaar zijn. Het is niet langer ieder voor zich, maar we zien om naar de ander. We beseffen dat de overheid niet alles kan, dat haar mogelijkheden beperkt zijn en dat het des te meer aankomt op zorg voor elkaar. We normeren onze vrijheid zo dat die ruimte biedt voor verschillende overtuigingen, kerken en religieuze instituties, scholen, zorginstellingen.

Deze aanpak van de ChristenUnie Oldebroek krijgt vorm  in drie hoofdthema’s:

  • Samen leven
  • Samen wonen
  • Samen werken

Deze thema’s motiveren ons als ChristenUnie om ons in te zetten voor alle mensen. Dit in het volle besef dat christenen in de politiek deel uitmaken van een beweging van christenen die ook op tal van andere plekken in de samenleving werk van hun geloof willen maken. Christenen die hun geloof niet bewaren voor de kerk of thuis, maar van daaruit de handen uit de mouwen willen steken. Die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het bestuur van onze gemeente, dienstbaar aan de samenleving. Wij houden rekening met de verschillende levensovertuigingen.

Dit willen we realiseren  door samenwerking en afstemming met andere partijen, verenigingen, organisaties, bewegingen en personen die onze doelen of actiepunten steunen.  

Doe met ons mee!

2     Samen leven

2.1   Trends en ontwikkelingen

Talloze mensen zijn actief in vrijwilligersorganisaties, sportverenigingen, kerken, zorgen door ondernemerschap voor werkgelegenheid of helpen mee in de school van hun kinderen. De ChristenUnie is een bondgenoot van die mensen. Wij voelen ons aangesproken door de Bijbelse opdracht: zet je in voor de bloei van de stad waarin je woont, want de bloei van de stad is ook jullie bloei (Jeremia 29:7).

2.2   De Visie van de ChristenUnie

Van iedere burger wordt een bijdrage aan de samenleving gevraagd naar draagkracht. Scholen, huisartsenposten, opvanginstellingen en sportvelden hebben een plek nodig in de directe leefomgeving van wie er op aangewezen zijn. De ChristenUnie wil uitgaan van de inzet door de burgers: in straten, wijken, buurten en dorpen.

De gemeente is vanaf 2015 verantwoordelijk voor het leveren van o.a. de thuiszorg en de jeugdzorg. Zij kunnen vanaf dat moment de zorgvraag van inwoners samenbrengen met andere voorzieningen als thuiszorg of vervoer. Wij verwachten dat de rol van de mantelzorger in de toekomst alleen maar belangrijker zal worden. De ChristenUnie wil dat de politiek en de samenleving daarom meer begrip tonen voor mensen die (mantel-)zorgtaken moeten of willen combineren met werk en dat dit waar nodig ook faciliteert.  Zo gaan wij voor een beleid dat sociale verbanden en instituties in de samenleving ondersteunt en versterkt, waardoor de inwoners van Oldebroek in hun kracht komen en een volwaardig bestaan hebben in onze gemeente en ook hun verantwoordelijkheid naar hun naaste kunnen oppakken.

Binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft, moet er een goed vangnet voor de zwakkeren in de samenleving aanwezig zijn. Daarbij wordt vooral gekeken naar degenen die zelf tijdelijk of langdurig niet of niet meer in staat zijn voor zichzelf te zorgen. De ouderen nemen daar een ruime plaats in, omdat deze groep toeneemt door het stijgen van de gemiddelde leeftijd. De behoefte aan mantelzorgers neemt de komende tijd steeds verder toe. Wij willen bevorderen dat zij ook voldoende mogelijkheden krijgen om die soms zware taak op zich te nemen.

Bij een andere overheid, die burgers aanspreekt op eigen verantwoordelijkheid, verdient het vrijwilligerswerk een belangrijke positie. Vrijwilligerswerk is de smeerolie van de samenleving en verdient als zodanig erkenning als een waardevolle maatschappelijke bijdrage. Zonder vrijwilligers is er voor veel sociale verbanden, zoals bijvoorbeeld sportverenigingen, buurtclubs en scholen, geen toekomst. Het belang van vrijwilligerswerk zal de komende jaren verder toenemen.

Het debat over de identiteit van Oldebroek mag gevoerd worden. Voor de ChristenUnie zijn in dat gesprek de christelijke waarden die onze cultuur mede hebben gevormd leidend. Onze fundamentele vrijheden, zoals godsdienstvrijheid en democratie, zijn van groot belang. Dat is voor de ChristenUnie geen ‘concessie’, maar een kwestie van ‘confessie’.

Gezin en familie zijn van vitaal belang voor de toekomst van de samenleving. Naar het ideaal van de ChristenUnie groeit een kind op bij de eigen vader, moeder, broer(s) en zus(sen). Dat kan niet altijd, want we leven in een gebroken wereld. Daarom heeft de ChristenUnie zowel oog voor het ‘traditionele’ gezin als  voor eenoudergezinnen en samengestelde gezinnen, omdat juist zij vaak in een meer kwetsbare positie verkeren. Kinderen die opgroeien in een gebroken gezinssituatie lopen een groter risico op psychosociale of maatschappelijke problemen. Voor deze gezinnen is een sterk sociaal netwerk en de beschikbaarheid van laagdrempelige hulpverlening en voorzieningen van groot belang. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Een uitspraak die er toe doet. Daarom willen wij dat er goede preventieve jeugdzorg wordt geboden in onze gemeente. De ChristenUnie pleit voor de menselijke maat waarbij ouders die hulp nodig hebben erkend en gerespecteerd moeten worden als ouders van hun kind.  Hulpverlening vindt in de eerste plaats vanuit het eigen gezin en omgeving. Maar ook vanuit centra voor Jeugd en Gezin, zij kunnen zo nodig andere partners inschakelen (zoals scholen, kerken en andere deskundigen).

2.3   Actiepunten

We willen dat in Oldebroek de  kracht van Samen Leven tot zijn recht komt. Dat kan als volgt:

  • Als gemeente goed luisteren naar de behoeften van de samenleving.
  • Communiceer als overheid zo concreet en gericht mogelijk.
  • Een betrokken en benaderbare gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en ambtelijk apparaat.
  • Uitgaan van de eigen kracht van het gezin, met ondersteuning als het echt niet zelfstandig lukt. Waarbij het Centrum voor Jeugd en Gezin een centrale rol speelt in de hulpverlening.
  • Het blijven bevorderen van buurtcomités, klankbordgroepen e.d.
  • Het investeren in de cultuur en de meedenkende houding van de ambtenaren naar de samenleving.
  • Initiatieven van inwoners positief te benaderen.
  • Bevorderen van clustering van accommodaties en functies.
  • Bestrijding van alcohol- en drugsmisbruik.
  • Betrek kerken, verenigingen en andere maatschappelijke organisaties bij het signaleren en zo mogelijk oplossen van maatschappelijke problemen (bijvoorbeeld alcohol- en drugsmisbruik of huiselijk geweld). Een gerichte benadering van de ouders van overlast gevende jeugd.
  • Preventie, re-integratie en nazorg krijgen een stevige verankering in de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).
  • Projecten voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers worden ondersteund.
  • Geef mantelzorgers en familieleden een belangrijker rol in de hulpverlening en faciliteer hen waar nodig.
  • Zo nodig wordt door de gemeente hulp geboden bij het opzetten van een vrijwilligersnetwerk.
  • Zorgen dat mensen naar vermogen mee kunnen doen.

3     Samen wonen

3.1   Trends en ontwikkelingen

Veiligheid en leefbaarheid zijn voorwaarden voor een bloeiende samenleving. Maar die leefbaarheid is niet vanzelfsprekend en staat soms onder druk. De overheid is een bondgenoot van de wijkbewoners. Bij het werken aan veiligheid en leefbaarheid heeft iedereen een rol. Juist burgers, winkeliers, scholen, politie en woningcorporaties dragen bij aan goede buurten. Dat zijn buurten waarin jongeren veilig naar school gaan en ruimte hebben om te spelen, waarin ouders met een gerust hart wonen, werken en winkelen en waarin ouderen echt van hun oude dag kunnen genieten.

De financiële ontwikkeling van de laatste jaren geeft veel reden tot zorgen. De burger merkt dat aan het huis dat maar niet wordt verkocht, de ondernemer aan zijn dalende omzet en de overheid aan haar huishoudboekje. Ondanks de huizenprijsdaling  is het voor starters nog altijd moeilijk een (betaalbare) woning te bemachtigen. Banken lenen minder makkelijk geld uit, koopwoningen zijn nog altijd duur en een betaalbare huurwoning is moeilijk te krijgen.

Ons hu­i­d­ige algemene wel­vaartsni­veau spreekt niet meer vanzelf en kan niet koste wat het kost verde­digd worden. De druk die het legt op de schepping, op ruimte en milieu, valt niet te rechtvaardigen tegenover de rest van de wereld en tegenover volgende generaties. We moeten onze verant­woor­delijk­heid hervinden en hernemen rond energiegebruik, mobiliteit, afval, kortom rond het beslag dat we op de milieugebruiksruimte leggen.

3.2   De Visie van de ChristenUnie

Wij mensen hebben de opdracht om als goede rentmeesters om te gaan met de schepping. Speerpunt hierin is voor ons het nalaten van een omgeving waarin het voor de generaties na ons ook leefbaar is. Het verminderen van het verbruik van de natuurlijke reserves voor energieopwekking en het inzetten van alternatieve energievoorzieningen willen wij bevorderen. Windmolens en zonnepanelen op Oldebroeks grondgebied moeten daarom mogelijk zijn als daarbij rekening wordt gehouden met de inpasbaarheid en leefbaarheid.

De grotendeels stilgevallen woningbouw is een groot probleem. Niet alleen voor werkgevers en werknemers in de bouwsector en voor de economie als geheel, maar ook omdat nieuwbouw gewoon noodzakelijk blijft. Dit probleem op nationale schaal is niet door een lokale overheid op te lossen. In reactie op de crisis in de woningbouw is er door veel betrokkenen nagedacht hoe de woningbouw weer beter, duurzamer, levensloopbestendig en meer maatschappelijk verantwoord zou kunnen functioneren. De ChristenUnie wil deze initiatieven serieus nemen en waar mogelijk in het te voeren beleid opnemen.

Wij willen voorkomen dat jongeren naar omliggende gemeenten  vertrekken, omdat hier geen betaalbare woonruimte te vinden is. Jonge gezinnen zijn goed voor de gemeenschap en voorzieningen voor onderwijs en sport kunnen daardoor in stand blijven. Extra aandacht willen wij geven aan het realiseren van woningen voor starters.

Duurzaam houdt in dat we kiezen voor kwaliteit van leven, voor ieder mens en voor de aarde, nu en in de toekomst. Dat vraagt bezinning op fundamentele waarden en op onze werkelijke behoeften. Dat geldt in het privéleven, in het bedrijfsleven en bij het vaststellen van overheidsbeleid. In het christelijk-sociale denken staan verantwoordelijk beheer van de schepping en onderlinge solidariteit centraal. De mens leeft niet voor zichzelf. Economische groei is geen doel op zich, maar een middel. Bedrijven gaan zorgvuldig om met grondstoffen en productiemiddelen, zodat er geen verspilling is en geen schade aan mens en milieu. Ook werknemers nemen daarin hun verantwoordelijkheid.

Een duurzame economie betekent ook solidariteit tussen generaties. De ChristenUnie wil onze kinderen en kleinkinderen niet opzadelen met de schulden die de afgelopen jaren zijn gemaakt. De ChristenUnie kiest daarom voor duurzame overheidsfinanciën. Niet alleen op korte,  maar ook op lange termijn.

Het ruimtelijke beleid moet ook passen bij de opdracht aan de mens om als rentmeester de aarde op een verantwoorde wijze te ontwikkelen en te beheren. Economische, ecologische en demografische ontwikkelingen maken het mogelijk en noodzakelijk om een omslag te maken. Een omslag van sloop en nieuwbouw naar hergebruik, van bebouwen van de open ruimte naar hergebruik en herstructurering van al bebouwd gebied. Kwaliteit en duurzaamheid staan daarbij voorop. Ook de noodzaak van een duurzame energievoorziening heeft een grote ruimtelijke impact.

De ChristenUnie hecht grote waarde aan natuur en landschap. Juist hier herkennen we iets van de grootsheid van Gods schepping. Een groene leefomgeving draagt aantoonbaar bij aan gezondheid en welzijn van mensen. Bovendien zorgt groen niet alleen voor een mooie leefomgeving, maar biedt het ook een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven.

3.3   Actiepunten

We willen dat Oldebroek de kracht van  Samen Wonen  tot zijn recht laat komen door:

  • Betrek buurtbewoners actief bij het werken aan leefbaarheid (bijvoorbeeld door het meedenken over de inrichting van de openbare ruimte, het beheer van groenstroken en van speeltuinen).
  • Het introduceren van budgetten voor kleinschalige projecten in de wijken.
  • De starterslening inzetten als instrument om (door)starters op de woningmarkt net dat zetje te geven om wel een woning te kunnen kopen en zo de doorstroming op de huizenmarkt te bevorderen.
  • Biedt meer ruimte voor innovatief, vraaggericht en duurzaam wonen (onder andere  door levensloopbestendige woningen, gezamenlijke wooninitiatieven (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap CPO), bouwen in eigen beheer door particulieren).
  • Minder regels en meer ruimte voor burgers en instellingen. Denk aan minder/geen welstandsregels, gemakkelijker verkrijgen van vergunningen.
  • Bevorderen ondernemerschap en innovatie.
  • Het bevorderen van een goede ontsluiting van het bedrijventerrein H20 en verbetering van de leefbaarheid in Wezep Noord door het verleggen van de afslag aan de A28.
  • Verduurzaming van de bouw, de mobiliteit en de energievoorziening.
  • Bundelen van bebouwing met behoud van open landschappen.
  • Stimuleren van hergebruik van leegstaande gebouwen bijvoorbeeld door medewerking bij bestemmingswijziging, afgifte van noodzakelijke vergunningen.
  • Biedt ruimte aan projecten of samenwerkingen voor opwekking van duurzame energie (op basis van het nieuwe Energieakkoord). Bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van daken van openbare gebouwen.
  • Het tegengaan van boren naar schaliegas op het grondgebied van de gemeente Oldebroek.
  • Duidelijke prestatie afspraken maken met woningbouwcorporaties over beschikbaarheid van voldoende goedkope huurwoningen en de gevolgen van de verkoop van goedkope woningen uit de huurvoorraad.

4     Samen werken

4.1   Trends en ontwikkelingen

De samenleving wordt in de eerste plaats gevormd door burgers, door bedrijven en andere organisaties. Samen nemen ze verantwoordelijkheid, gaan verplichtingen aan en maken de samenleving leefbaar in hun onderlinge relaties. Een samenleving kan alleen bloeien als we er vertrouwen in hebben en ons gedrag richten naar de kernwaarden waar het in de samenleving om draait. Iedereen heeft plichten jegens iedereen in de gemeenschap. Het in stand houden van de samenleving vergt inspanningen van burger en overheid, een intensieve en nauwe samenwerking.

4.2   De Visie van de ChristenUnie

Burgers moeten een beroep kunnen doen  op de overheid als hun veiligheid of bestaanszekerheid in het geding is. De overheid doet wat de burger zelf niet tot stand kan brengen en zij is daarmee noodzakelijk voor het goed functioneren van de samenleving. De ChristenUnie kiest voor een beperkte, daadkrachtige overheid, die zich opstelt als bondgenoot van burgers. Dat uit zich allereerst in het voorschrijven en handhaven van het recht. Daarnaast komt dit tot uiting in het opkomen voor kwetsbaarheid, zowel van mensen als de schepping. Dit gaat niet zover dat de overheid verplicht is tot het afdekken van alle risico’s en wensen in het leven van haar burgers. Tot slot geeft de overheid kaders voor en richting aan ontwikkeling. Daarna komt pas de rol van de overheid als beslisser en (zo nodig) afdwinger.

Omdat de overheid besluiten kan afdwingen worden er hoge eisen gesteld aan het overheidshandelen. De ChristenUnie staat voor een overheid die betrouwbaar, integer, transparant en herkenbaar is. Die zorgt voor kwaliteit en een duurzaam slagvaardig bestuur, toekomstgericht. En daarmee het vertrouwen van de burger waard is. Als goed rentmeester gaat de overheid sober en doelmatig met de publieke middelen om. De ChristenUnie gaat voor een goed benaderbare overheid, zowel met nieuwe communicatiemiddelen, als in het persoonlijk contact. De overheid neemt de burger serieus. Daarom worden burgerinitiatieven aangemoedigd.

Naast het afnemen van diensten door burgers, vraagt de overheid burgers ook zich in een vroeg stadium uit te spreken (beginspraak, interactief beleid). Een taak kan het beste uitgevoerd worden zo dicht mogelijk bij de burger. De beslissing wordt bij voorkeur genomen op de plaats waar die ook effect heeft. Dat betekent een bestuur dat aanwezig en zichtbaar is in de samenleving, en dat vaker naar de burger toekomt dan andersom. Het principe van zogenaamde keukentafelgesprekken is zowel voor bestuurders als ambtenaren een goede manier om dit vorm te geven. Op die manier kunnen ook het individuele belang en  het algemene belang het beste worden afgewogen.

Vanaf 1 jan. 2015 krijgt de gemeente direct de regie over taken op het gebied van arbeidsparticipatie. De ChristenUnie in Oldebroek streeft naar een gemeente waar de inwoners verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en dus ook hun eigen inkomen. Als daar ondersteuning bij nodig is, moet die door de juiste instantie geleverd worden. In uiterste gevallen is die ondersteuning ook financieel van aard. Maar het verdienen van een eigen inkomen verdient zeker de voorkeur.  Wij vinden dat ook werkgevers en ondernemers een belangrijke rol hebben bij het verhogen van de arbeidsparticipatie in onze gemeente. Met hen zullen wij dan ook overleg voeren over de uitvoerbaarheid van het voorgestelde beleid. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat kan werken moet zo laag mogelijk worden, bijvoorkeur nul (0). Voor hen die niet (meer) kunnen werken, kan een uitkering van de gemeente bijdragen tot een acceptabel gezinsinkomen. Hiervoor is een minimabeleid nodig dat maatwerk levert.

Wij gaan bij de inrichting van de samenleving uit van de kracht van burgers en hun verbanden, in plaats van regeltjes en bureaucratie. De samenleving bepaalt uiteindelijk zelf de kracht van de samenleving. De ChristenUnie wil bouwen op het inzicht van de vrijwilliger, de bewoner, verpleegkundige, de leerkracht, de agent. Zij staan voor hun taak en zij kunnen die verantwoordelijkheid aan. Daarom willen wij ook een flinke vermindering van de regeldruk. En daarnaast kunnen we niet zonder de vrijwillige inzet van burgers en bedrijven voor medeburgers, voor goede doelen, voor het algemeen belang.

De gemeente kan een impuls geven aan het bevorderen van samen werken, door alle betrokken partijen (cultuursector, bedrijfsleven, toerisme en recreatie, maatschappelijke organisaties en inwoners) bij elkaar te brengen en methoden en ervaringen uit te wisselen. De partijen kunnen daarbij gebruik maken van elkaars expertise en elkaar zo versterken en ondersteunen in het bereiken van de hun eigen doelen. De gemeente functioneert dan als een ‘sociaal makelaar’. In onze samenleving krijgen steeds meer zaken raakvlakken. Soms uit noodzaak (schaarse middelen), maar gelukkig vaker vanuit de overtuiging dat een verband brengen tussen van activiteiten een meerwaarde heeft. Kijk naar velden als recreatie, cultuur, geloof, gezondheid, sport. Dat kan om instellingen onderling gaan, maar evengoed in hun relatie met de overheid. We zien dat in mooie voorbeelden als het Kulturhus en de dorpshuizen, in het streven naar brede scholen, in combinatiefunctionarissen e.d. Maar ook bij creatieve ondernemers die formules bedenken waarin ze samenwerken. ‘Samen is meer’ zeggen we dan. Soms is er noodzaak, zoals in de krimpende budget van onze overheid. In bijvoorbeeld het onderwijs is er nog een aparte reden: de krimp van het aantal leerlingen. In die sector wordt door overheid en schoolbesturen samen gezocht naar een goede koers voor de toekomst.

Rijk en provincie dragen nieuwe taken aan gemeenten over. Vaak zonder voldoende middelen daarvoor, of zelfs onder gelijktijdige bezuinigingen. Taken die van een gemeente nieuwe deskundigheden en vaardigheden vergen. De gemeente Oldebroek is te klein om alle bestaande en nieuwe taken zelfstandig en op een betaalbare manier uit te voeren.

De ChristenUnie staat daarom voor een sterke samenwerking tussen gemeenten.  Oldebroek heeft de mogelijkheid om te werken aan gezamenlijke belangen en oplossingen voor vraagstukken die vragen om een breder kennisniveau en aanpak. Vanuit een nuchtere en realistische kijk op samenwerking tussen gemeenten moeten we vraagstukken aanpakken waarvoor op kwaliteitsniveau en financieel niveau een grotere schaal noodzakelijk is. Wat goed is voor de burger dient daarbij leidend uitgangspunt te zijn, evenals behoud van de identiteit van onze woonkernen, en voldoende democratische invloed. Besluiten moeten zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen en door een meerderheid van burgers worden gedragen. De ChristenUnie staat voor samenwerkingsrealisme en het verbinden van de kleinschaligheid (kernen, wijken, buurten) met voordelen van een grotere bestuurlijke schaal. Gezien de daarmee samenhangende financiële, kwalitatieve en organisatorische aspecten lijkt een bestuurlijke fusie met andere gemeenten voor de ChristenUnie Oldebroek een logisch vervolg van de al eerder ingezette samenwerkingen en gesprekken met Hattem en Heerde. Bij die fusie richten we ons dan ook primair op de gemeente Oldebroek, Hattem en Heerde. Dat andere gemeenten in een later stadium ook in een vorm van bestuurlijke samenwerking of verdere fusie kunnen gaan deelnemen sluiten wij niet uit.

Gezonde financiën zijn van groot belang voor het goed functioneren van de gemeente. Wij streven naar een goede balans tussen inkomsten en uitgaven, waarbij steeds de vraag gesteld moet worden of het belang van de inwoners van Oldebroek op een goede manier  gediend wordt.

Samen werken betekent ook dat er gezocht wordt naar mogelijkheden om iedereen een actieve rol te geven in onze samenleving en dat mensen waar mogelijk zelf in hun onderhoud kunnen voorzien. Voor hen die dat ( nog) niet zelf kunnen is de overheid geen vangnet, maar een springplank. Samenwerking tussen het bedrijfsleven en de overheid is wat ons betreft een prima manier om mensen de kans te bieden om werkervaring op te doen en hun eigen kracht (weer) te ontdekken.

4.3   Actiepunten

We willen dat Oldebroek de  kracht van Samen Werken tot zijn recht laat komen door:

  • Stimuleer de samenwerking tussen de (lokale) overheid en andere strategische partners.
  • Het stimuleren van arbeidsparticipatie.
  • Verminder de regeldruk en administratieve lasten door meer algemene regels in plaats van gedetailleerde vergunningen.
  • Geef duidelijkheid over wat wel en wat niet kan of mag. Combineer dit met een helder handhavingsbeleid.
  • Bevorderen van clustering van accommodaties en functies door voorlichting, medewerking bij bestemmingswijziging, afgifte van noodzakelijke vergunningen en financiële prikkels.
  • Solide gemeente financiën.
  • De overheid moet durven loslaten.
  • Bevorderen van behoud van de identiteit van alle kernen. 

5     Slot

De ChristenUnie gaat voor betrouwbaarheid en degelijkheid. We lopen niet weg voor zware en soms impopulaire beslissingen. We willen vanuit  Geloof en onze verantwoordelijkheid ons graag opnieuw inzetten voor de samenleving in Oldebroek waarin wij geloven.

Helpt u ons dit mede mogelijk te maken!

 

Engbert Jan Ruitenberg, Wim Boer, Liesbeth Vos- van de Weg, Hans het Lam, Berend Jan Spijkerboer, Henk van Bergeijk, Popke Graansma, Arno Hardonk, Pieter Immerzeel, Arie Jan van Oort


De Bijbel als basis

De SGP stáát ervoor


November 2013

Verkiezingsprogramma SGP-Oldebroek

2014-2018

Inhoudsopgave

Inleiding

1. Burger en bestuur

2. Veiligheid

3. Zorg en welzijn

4. Lokale economie, werk en inkomen

5. Educatie

6. Cultuur, recreatie en sport

7. Leefomgeving

8. Ruimtelijke ordening en wonen

9. Financiën en risico’s

Inleiding

Voor de SGP is de overheid Gods dienares. Dat is geen populistisch, maar een Bijbels gegeven. Hecht de SGP dan niet aan een overheid voor de burgers? Jazeker. Juist daarom ziet de SGP de overheid als ‘Gods dienares, u ten goede’. De overheid beoogt in die visie het welzijn en de welvaart van de burgers. Een overheid die handelt naar de normen van de Bijbel zorgt voor rust en stabiliteit in de samenleving, zodat God naar Zijn Woord gediend kan worden.

De SGP, de oudste politieke partij in ons land, heeft in al die jaren getoond een constructieve bijdrage te leveren aan het openbaar bestuur, zowel in vertegenwoordigende, als besturende organen. De publieke taak in de samenleving ziet zij als een grote verantwoordelijkheid. In die bijdrage wil de SGP zich laten leiden door Gods Woord, omdat zij ervan overtuigd is dat juist Gods geboden heilzaam zijn voor alle burgers van Nederland.

Als een rode draad loopt de principiële invalshoek van Gods Woord door de beleidshoofdstukken waarvan de SGP overtuigd is, dat zij relevant zijn voor de bestuurslaag die het dichtste bij de burger staat, namelijk de gemeente.

De SGP wil tegen de stroom van de seculiere samenleving in de dienst van God herkenbaar houden in het publieke domein. Gods naam mag niet worden gelasterd. Godslasterlijke teksten, die per definitie al zinloos zijn, moeten geweerd worden. Gods dag, een dag van rust, is de SGP lief. Werken op zondag, het houden van evenementen op zondag, etc., ze moeten alle niet plaatsvinden.

Gods wet geeft eveneens richtlijnen voor de omgang met de andere mensen. Moord, doodslag en allerlei andere soorten van geweld moeten worden geweerd. Stelen en andere vormen van criminaliteit moeten worden tegengegaan. Het voorkomen van criminaliteit en het bevorderen van de veiligheid van burgers is een belangrijke taak. Zorg voor de kwetsbaren in de samenleving, zoals ouderen, jongeren, zieken, gehandicapten en vele anderen rekent de SGP tot het takenpakket van de gemeente. Zedeloos gedrag lijkt positief, maar ten diepste ondermijnt het de verhouding tot God en de naaste. Eerbaarheid in de samenleving is een groot goed. De gemeente Oldebroek moet daarom prostitutie en zedeloze uitingen in het publieke domein weren. Betrouwbaarheid staat hoog genoteerd in de samenleving. Dat is volgens Gods Woord: waarheid bevorderen en leugen afstraffen. De overheid heeft hierin een voorbeeldfunctie.

In het verkiezingsprogramma zijn de beginselen van Gods Woord nog verder concreet toegesneden op de praktijk van het gemeentelijk beleid. Na een schets van de intentie van de SGP en de bestuurlijke werkelijkheid staan in dit programma concrete acties en voornemens die een bijdrage kunnen en zullen leveren aan het welzijn en de welvaart van de burgers. De ontwikkelingen van het gemeentelijk beleid samengevat in de slogan “Oldebroek voor Mekaar” of “Minder overheid, Meer samenleving” hebben de steun van de SGP gehad in de vorige periode. In het verlengde daarvan is de hoofdstroom van dit verkiezingsprogramma te zien.

De SGP staat voor een overheid overeenkomstig Gods Woord. Het gevolg daarvan is dat die overheid van grote en wezenlijke betekenis zal zijn voor de burgers in de samenleving.

1. Burger en bestuur

Het gemeentebestuur richt zich op de Oldebroeker samenleving en staat ten dienste van de burger. De SGP streeft naar een gemeentebestuur dat functioneert dicht bij de burger. Dat vraagt van bestuurders een zorgvuldige luisterhouding en vervolgens een actieve betrokkenheid op het geheel van de samenleving. Meer samenleving, minder overheid is de rode draad voor de SGP. De SGP meent dat daarbij de volgende zes thema’s leidend zouden moeten zijn.

Bestuur in interactie met de burger

Het gemeentebestuur hoedt zich voor isolement. Het zoekt gericht het contact met de samenleving en moedigt aan tot participatie. Oldebroek scoorde lager dan gemiddeld bij het laatste gehouden onderzoek “waar staat je gemeente.nl”. Ook in het uitvoeren van het beleid blijkt dat het betrekken van onze inwoners regelmatig niet gaat zoals door de gemeenteraad is afgesproken. Daar moeten verbeteringen in gaan optreden.

Concreet:

  • Zeker bij ingrijpende beslissingen moet het gemeentebestuur vooraf met de belanghebbenden over haar plannen communiceren. De zgn. participatieladder kan daar een hulpmiddel voor zijn.

  • Dat laat onverlet de eerste verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur voor het algemeen belang, dat tegenover individuele belangen kan staan.

  • In dit spanningsveld motiveert het gemeentebestuur tegenover de samenleving de keuzes die het maakt.

  • De resultaten van het onderzoek “waar staat je gemeente.nl” uit 2012 vormen een belangrijke input voor het verbeteren van burgerparticipatie.

  • Integriteit van bestuurders en raadsleden moet zonneklaar zijn.

Bestuur mét de samenleving

Het gemeentebestuur staat niet alleen in de uitoefening van de publieke taak. Wat de burger zelf kan aanpakken, zal de overheid niet overnemen. Minder overheid en minder regels staan voor de SGP centraal. Dat kan als de samenleving de ruimte krijgt om eigen initiatieven te kunnen ontplooien.

Concreet:

  • Het gemeentebestuur oefent zijn zorgtaken (veiligheid, leefbaarheid, ontwikkeling) uit met degenen die de samenleving vormen, bv. dorps- of wijkcomités. Via wijkbudgetten kunnen middelen worden verdeeld.

  • De dienstverlening middels het Klant Contact Centrum en de digitale balie worden op een niveau gerealiseerd dat als goed kan worden omschreven.

  • Het gemeentebestuur stimuleert en faciliteert krachtig het maatschappelijk en privaat initiatief. Voordelen die voortkomen uit “zelfdoen” vloeien terug naar de desbetreffende burger in wijk of kern dan wel in verenigingsverband.

  • Het gemeentebestuur rekent met en speelt in op het ‘zelforganiserend vermogen’ van de samenleving en gaat door met het ingezette spoor onder de naam “Oldebroek voor mekaar”.

  • De regierol van de gemeentelijke overheid moet niet alleen op papier staan, maar ook tastbaar en zichtbaar zijn in de samenleving.

Duidelijkheid

Het gemeentebestuur maakt duidelijk wat zijn rol is en hoe de bevoegdheden liggen. Ten allen tijde moet worden voorkomen dat verkeerde verwachtingen tegenover de burger worden gewekt.

Concreet:

  • Juist als interactie en bestuur met de Oldebroeker samenleving uitgangspunt zijn, is het bieden van duidelijkheid een eerste vereiste: waarover gaat het wel en waarover niet, hoe liggen de formele bevoegdheden, etc.

  • Het vraagt van het gemeentebestuur helderheid in bewoordingen, realisme in te wekken verwachtingen en bewustheid van de concrete context.

  • Tijdens langdurige procedures moet de betrokken burger regelmatig worden geïnformeerd over de stand van zake.

Verbinding

De samenleving vertoont een grote verscheidenheid. Het gemeentebestuur is gericht op een vreedzaam samenleven.

Concreet:

  • Het gemeentebestuur is er voor de hele gemeente Oldebroek: in de regel gaat het algemeen belang voor het individuele belang.

  • Ondertussen bevordert het gemeentebestuur de veiligheid van een ieder.

  • Om dat te bereiken streeft het gemeentebestuur naar verbindingen: initiatieven vanuit de samenleving bij elkaar brengen, verschillen overbruggen, respect en uitwisseling tussen mensen en groepen met diverse achtergronden te stimuleren.

Zichtbaarheid

De gemeente is de overheid die het dichtst bij de burger staat. Het gemeentebestuur vult die positie in door zichtbaar, bekend en nabij te zijn.

Concreet:

  • De wisselwerking tussen bestuur en burger vraagt om heldere communicatie en uitwisseling: aanspreken en aangesproken worden, zichtbaar zijn en gekend worden.

  • Dit vergt een zichtbare aanwezigheid van het bestuur in de samenleving. Het bestuur zoekt de samenleving, georganiseerd of niet, op. Spreekuur in de kernen kan een goed middel zijn.

  • Klachten van burgers moeten snel worden opgepakt en afgehandeld.

Samenwerken/samengaan

De gemeente krijgt te maken met meer en complexere regelgeving. Daarnaast is er van rijkswege een aansporing tot opschaling, juist ook met het oog om de nieuwe taken adequaat te kunnen blijven uitvoeren. De gemeente Oldebroek zit in een groot aantal samenwerkingsverbanden. De voorgenomen fusieplannen (H2O) beziet de SGP kritisch. De keus voor een samengaan met Elburg juichen wij toe. De christelijke identiteit van onze gemeente is het fundament van het welzijn van de burger.

Concreet:

  • De uitvoering van de decentralisaties zorgen voor een noodzaak tot goedkoper te werken via ambtelijke samenwerking.

  • H2O vormt door een verschil aan oriëntatierichting op beleid, identiteit en lastendruk geen ideaal als toekomstige fusiegemeente.

  • Het gemeentebestuur moet zich optimaal inspannen om de bestuurlijke band met buurgemeente Elburg te verstevigen, waarbij fusie tot de mogelijkheden hoort.

  • De inhoud van de samenwerking staat voorop. Als het niet tot voordeel leidt, moet er geen energie in gestoken worden. Het aantal samenwerkingsverbanden is hoog. Lang niet alles is voor de raad voldoende transparant. Het maken van keuzes voor partners kan leiden tot het verminderen van de hoeveelheid samenwerkingsverbanden.

  • De identiteit van de kernen mogen bij een fusie niet worden geschaad.

2. Veiligheid


Veiligheid is een basisbehoefte van mensen. De gemeente heeft hierbij een belangrijke taak, zowel door onveilige situaties te voorkomen als door handhavend op te treden tegen burgers en bedrijven die de veiligheid in gevaar brengen. De SGP wil de komende jaren sterker inzetten op preventie, zonder de handhavende rol van de overheid te veronachtzamen. De eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en instellingen wordt daarbij niet uit het oog verloren.

Veiligheidsbeleid vraagt om een samenhangend pakket aan maatregelen, variërend van het vandalismebestendig inrichten van de openbare ruimte tot het maken van afspraken over de inzet van politie en brandweer. Planmatig wordt het beleid geformuleerd en geëvalueerd, zodat de aanwezige risico’s beheersbaar blijven.

Overlast, vernieling en criminaliteit

De SGP blijft zich sterk maken voor voldoende blauw op straat om krachtig op te kunnen treden tegen zinloos geweld, overlast, vandalisme, alcohol- en drugsgebruik in de openbare ruimte en criminaliteit. Jongeren die overlast geven, zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun wangedrag. Maar ook ouders moeten aangesproken worden op het gedrag van hun kinderen. Op hen rust de taak van een goede morele vorming van hun kinderen. Inwoners kunnen vaak ook zelf een bijdrage leveren aan het bevorderen van de veiligheid in de eigen leefomgeving.

Concreet:

  • De wijkagenten blijven behouden en zijn duidelijk zichtbaar op straat aanwezig.

  • De politie participeert actief in het lokale zorgnetwerk om bij te dragen aan preventief handelen.

  • Actieve deelname van burgers stimuleren, hetzij via Burgernet of SMS-Alert.

  • In het kader van Halt-trajecten ouders nauw betrekken bij de aanpak van overlastgevende jongeren.

  • Schade als gevolg van vandalisme zoveel mogelijk verhalen op de dader.

  • In samenwerking met de woningcorporaties het verkrijgen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen bij nieuwe woningen en grootschalige renovaties bevorderen.

  • Middelen voor buurtbemiddeling beschikbaar stellen, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van vrijwilligers.

  • Het doen van elektronische aangifte bevorderen.

Bedrijvigheid en veiligheid

Ook bedrijven hebben te maken met overlast en vernielingen. Samen met de gemeente worden afspraken gemaakt over het tegengaan van deze problematiek. Bedrijvigheid is van groot belang voor de lokale economie. De gemeente moet zich echter wel bewust zijn van de risico’s die bepaalde bedrijven met zich meebrengen.

Concreet:

  • Samenwerken met een ondernemersvereniging of collectief van bedrijven om inbraken terug te dringen.

  • Afspraken maken met het bedrijfsleven over de beveiliging van bedrijventerreinen in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen.

  • Zorgen dat de vergunningverlening en handhaving op orde is, in het bijzonder ten aanzien van risico’s van bedrijven voor de omgeving. De afspraken daarover met brandweer en milieudienst regelmatig evalueren.

Brandweerzorg en hulpverlening

De hulpdiensten, brandweer en ambulancezorg, zijn voldoende toegerust om hun taken goed te kunnen vervullen. De brandweer investeert, naast de reguliere brandbestrijding, ook in preventieve taken.

Concreet:

  • De regionalisering van de brandweer mag niet leiden tot uitholling van de vrijwillige brandweer.

  • De brandweer blijft zich toeleggen op preventie, o.a. door uitreiking van brandmelders en voorlichting aan specifieke groepen en op scholen.

  • Zorgen voor voldoende dekking van kazernes (in regionaal verband) om uitruktijden te garanderen blijft uitgangspunt. Verplaatsing brandweerkazerne naar Wezep moet voor verbetering aanrijtijden zorgen.

  • De AED-punten in kleine kernen zo nodig vermeerderen ,liefst in samenwerking met EHBO-verenigingen.

  • Ambulancevervoer is gebiedsdekkend, de aanrijtijden liggen binnen de landelijke norm en ook voor de nachtelijke uren moet men kunnen rekenen op effectieve inzet van de ambulance.

  • Overlast veroorzakende personen die de inzet van de brandweer en andere hulpverleners blokkeren, hard aanpakken.

Crisis- en rampenbestrijding

De gemeenschap moet erop kunnen vertrouwen dat de gemeente is voorbereid op een crisis en dat zij in staat is daadkrachtig op te treden om de negatieve gevolgen ervan te beperken. Samenwerking met omliggende gemeenten in het kader van de veiligheidsregio is daarbij een eerste vereiste.

Concreet:

  • Het regionaal crisisplan jaarlijks evalueren en actualiseren.

  • Voldoende middelen reserveren voor het opleiden, trainen en oefenen van bestuurders en medewerkers in de crisisorganisatie.

  • De A28/A50 alsmede de spoorlijnen leveren specifieke risico’s op die door de hulpdiensten voldoende moeten worden onderkend en waar preventieve maatregelen voor nodig blijven.

Vuurwerk

De SGP kiest ervoor het gebruik van vuurwerk, binnen de landelijke wettelijke kaders, zoveel mogelijk te ontmoedigen en overlast door vuurwerk hard aan te pakken. Uitvoering van het ingezette beleid moet op niveau komen.

Concreet:

  • Vuurwerkvrije zones aanwijzen rond verzorgingstehuizen, winkelcentra en kerken.

  • Streng toezien op het afsteken van illegaal vuurwerk en het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijden.

3. Zorg en welzijn

De SGP wil staan voor de zwakkeren in de samenleving. Wij willen omzien naar mensen in kwetsbare omstandigheden. Vanuit Bijbelse naastenliefde willen wij hen zorg en ondersteuning of zelfs bescherming bieden en helpen om hun eigen verantwoordelijkheid weer op te pakken.

De basis vormt de ondersteuning vanuit familie, kerk en maatschappelijke verbanden. Waar deze basis tekortschiet, wil de SGP zorgen voor adequate aanvulling.

Wet maatschappelijke ondersteuning

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) legt vanaf 2015 veel verantwoordelijkheid neer bij de burgers. De beschikbare middelen moeten daar worden uitgegeven waar het nodig is. De zorg geldt (kwetsbare) medeburgers en hun leefomgeving, waarbij de gemeente ondersteuning, begeleiding en verzorging aan huis levert. De gemeente geeft in een Wmo-beleidsplan elke vier jaar aan hoe ze deze taak gestalte wil geven.

De SGP pleit voor een ruimhartig beleid, dat voorwaarden schept voor de burger om zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen en solidair te zijn ten opzichte van mensen met een (psychiatrische) handicap en/of langdurige zorgbehoefte. De SGP wil daarnaast een optimale keuzevrijheid, zodat de burger hulp kan kiezen die bij hem past.

Concreet:

  • Stimulerende maatregelen nemen om de onderlinge betrokkenheid - binnen familie, kerk en maatschappelijke verbanden - te (helpen) verbeteren.

  • Eigen verantwoordelijkheid van de zorgvrager voorop stellen.

  • Via zgn. keukentafelgesprekken een goede analyse van de behoefte van de zorgvrager vaststellen.

  • Zorg dragen voor een sluitende zorgketen.

  • Goede ondersteuning bieden aan mantelzorgers en vrijwilligers in de vorm van advisering en reflectie.

  • Optimale keuzevrijheid garanderen, zodat burgers hulp kunnen kiezen voor een organisatie die bij hen past. Daarbij is het van belang dat lokale (identiteitsgebonden) organisaties ook tot de zorgaanbieders behoren en mee kunnen doen bij de aanbesteding. Het uitgeleverd worden aan grote aanbieders is geen goede zaak.

  • Maximale ruimte bieden aan het persoonsgebonden budget of een vergelijkbare systematiek.

  • Ouderen en gehandicapten de mogelijkheid bieden zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen; daarbij dient wel gewaakt te worden voor sociaal isolement en eenzaamheid.

  • Algemene voorzieningen en welzijnsdiensten goed spreiden, zodat deze ook voor de minder mobiele medemens bereikbaar en toegankelijk zijn.

  • Hergebruik moet zoveel mogelijk gestimuleerd worden.

  • Stimuleren van collectieve voorzieningen versus individuele voorzieningen.

De SGP betreurt het dat voedselbanken nodig zijn. Het blijft een particulier initiatief dat naast het minimabeleid van de overheid staat.

Goede informatie, advies en ondersteuning geven door het (digitaal) zorgloket.

Ervaringsdeskundigheid uit de samenleving benutten door burgerparticipatie, Wmo-adviesraad en klanttevredenheidsonderzoeken.

In de Wmo-adviesraad de kerken een representatieve plaats laten innemen.

Vrijwilligerswerk

De SGP koestert de hoge waarde van het vrijwilligerswerk. Vrijwilligers verdienen de waardering van de samenleving. Ook moeten zij vrijwilligerswerk kunnen doen dat past bij hun levensovertuiging.

Concreet:

  • De autonomie van verenigingen dient gewaarborgd te blijven, ook als zij gemeentelijke subsidie krijgen.

  • Identiteitsgebonden en interkerkelijke hulpverleningsorganisaties dienen ook een plek te krijgen in het lokale zorgnetwerk.

  • Uitbreiden van het aantal vrijwilligers via inzet van uitkeringsgerechtigden, rekening houdend met hun (on)mogelijkheden.

Jeugd

Het uitgangspunt bij het jeugdbeleid is gelijk aan dat bij de Wmo, namelijk veel verantwoordelijkheid bij de burgers. De zorg geldt (kwetsbare) jongeren en gezinnen, waarbij de gemeente een goed vangnet realiseert. In het gezin moet de basis worden gelegd voor een goed functioneren in de maatschappij. De SGP streeft ernaar dat jongeren gezond en veilig opgroeien tot burgers die vanuit een gezond verantwoordelijkheidsbesef volop meedoen in de samenleving. Daarom wil de SGP investeren in de jeugd en werken aan goede voorzieningen en netwerken.

Kinderen moeten ook vooral kind kunnen zijn en daarvoor kansen krijgen. Ouders zijn de eerstverantwoordelijken in het opgroeien en opvoeden. De sociale omgeving is ook van belang voor de opvoeding en heeft daar gewenst en ongewenst invloed op. De SGP gaat uit van de eigen kracht van jongeren, ouders en de gemeenschap. Waar ondersteuning nodig is, behoort die zo dichtmogelijk bij de leefomgeving van de jeugdigen en gezinnen plaats te vinden, hoewel dat niet altijd haalbaar of wenselijk is.

Concreet:

  • Kritisch zijn op de besteding van middelen voor Voorschoolse en Vroegschoolse Educatie (VVE) en bestrijding van ontwikkelingsachterstanden. Scherp afbakenen welke kinderen echt ondersteuning nodig hebben en welke niet.

  • Vroegschoolse Kinderopvang moet bijdragen aan de doelstellingen van VVE zoals primair bedoeld en niet aan opvang als zodanig.

  • Strakke controle op kwaliteit van kinderopvang door GGD met consequente handhaving bij wanprestaties.

  • Overdracht van gegevens van kinderen van vroegschoolse kinderopvang naar basisscholen hoort optimaal te zijn, zodat een soepele doorstroming is gegarandeerd.

  • Opvoedkundige problemen van leerlingen vroeg signaleren via o.a. het zorgadviesteam en hulp bieden via o.a. schoolmaatschappelijk werk. Schooladviesteams horen korte lijnen te hebben met de lokale basisteams, zodat gerichte hulpverlening snel kan worden geboden.

  • Een laagdrempelig Centrum voor Jeugd en Gezin in stand houden met een goede samenwerking en afstemming tussen de partijen. Hierbij zoveel mogelijk aansluiten bij de christelijke waarden en normen in het gezin.

  • Gezinnen ondersteunen in de vorm van één gezin, één plan, één begeleider.

Decentralisatie Jeugdzorg

Vanaf 1 januari 2015 gaan de verantwoordelijkheden op het terrein van Jeugdzorg over naar gemeenten; de zogenaamde ‘decentralisatie Jeugdzorg.’ Doel hiervan is: meer preventie, eerdere ondersteuning, integrale hulp en gebruikmaken van de eigen kracht van jeugdigen en hun ouders. Deze doelstelling sluit aan bij het uitgangspunt van de SGP.

Voor de SGP zijn bij deze decentralisatie drie keuzes van cruciaal belang. Ten eerste biedt de gemeente zorgvragers in de Jeugdzorg keuzevrijheid, waardoor rekening gehouden wordt met de levensovertuiging van ouders en jongeren. Dat betekent ook dat de gemeente in de boven-gemeentelijke samenwerkingsverbanden haar eigen keuzes verdedigt, waaronder de keuze voor identiteitsgebonden instellingen. Ten tweede betekent decentralisatie dat zorgvoorzieningen daadwerkelijk dichter bij de burger worden georganiseerd. Oplossingen worden zoveel mogelijk gezocht in het eigen netwerk en zo weinig mogelijk bij specifieke instellingen. Ten derde gaat de gemeente zorgvuldig om met de financiële risico’s van deze decentralisatie. De kwaliteit van zorg mag niet onder druk komen te staan door het behalen van een zo groot mogelijke korting. Ook wordt geld dat voor jeugdzorg bedoeld is, ingezet op jeugdzorg.

Concreet:

  • De gemeente respecteert de achtergrond van de cliënt waar het gaat om de levensovertuiging van ouders en jongeren. Zorg die aansluit bij de overtuiging van het gezin is effectiever en daardoor goedkoper! De gemeente contracteert zorgaanbieders die de taal spreken van de zorgvrager.

  • De gemeente zet in op een daadwerkelijke transformatie: zoveel mogelijk ondersteunen in de natuurlijke context van een jongere, eventueel in een pleeggezin, en zo weinig mogelijk in instellingen waarin jongeren langdurig verblijven.

  • Kerken, scholen en andere maatschappelijke instellingen worden intensief betrokken bij het tot stand komen van gemeentelijke beleid bij de decentralisatie Jeugdzorg.

  • Identiteitsgebonden zorgaanbieders worden betrokken in het aanbestedingstraject om zorg te leveren. Dat geldt ook voor kleinere of nieuwe zorginstellingen. Als direct contracteren niet mogelijk is, wordt gekeken naar de mogelijkheden van onderaannemerschap.

  • Het Centrum voor Jeugd en Gezin krijgt een spilfunctie in de decentralisatie Jeugdzorg. De gemeente zorgt ervoor dat zij cont(r)acten heeft in de breedte van de gemeente. Daarvoor moet de huidige CJG wel omgebouwd worden van een doorgeefluik naar een hulpverleningsinstantie losgekoppeld van instellingen.

Zorg voor ouderen en kwetsbaren in de samenleving

Ouderen en kwetsbaren moeten zo lang en zelfstandig mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De SGP vindt dat de gemeente een belangrijke regierol heeft om een goed en samenhangend pakket aan voorzieningen te realiseren en in stand te houden.

Concreet:

  • Terugkeer van de wijkverpleegkundige stimuleren. Naast verpleegkundige zorg kan zij ook andere behoeften en bedreigingen signaleren en hierop actie ondernemen.

  • Werken aan een sluitend zorgpakket en -netwerk, zoals thuiszorg, maaltijdvoorziening, alarmering, voorlichting (voeding, beweging, veiligheid) en terminale thuiszorg.

  • Zorgen voor een goede spreiding van voldoende seniorenwoningen met bereikbare en (ook voor gehandicapten) toegankelijke voorzieningen in de directe omgeving (‘woonservicezone’).

  • Voorzieningen spreiden om sociaal isolement en eenzaamheid te voorkomen.

  • Mantelzorgers goede ondersteuning bieden.

  • Deelname van andersbegaafde mensen aan de samenleving moet voluit ondersteund worden en niet onder bezuinigingen vallen.

  • Initiatieven voor dagbesteding moeten worden gestimuleerd om onze anders begaafde medemens zoveel mogelijk lokaal te kunnen helpen aan nuttige arbeid of tijdsbesteding.

Volksgezondheid

Welvaart brengt risico’s met zich mee voor de volksgezondheid. Menig burger leeft niet (geheel) gezond. Te weinig beweging, ongezonde voeding, roken en overmatig alcoholgebruik vormen bedreigingen voor de gezondheid. Daarnaast vragen zaken als depressiviteit, eenzaamheid en diabetes de aandacht, aangezien die het welbevinden beïnvloeden.

De SGP vindt gezond leven in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de burger zelf, maar wil wel actief bijdragen aan bezinning en maatregelen om de volksgezondheid te bevorderen.

Concreet:

  • Optimale voorwaarden voor de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) scheppen om zijn activiteiten uit te kunnen voeren en zijn deskundigheid benutten.

  • Een lokaal gezondheidsbeleid opstellen en een samenhangend pakket van maatregelen realiseren in overleg met diverse (lokale) deskundigen.

  • Zorg blijven dragen voor toegankelijke hulpverlening, onafhankelijk van het inkomen.

  • Voldoende aanbod en goede bereikbaarheid van eerstelijnsvoorzieningen zoveel mogelijk stimuleren.

Verslaving

De SGP vraagt speciale aandacht voor het verslavingsbeleid. Er bestaan veel vormen van verslaving. Met name verslaving aan alcohol, drugs, roken en gokken vragen gerichte behandeling. Verslaving vormt een bedreiging voor de gezondheid en het toekomstperspectief van de betrokkene en leidt soms ook tot openbare overlast. Daarom wil de SGP een actief verslavingsbeleid, dat begint met erkenning van de problematiek en vraagt om gerichte maatregelen.

Concreet:

  • Een lokaal platform oprichten of in stand houden waarin verschillende maatschappelijke partijen, kerken (diaconieën) en deskundige organisaties (zoals GGD, politie en verslavingszorg) deelnemen.

  • Een integraal verslavingsbeleid vaststellen of actualiseren in samenspraak met het platform en de burgers en de uitvoering via het platform coördineren.

  • Adequaat handhaven, omdat preventie en zorg alleen dan effectief zijn.

  • De leeftijd voor alcoholverkoop verhogen naar achttien jaar, zal moeten worden gehandhaafd. Afspraken maken met de horeca over alcoholmatiging en sluitingstijden; hierbij kiezen voor een oplossing die het meeste recht doet aan de zondagsrust.

  • Coffeeshops weren uit de gemeente.

  • Kansspelen zoveel mogelijk terugdringen.

  • Handhaven van toezicht op keten.


4. Lokale economie, werk en inkomen

Werken is waardevol. Niet alleen voor het inkomen, maar ook voor contacten. Wie werkt, vereenzaamt doorgaans niet. Maar wie dat niet kan, verdient ondersteuning van de overheid die zorgt voor haar burgers.


Zondagsrust

Conform de Bijbel als Gods Woord en de christelijke traditie, is de zondag als de dag van de Heere, een dag waarop de mens niet alleen moet, maar vooral ook mag rusten. In de inleiding van dit programma is al ingegaan op de waarde van de zondag. Daarom is de SGP principieel tegen commercieel gerichte bedrijvigheid op zondag en de zondagsopenstelling van winkels. Daarnaast is het vanuit sociale motieven en uit oogpunt van welzijn/gezondheid van belang om wekelijks te rusten. Daar komt bij dat vooral de grotere winkelketens op zondag opengaan, wat veelal ten koste gaat van ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf.

Concreet:

  • Geen 24-uurs economie

  • Zondag is rustdag

  • Geen koopzondagen


Reclamebeleid

Reclames hebben een belangrijke plek in het leven van ondernemers. Daar is ruimte voor binnen de afgesproken regels. Het is voor de SGP een zaak van algemeen belang, dat de inhoud van de reclameteksten en afbeeldingen, zeker aan de openbare weg, niet in strijd is met de Bijbelse waarden en normen. Zeker voor onze minderjarigen is het van belang, dat zij niet ongevraagd worden geconfronteerd met reclame met Godslasterlijke of erotische inhoud.

Concreet:

  • Hetzij via APV of via contracten met reclamebedrijven komen tot het weren van dergelijke reclames


Werk!

De SGP wil economische activiteiten stimuleren, maar trekt daarbij ook grenzen. Werk is geen doel in zichzelf, maar richt zich op de bijdrage aan de maatschappij en het verwerven van inkomen. Werk is geen vanzelfsprekendheid meer gezien de economische crisis. Het vraagt om een betrokken samenwerking tussen gemeenten en bedrijfsleven.

Concreet:

  • Een goede relatie gemeente-ondernemers nastreven.

  • Het MKB en de ondernemersverenigingen door middel van het onderhouden van nauw contact en overleg ondersteunen en waar mogelijk versterken.

  • De bedrijvencontactfunctionaris behouden.

  • De gemeentelijke administratieve lasten voor ondernemers beperken.

  • Mogelijkheden creëren voor bedrijven aan huis en in het buitengebied.

  • Het aantrekkelijk maken van onze bedrijventerreinen voor bedrijven buiten onze gemeente door middel van goede voorwaarden waaronder goede verkeersontsluiting en concurrerende grondprijzen.

  • Waar mogelijk het bevorderen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Geen werk?

Mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (langdurig werklozen, gehandicapten, bijstandsgerechtigden) worden door de gemeente actief geholpen om aan werk te komen. Daarbij werkt de gemeente nauw samen met werkgevers in de gemeente en in de regio en met de sociale werkplaatsen. De SGP houdt oog voor mensen die door omstandigheden niet in staat zijn om aan het arbeidsproces deel te nemen.

Concreet:

  • De instroom in de bijstand beperken (strenge poortwachter).

  • Met bedrijven afspraken maken over het re-integreren op de werkvloer, werk, leer- en stageplaatsen. Bedrijven compenseren voor hun inspanningen.

  • Bij inkopen en aanbestedingen ‘social return’ opnemen als contract-voorwaarde. Dit betekent dat bij de uitvoering van de opdracht ook mensen moeten worden ingezet met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

  • De gemeente stelt zich open voor meerdere aanbieders van re-integratie-trajecten.

  • Strikter toezien op niet naleving van arbeids- en re-integratieverplichtingen en adequate sancties opleggen

  • Van uitkeringsgerechtigden naar vermogen een tegenprestatie vragen in de vorm van maatschappelijk nuttige activiteiten zoals vrijwilligerswerk.

  • Voldoende middelen beschikbaar stellen voor mensen die aangewezen zijn op sociale werkvoorzieningen.

Financiële ondersteuning

Wie niet kan werken, verdient financiële ondersteuning. De gemeente moet zich houden aan landelijke richtlijnen, maar kan ook zelf iets doen. De SGP voert een pleidooi om alle wettelijke mogelijkheden te benutten. Inkomensondersteunende maatregelen zijn er voor burgers die een inkomen hebben tot 110% van het sociaal minimum. De SGP wil zich inspannen om het niet-gebruik van lokale tegemoetkomingen terug te dringen.

Concreet:

  • Ambtshalve kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Ook ondernemers kunnen hiervoor in aanmerking komen.

  • Ruimhartige verlening van bijzondere bijstand.

  • Categoriale bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten.

  • De ontwikkeling van opgroeiende kinderen mag niet belemmerd worden door armoede.

  • Samenwerkingsrelaties met andere instellingen op het vlak van armoede-bestrijding beter benutten.

  • Fraude met uitkering actief bestrijden door inzet sociaal rechercheur.

  • Schuldhulpverlening is een gemeentelijke taak. De SGP wil het preventief beleid waar mogelijk bevorderen omdat voorkomen beter is dan genezen

  • Voorlichting geven in zorginstellingen.

  • Mensen actief benaderen in plaats van afwachten.

5. Educatie

Het belang van onderwijs van goede kwaliteit kan moeilijk worden overschat. De rol van de gemeenten - het creëren van optimale raadvoorwaarden hiertoe - is beperkt, maar niet onbelangrijk. Immers, zaken als huisvesting, lokaal onderwijsbeleid en leerlingenvervoer vallen onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. De vrijheid van onderwijs is leidend voor het gemeentelijk onderwijsbeleid.


Onderwijsbeleid

Het lokale onderwijsbeleid wordt vastgelegd in een nota Lokaal Educatieve Agenda. De ontwikkelingen rondom het passend onderwijs vormen een belangrijk agendapunt. De SGP is van mening dat een goede verstandhouding tussen de verschillende partners (schoolbesturen, directies en gemeente) van groot belang is.

Concreet:

  • Het bevoegd gezag als serieuze partner zien, om samen te komen tot een breed gedragen lokaal onderwijsbeleid, dat afgestemd wordt op de ondersteuningsplannen passend onderwijs.

  • Een integrale aanpak van ondersteuning en zorg realiseren, in en buiten de school.

  • Zich onthouden van actieve inmenging in de inhoud van het onderwijs.

  • In overleg met het onderwijsveld maatregelen nemen ter voorkoming van vroegtijdige schooluitval.

  • Het leerlingenvervoer adequaat regelen, zodat ouders in staat zijn hun kinderen (passend) onderwijs te laten volgen dat aansluit bij de gewenste identiteit.

  • We streven naar instandhouding van de school te Noordeinde zonder inzet van extra gemeentelijke middelen.

Huisvesting

De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van het onderwijs.

Concreet:

  • Niet bezuinigen op het onderwijshuisvestingsbudget ten koste van het primair en voortgezet onderwijs en ten gunste van sport en welzijn.

  • Rekening houden met het levensbeschouwelijk karakter en de identiteit van de school bij gebruikmaking van het vorderingsrecht op leegstaande lokalen.

  • Zorg dragen voor kwalitatief goede onderwijshuisvesting, waarbij binnenklimaat, veiligheid en duurzaamheid prioriteit hebben.

  • De onderwijsgebouwen zodanig inrichten, dat tegemoetgekomen kan worden aan een toenemende diversiteit van leerlingen als gevolg van passend onderwijs.

  • Het bevorderen van de clustering van de scholen.

  • Het stimuleren van het multifunctioneel gebruik van de schoolgebouwen en pleinen.

Onderwijsachterstand

De gemeente heeft een sturende en coördinerende rol bij de bestrijding van onderwijsachterstanden en neemt de aanpak hiervan voortvarend ter hand.

Concreet:

  • Beschikbare gelden voor voorschoolse educatie ook daadwerkelijk ter beschikking stellen aan het onderwijsveld en een doorlopende leerlijn waarborgen.

  • Achterstanden in een zo vroeg mogelijk stadium in kaart brengen, bijvoorbeeld door een goede samenwerking tussen consultatiebureaus, kinderopvang en scholen.


Bibliotheek

De SGP streeft in deze tijd van de beeldcultuur de bevordering van de leescultuur onder jong en oud na. De openbare bibliotheek vervult hierbij een belangrijke functie. Zeker ook in het huidige tijdperk als ‘informatiemakelaar’.

Concreet:

  • De aangeboden boeken en andere informatiebronnen kennen geen godslasterlijke, aanstootgevende en gezagsondermijnende uitingsvormen, maar bevorderen goede zeden.

  • De internetcomputers in de openbare bibliotheek zijn voorzien van een adequaat filter of zijn zo geplaatst dat misbruik bemoeilijkt wordt.

  • De bibliotheek is zo optimaal mogelijk bereikbaar, maar blijft op zondag gesloten.

  • Bij samenstelling en uitbreiding van het assortiment is er aandacht voor verschillende doelgroepen, zoals laaggeletterden, en verschillende denominaties binnen de gemeente.

  • Verdere bezuiniging op bibliotheekwerk zijn niet bespreekbaar.


6. Cultuur, recreatie en sport

De SGP ziet als hoofddoel van de cultuuropdracht, zoals de Bijbel ons leert, de eer van God en het welzijn van de naaste. Deze visie geeft ook richting aan de invulling van cultuur, recreatie en sport. Het karakter van de lokale samenleving geeft vaak herkenning en heeft een samenbindende functie. Mensen willen zichzelf kunnen zijn en de eigenheid ook delen met elkaar. De SGP wil een samenleving, en niet een naast-elkaar-leving. Cultuur en cultuurhistorie kunnen hierin een belangrijke rol spelen, evenals het verantwoord samen recreëren en sporten.


Cultuurhistorie en cultuur

De SGP hecht grote waarde aan de beleving van de cultuur. Het stimuleren van (sociaal-)culturele activiteiten en structuren kan hieraan bijdragen. Primair dienen culturele activiteiten voort te komen uit particulier initiatief, maar de gemeente vervult hierbij een stimulerende en ondersteunende rol. Kunstuitingen in de publieke ruimte moeten in overeenstemming zijn met de Bijbelse cultuurop-dracht.

Naast cultuurbeleving is ook waardering van de cultuurhistorie erg belangrijk. De geschiedenis hangt uiteraard nauw samen met de lokale identiteit. De SGP maakt zich sterk voor het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden. De gemeente schept mogelijkheden, ordent en beschermt.

Concreet:

  • Actieve of passieve deelname aan kunst en cultuur voor alle inwoners waar mogelijk in stand houden.

  • Cultuurhistorische waarden behouden door middel van gebruik te maken van sponsoring particuliere initiatieven.

  • Het boerderijmuseum als zichtbare drager van de lokale geschiedenis volgens huidig beleid steunen

  • Versterken van het eigen imago door toeristische evenementen die verwijzen naar de lokale cultuur(historie).

Recreatie te toerisme

De drukke maatschappelijke omstandigheden veroorzaken behoefte aan ontspanning. De SGP wil daarom bijdragen aan verantwoorde recreatie. De gemeentelijke taak bestaat vooral in het scheppen van goede randvoorwaarden.

Behalve recreatiemogelijkheden voor de eigen inwoners zijn ook goede faciliteiten nodig ter ondersteuning van het toerisme. De SGP pleit voor aantrekkelijke toeristische voorzieningen, maar wijst nadrukkelijk op het behoud van het eigen karakter van de kernen en de zondagsrust.

Concreet:

  • Zorgen voor een goed voorzieningenniveau van vrijwilligersverenigingen die een verantwoorde vrijetijdsbesteding bieden.

  • Verbeteren en/of realiseren van aantrekkelijke fiets- en wandelroutes en rustpunten.

  • Zorgen voor een evenwichtige spreiding van veilige speelvoorzieningen voor kinderen, en naast verschuiving van de verantwoordelijkheid richting de wijkbewoners, ook investeren in ondersteuning om op lange termijn voor onze kinderen voldoende speelmogelijkheden te houden.

Evenementen

Evenementen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de levendigheid van de gemeente. De SGP staat open voor gezellige activiteiten die de sociale cohesie bevorderen. Wel zijn duidelijke spelregels nodig, onder andere om overlast voor omwonenden te voorkomen.

Concreet:

  • De eindtijd voor geluidsoverlast bij buitenevenementen op 23.00 uur stellen.

  • Geen vergunningen verlenen voor evenementen met een verhoogd risico op drugsgebruik, overmatig alcoholgebruik en activiteiten die in strijd zijn met de goede zeden.

  • Geen vergunningen afgeven voor evenementen op zondag.

  • Voor grootschalige evenementen uitwijken naar terreinen buiten de bebouwde kom. Plaatsen rond bejaarden- of verzorgingscentra niet beschikbaar stellen.

  • Het tegengaan van onnodige (pop)muziekoverlast.

Recreatieve sport

Recreatieve sport kan een positieve bijdrage leveren aan de vorming en gezondheid van de jeugd, aan de volksgezondheid in z’n algemeenheid en aan sociale verbanden. Veel vrijwilligers zijn op dit terrein actief, en ook ouders tonen vaak grote betrokkenheid.

De SGP onderkent de positieve aspecten van sport en wil deze ondersteunen door als gemeente voldoende faciliteiten en accommodaties te bieden. Ouderen en gehandicapten verdienen extra aandacht; niet alleen in het mogelijk maken van sport en beweging, maar ook in het bevorderen van sociale contacten. Helaas heeft sport ook negatieve aspecten. De SGP wil geen sportverdwazing en geen zondagssport.

Concreet:

  • Door kennismakingsprogramma’s voor sport leerlingen stimuleren tot meer bewegen.

  • Bij deze kennismakingsprogramma’s ook aandacht besteden aan ‘fair play’: het stimuleren van sportief gedrag en het voorkomen van sportverdwazing.

  • Sport mogelijk maken door het behouden of realiseren van betaalbare en voldoende faciliteiten en accommodaties.

  • Het sportaanbod toegankelijk houden/maken voor ouderen en mensen met een beperking.

  • Streven naar evenwicht tussen gemeentelijke en het bevorderen van particuliere bijdragen.

  • Ontmoedigen van alcoholgebruik in sportkantines.

  • Zondagssport niet subsidiëren en terugdringen.

  • Het multifunctioneel gebruik maken van de sportaccommodaties.

  • Bij het zwembad De Veldkamp zorgen voor een oplossing die op lange termijn lagere kosten voor de belastingbetaler biedt.

7. Leefomgeving

Wij behoren zorgvuldig om te gaan met de natuur. Gods goede schepping moeten we bouwen en bewaren. Een schoon milieu, waaronder ook het openbaar groen en het water valt, moet onze aandacht hebben. Hier geldt het rentmeesterschap bij uitstek. Hoofdlijnen zijn bijvoorbeeld het investeren in duurzame energiebronnen en het duurzaam inrichten van de (leef)omgeving.


Groen

Het groen - bomen, struiken, parken en perken en het buitengebied - bevordert de leefbaarheid van de gemeente. Het gericht inzetten van beplanting maakt het mogelijk om energie te besparen, de geluidsoverlast te beperken en de luchtkwaliteit te verbeteren. De SGP vindt een minimaal kwaliteitsniveau belangrijk, ook omdat groen sterk beeldbepalend is. Bij de inrichting van de openbare ruimte worden de aspecten van verkeersveiligheid en sociale veiligheid in voldoende mate meegenomen, zodat onoverzichtelijke en onveilige situaties worden voorkomen.

Concreet:

  • Het gemeentelijk beleid voor groen mag niet leiden tot vermindering van de hoeveelheid groen.

  • Technisch groen bij bedrijventerrein en langs doorgaande wegen stimuleren.

  • Ecologische stroken worden aangelegd ten behoeve van flora en fauna. Voor een deel van ons weidegebied kan worden gekozen voor het ondersteunen van het bloemrijk maken om ons weidevogelbestand te verbeteren.

Water

Water wordt een steeds belangrijker onderwerp voor gemeentelijk beleid, vooral ook vanuit de wetenschap dat er steeds meer sprake is van verdroging van poldergebied. In Oldebroek is een waterplan opgesteld met een looptijd tot 2015. Dit plan dient dan ook in de komende periode te worden geactualiseerd.

Concreet:

  • Het grond- en oppervlaktewater zuiver houden.

  • De gemeentelijke riolering op een goed niveau beheren.

  • Natuurontwikkeling stimuleren.

  • Bij het bouwen op lage plaatsen, maar ook daar waar ruimte wordt gecreëerd voor de rivier (Bypass Kampen), rekening houden met de ruimte die water neemt.

  • Uitvoering geven aan het Waterplan en deze voor 2015 actualiseren.

  • Regenwater zo veel mogelijk afkoppelen.

  • Ontwikkelingen rond grondwaterpeil mogen de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven niet nadelig beïnvloeden.

Milieubeleid

Het milieubeleid vraagt om een integraal plan. In een dergelijk beleidsplan komen de kwaliteit van de openbare ruimte, duurzaamheid, geluid, licht en afvalstoffenbeleid aan de orde en is feitelijk een plan waarin naast deze elementen ook het LOP (landschapsontwikkelingsplan, het gebiedsplan versterking Oldebroekse natuur, de Groenvisie een gemeenschappelijk kader vormen. De SGP vindt dat de gemeente zelf ook het goede voorbeeld dient te geven in zaken als energiebesparing en CO2 -reductie.

Concreet:

  • Vervuiling en uitputting van grondstoffen voorkomen door duurzaam bouwen.

  • Overtollige warmte of energie slim benutten (industrie – huishoudens).

  • Ondanks de moeilijke situatie op de huizenmarkt verdient realisering van energieneutrale woningen bij nieuwbouw de voorkeur.

  • Een stimuleringsregeling voor isolatie van oudere woningen vaststellen.

  • Actief meewerken door het aanwenden van alternatieve energiebronnen door particulieren en bedrijven te stimuleren.

  • Bio-vergistingsinstallaties en het gebruik van biobrandstof mogelijk maken.


Afvalstoffenbeleid

Afvalstoffen worden tegenwoordig niet meer gezien als een bron van ergernis, maar als een bron van inkomsten en energie. Daarmee is niet gezegd dat verrommeling moet worden toegestaan en zal nog steeds afval zo veel mogelijk moeten worden voorkomen. Het scheiden van afval afvalstromen verbetert de verwerkingsmogelijkheden.

Concreet:

  • Optimale scheiding van afvalstromen stimuleren.

  • Het inzamelen van oud papier door Old-papier blijvend in stand houden.

  • Het milieurendement verbeteren en zorgen voor aanvaardbare kosten voor de burger (zo mogelijk vermindering) en een goed serviceniveau.

  • De baten en lasten van afvalinzameling direct verrekenen in het tarief voor de burger.

Verkeer

Het verkeer zal voortdurend aandacht blijven vragen. Het aantal auto’s groeit nog steeds. Bestaande wegen, als de Zuiderzeestraatweg blijven daarom vragen om aandacht, als het gaat om het afwikkelen van het verkeer. Daarbij zijn zowel de verkeersveiligheid in het dorp Oldebroek als de aansluiting op de A-28 bij Wezep knelpunten die moeten worden opgelost. Zeker als verwacht mag worden dat door de ontwikkelingen op de industrieterrein Wezep-Noord en H2O grotere verkeersstromen tot gevolg zullen hebben die ook hier moeten worden afgewikkeld. Ontwikkelen van een nieuwe aansluiting op de A-28 of A-50 wordt door de SGP ondersteunt. De SGP hecht groot belang aan veilige voet- en fietspaden.

Concreet:

  • Extra lange vrachtauto’s uit de bebouwde kom weren.

  • Voet- en fietspaden worden binnen de bebouwde kom verder ontwikkeld.

  • Goede aansluitingen in het openbaar vervoer behouden.

  • Nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen zo snel mogelijk op het openbaar vervoer en het fietspadennetwerk aansluiten.

8. Ruimtelijke ordening en wonen

Het Bijbelse rentmeesterschap geeft richting aan het SGP-beleid voor ruimtelijke ordening. Daarbij gaat het om verduurzaming (zoals duurzaam bouwen). Ook gaat het om een verantwoorde indeling van de openbare ruimte.


Toekomstvisie

Oldebroek moet een aantrekkelijke woongemeente blijven. In de toekomstvisie van onze gemeente zijn volkshuisvesting, werkgelegenheid, economie, natuur en recreatie afgewogen in beeld gebracht. Wel zal deze visie moeten worden vertaald in toekomstgerichte ruimtelijke plannen en concreet beleid.

Concreet:

  • Blijvend aandacht voor de ontwikkeling van ons buitengebied.

  • Leefbaarheid in kleine kernen moet gewaarborgd blijven.

  • Duurzame energiewinning moet voor het landschap geen blijvende nadelige effecten hebben.

Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan legt de vormgeving van de ruimte vast, nu en in de nabije toekomst. Een goede afstemming met de provinciale omgevingsvisie, met direct betrokkenen en belangenorganisaties versnelt het proces.

Concreet:

  • In bestemmingen flexibel zijn en af durven wijken om in te kunnen spelen op de vraag naar woningen of bedrijven.

  • Bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan zorgen voor betrokkenheid van onderaf en draagvlak creëren.

  • Functieverandering van agrarische gebouwen moet mogelijk blijven voor buitengebiedsgerelateerde of passende functies om ‘verrommeling’ van het platteland te voorkomen.

  • Bij overdracht van WABO-taken het klantbelang vooropstellen en de afstand tussen bestuur en burger minimaliseren.

  • Bestemmingsplannen afstemmen op het karakter van de gemeente (o.a. hoogbouw zo veel mogelijk vermijden)

  • De SGP zal al het mogelijke doen om seksinrichtingen te weren.

Welstandsnota

De SGP vindt dat ruimtelijke ontwikkelingen niet te veel moet worden belet door te strenge welstandseisen. Ook zullen gedeelten van particulier ontwikkelde terreinen vrijgesteld moeten worden van welstandseisen. Dit beleid moet dan ook zo sober mogelijk worden ingevuld.


Concreet:

  • Enkel in zeer beeld bepalend gebied, zoals rond monumentale panden rekening houden met de identiteit en uitstraling van de woon- en leef-omgeving.

  • Particuliere ontwerpen zo mogelijk welstandsvrij bouwen.

  • In het welstandsbeleid onnodige beperkingen voor burgers en bedrijven voorkomen.

Woningbouw en leefmilieu

Een aantrekkelijke gemeente kenmerkt zich door variatie in woon- en leefmilieus. Er moeten verschillende woningen staan: sociaal, middelduur en duur. De SGP vindt evenwicht in het woningaanbod belangrijk; dit is te bereiken door vraaggericht in plaats van aanbodgericht te bouwen. Mede door verschillende bouwstijlen krijgt een gemeente karakter. Het is mogelijk om via bestem-mingsplannen en grondexploitaties hierin sturend op te treden. In de Woonvisie wordt het woningbouwbeleid geformuleerd en op grond daarvan worden prestatieafspraken met woningcorporaties en ontwikkelaars gemaakt.

Concreet:

  • Gezochte wordt naar “best practises” om de woning bouw ook in Oldebroek zo spoedig mogelijk weer vlot te trekken.

  • De grondprijzen zijn afgestemd op de actuele prijsontwikkeling.

  • Voldoende betaalbare starterswoningen garanderen.

  • Starterswoningen zodanig opzetten dat deze ook hun functie als starterswoning behouden.

  • Doorstroming op de woningmarkt stimuleren.

  • Bij de ontwikkeling van in- of uitbreidingslocaties nagaan hoe duurzaamheid bereikt kan worden.

  • Er moet aandacht blijven voor speelruimte in nieuwe wijken.

Agrarische sector

In de gemeente Oldebroek is de agrarisch sector beeld bepalend voor het buitengebied. Ontwikkelingen in deze sector, die leiden tot schaalvergroting zijn niet te voorkomen. De SGP vindt dat deze schaal vergroting ons niet ontlast van ons rentmeesterschap. De agrarische sector heeft hierin ook weldegelijk haar taak. Variatie in flora en fauna kunnen prima samen gaan met ontwikkelingen in de landbouw. Echter ontwikkeling van megastallen voor de intensieve veehouderij past niet in het buitengebied van Oldebroek. Verbreding van de landbouw en een grotere differentiatie van functies in het buitengebied zijn daarentegen niet te voorkomen.

Concreet:

  • Het totale areaal aan landbouwgrond blijft ten bate van de landbouw.

  • Schaal verbreding voor de landbouw wordt gefaciliteerd.

  • Agrariërs stimuleren om de instandhouding van het landschap op zich nemen, bijvoorbeeld door zorgboerderijen, landschapsbeheer e.d.

  • Nieuwe ontwikkelingen in de grondgebonden landbouw wordt mogelijk gemaakt.

9. Financiën en risico’s

Voor de uitvoering van het beleid zijn voldoende financiële middelen nodig. Middelen die worden verkregen door uitkeringen van het Rijk of via belastingheffing door de gemeente zelf. Gemeentelijke financiën betreffen dus gemeenschapsgeld. Uitgangspunt voor de prijs van producten en diensten van de gemeente is kostendekkendheid. De SGP staat voor transparant, verantwoord besteden.

Concreet:

  • Transparant: inzicht geven in de financiële mogelijkheden. Maar ook duidelijk zijn in de verantwoording van de bestede financiële middelen. De risicoparagraaf is een essentieel onderdeel van deze verantwoording. Verder is het van belang om transparante afspraken over beleidsmatige wijzigingen én de financiële consequenties daarvan inzichtelijk te maken.

  • Verantwoord: besteden aan de juiste doelen, tegen een prijs die niet hoger is dan noodzakelijk.

  • Besteden: reserves opbouwen is geen doel op zich voor een gemeente. Investeren is/blijft noodzakelijk zonder verdere stijging van structurele lasten behoudens inflatie.

Begroting

De gemeente behoort er voor te zorgen dat de begroting op orde is. Dat betekent inzicht hebben in wat nodig is voor een sluitende begroting. De kortingen op het gemeentefonds of budgettaire kortingen gerelateerd aan decentralisaties vragen om een expliciete keuze om of het beleid aan de nieuwe financiële mogelijkheden aanpassen of extra begrotingsruimte te vinden. De SGP streeft een heldere, inzichtelijke en degelijke begroting na.

Concreet:

  • Een structureel sluitende begroting.

  • Actieve sturing op beleid en geld door een solide begroting.

  • Beheerplannen die inzicht geven in onderhoudskosten om alle kapitaalgoederen op het vastgestelde kwaliteitsniveau te houden.

  • Voldoende middelen om gebouwenbeheer, riool, openbare ruimte en groen op het door de gemeenteraad bepaalde niveau uit te voeren.

  • Kritische evaluatie van lopende uitgaven (wel of niet continueren).

  • De reserve positie is voldoende om mogelijke risico’s op te vangen.

Risicomanagement

Het huis op orde betekent ook inzicht hebben in alle risico’s. Jaarlijks worden alle risico’s, zowel conjuncturele als beleidsrisico’s, in beeld gebracht. Zeker als het gaat om risico’s aangaande grondexploitatie.

Het gaat hierbij om:

  • De grootte van de risico’s en de kans dat een risico zich voor doet.

  • Datgene wat gedaan moet worden om de risico’s te voorkomen of de effecten te verzachten.

  • Goed inzicht te hebben op de verschillende samenwerkingsverbanden

  • Goed zicht te hebben op de financiële positie van verbondenpartijen

  • Voortdurend de betrouwbaarheid en kredietwaardigheid volgen van partijen waar geld is uitgezet.

  • De effecten van de drie decentralisaties in het sociale domein (AWBZ, Jeugdzorg en Participatiewet) monitoren.

De mogelijke gevolgen van deze risico’s en in het bijzonder die van de drie decentralisaties in het sociale domein voor de gemeentelijke financiën vragen om een strategische visie voor de komende beleidsperiode en voor de lange termijn.


Belastingen/heffingen

Naast de uitkering die de gemeente krijgt van het Rijk (uitkering Gemeentefonds) heft de gemeente ook belastingen. Een belangrijk deel daarvan is de onroerende zaakbelasting (OZB). De SGP is pleitbezorger van een terughoudende inzet van dit recht om belasting te heffen. Het gaat in hoofdzaak om een evenwicht tussen de voorzieningen voor de burgers en de te heffen belasting én draagkracht van de inwoners. De lasten van de gemeente Oldebroek ligt hoger dan gemiddeld.

Concreet:

  • Uitgangspunt is om de OZB opbrengst niet meer te verhogen dan de inflatienorm. Extra verhoging alleen indien voldaan wordt aan strikte voorwaarden, zoals het bestaan van een structureel tekort en ontoereikende risicobuffers. De SGP wil eerst het schrappen van taken of plannen bezien en de kostendekkendheid van andere tarieven voor concrete producten/diensten.

  • Aantoonbaar bewijs welk concreet product of voorziening door verhoging van de OZB in stand gehouden wordt.

  • Correctie van OZB-tarieven voor de waardestijging van onroerend goed van burgers én bedrijven.

  • Kwijtschelding van belastingen voor burgers die niet kunnen werken of van een laag inkomen moeten rondkomen.

  • Tarieven van rioolrecht, afvalstoffenheffing, begraafrechten etc. zijn kostendekkend.

  • Begraafplaatsen dienen meer door de burger en voor minder kosten te worden onderhouden.

  • Gezien de huidige lasten geen extra verhoging behoudens inflatie.

Subsidiebeleid

Subsidiëren van organisaties, verenigingen of instellingen beoogt doelstellingen van publiek belang te ondersteunen.

Concreet:

  • Het identiteitsgebonden zijn van de subsidieontvanger is geen reden maar zeker geen belemmering om te subsidiëren.

  • Subsidies hebben een aanvullend karakter.

  • Doelstelling en activiteiten van de subsidieontvanger mogen niet strijdig zijn met Gods Woord.

  • Financiële situatie van de gemeente kan noodzaken tot herziening van het subsidiebeleid



SGP Oldebroek

info@oldebroek.sgp.nl

www.twitter.com/@sgpoldebroek

www.oldebroek.sgp.nl




Verkiezingsprgramma CDA: Samen Energiek 2014-2018

  •   Inleiding
  • 1. Terugblik en vooruitblik
  • 2. Burgers en bestuur
  • 3. Samenwerking met andere gemeenten
  • 4. Wonen, werken en vrije tijd
  • 5. Samenleving, zorg en onderwijs
  • 6. Openbare orde en veiligheid
  • 7. Financiën


Inleiding
Het CDA is een christendemocratische volkspartij. Bij ons staat de verbinding met de gemeenschap centraal. De betrokkenheid van mensen bij anderen en bij hun leef- en werkomgeving. Mensen kunnen tot persoonlijke groei komen door verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar. Die instelling en houding is het CDA uit het hart gegrepen. Vandaar ook dat burgerinitiatieven als de Voedselbank en Voor Mekaar altijd op onze steun kunnen rekenen. Wij gaan uit van een christelijke mens- en maatschappijvisie. De Bijbelse boodschap is voor ons het fundament, onze kracht en onze inspiratiebron bij het zoeken naar oplossingen voor problemen die spelen.

Het CDA is een open en verbindende volkspartij, geworteld in alle lagen van de samenleving. Daarom biedt het CDA ook in onze gemeente plaats aan verschillende mensen. We zijn een partij waar iedereen erbij hoort. Het is een partij die midden tussen de mens en staat en de kracht en energie van de gemeenschap wil inzetten voor de gemeenschap. Voor ons begint politiek met de erkenning van maatschappelijk initiatief. De overheid geeft mensen en organisaties het vertrouwen dat ze doen wat ze kunnen doen. De burger gunt de overheid de ruimte om te doen wat ze moet doen. Vertrouwen staat centraal. We willen geen cultuur van opleggen, controleren en afrekenen, maar van overleggen, stimuleren, meedenken en aanpakken.

Het CDA staat pal voor de rechtsstaat als onmisbare voorwaarde voor de bescherming van menselijke waardigheid. De overheid is er om samenleven mogelijk te maken. Het is een betrouwbare overheid die heldere grenzen stelt en onrecht bestrijdt. We zetten in op betrokken burgers om de onderlinge verbondenheid te verstreken. Wie geraakt is door het lot van de ander kan niet anders dan in beweging komen. De zwakkeren in onze samenleving verdienen hulp en respect. In de hulp van de overheid moet de menselijke maat zichtbaar en voelbaar worden.

Vanuit het besef van verbondenheid tussen de generaties voelt het CDA zich geroepen tot zorg voor natuur en cultuur. Dat vraagt dat we verder kijken dan hier en nu. We beschermen wat van waarde is. Om een betere samenleving achter te laten aan onze kinderen en kleinkinderen zijn ook ondernemerschap en innovatie nodig.

Onze uitgangspunten belijden we niet alleen met de mond, maar gaan we heel concreet handen en voeten geven in de praktijk van elke dag. We doen dat in een gemeente waar het fijn wonen en werken is, gelegen in de prachtige Veluwe, maar tegelijk met vele banden verbonden met de regiostad Zwolle en van die kracht van Zwolle als economische motor in deze regio wil het CDA graag gebruikmaken.

Het CDA Oldebroek heeft nauwe contacten met het CDA in de provincie Gelderland en het landelijk CDA. De meerwaarde daarvan heeft zich meermalen bewezen.

Voor het CDA zijn kernwaarden: betrouwbaar, begrijpelijk en betaalbaar. Deze waarden zijn leidend geweest bij het samenstellen van dit verkiezingsprogramma. Geen program van onbetaalbare beloften of onhaalbare vergezichten, van populistisch taalgebruik of negativisme, maar wel van het samenbinden van krachten en nieuwe energie.

1. Terugblik en vooruitblik
De afgelopen politieke periode was in Oldebroek, ook voor het CDA, een bewogen periode. De verkiezingsuitslag in 2010 week aanzienlijk af van die van de vorige jaren. De lijstcombinatie van CU en SGP behaalde 6 + 4 = 10 zetels, en verkreeg daardoor een meerderheid. De PvdA viel terug van 5 naar 2 zetels. Het CDA kreeg net te weinig stemmen voor een vierde zetel en viel daardoor terug van 4 naar 3 zetels. Met een dergelijke uitslag lag het voor de hand, dat aan de jaren lange samenwerking in een college van CDA, CU en PvdA een einde zou komen. ABO en PvdA gaven al snel aan niet deel te willen nemen aan het nieuw te vormen college van burgemeester en wethouders. CU en SGP hadden samen genoeg zetels om een op een meerderheid in de gemeenteraad rustend college te vormen, maar wilden een breder college. Daarvoor werd een beroep gedaan op het CDA. Het CDA was hiertoe bereid, mits aan een aantal voor het CDA wezenlijke voorwaarden zou worden voldaan. Zo was een belangrijk speerpunt: “de burger centraal, waarbij de eigen verantwoordelijkheid voorop staat”. Dat betekent dat niet de overheid bepaalt wat goed is voor de burger, maar dat de burger zelf met voorstellen komt en dat, indien zo’n voorstel inpasbaar is in het gemeentelijk beleid, die wens van die burger ook gehonoreerd wordt (“Ja, mits” i.p.v. “Nee, tenzij”). Het betekent ook dat groepen burgers zelf verantwoordelijkheid gaan dragen voor wat er in hun wijk gebeurt: dorps- en wijkbudgetten. De door het CDA verlangde benadering kwam in het nieuwe collegeprogram en op deze basis besloot het CDA deel te nemen in het nieuwe college. Het was het waard om onder deze voorwaarden aan het college deel te nemen. Het hoort bij het CDA om daar waar mogelijk bestuursverantwoordelijkheid te nemen en te delen.

Toch kwam in 2012 een einde aan onze deelname aan het college. Breekpunt was de wijze waarop het zittende college, daarin gesteund door de andere coalitiepartijen, meende invulling te moeten geven aan de noodzakelijke bezuinigingen. Door de economische teruggang moet er bezuinigd worden en de gemeenten moeten hun deel daaraan bijdragen. Daar staat ook het CDA voor. Het kan echter niet zo zijn dat verenigingen door de gemeente op de nullijn gezet en individuele burgers zwaarder belast worden, terwijl de gemeente Oldebroek in diezelfde periode meer dan € 3 miljoen (eerst € 1,8 miljoen en later nog eens een fors bedrag) extra in het gemeentelijk apparaat stopt. Dat is de omgekeerde wereld. Als de coalitiepartijen CU en SGP op die basis liever samen een college vormen, dan ziet het CDA voor zichzelf geen plaats meer in het college en geeft het daarmee een helder signaal aan de bevolking. Die zal er bij de verkiezingen van 2014 zijn oordeel over mogen uitspreken.

Het CDA is voor de periode 2014-2018 wederom bereid om bestuursverantwoordelijkheid te nemen. Dat zal het doen als in het nieuwe collegeprogram voldoende voor het CDA essentiële punten komen te staan.

2. Burgers en bestuur
Het CDA wil dat er in de gemeenteraad "volksvertegenwoordigers" zitten. Mensen die voortkomen uit de bevolking, luisteren naar de bevolking, en handelen in het belang van de bevolking. Dat kan alleen als raadsleden ook echt deel uitmaken van de samenleving en die samenleving vanuit hun eigen dagelijkse ervaring kennen.

Het CDA onderscheidt zich van andere partijen door het haar typerende eigen gedachtegoed Niet het verheerlijken van de markteconomie of dromen over de maakbaarheid van de samenleving, maar zij gelooft in de kracht van mensen en solidariteit in gemeenschappen. De kracht van de samenleving ligt in die samenleving zelf. De gemeente Oldebroek kent niet minder dan 240 verenigingen, er zijn kerken, er zijn buurten waar men naar elkaar omkijkt enz. De overheid moet de verantwoordelijkheid niet weghalen bij die bestaande gemeenschappen, maar hen vertrouwen schenken en ook daadwerkelijk faciliteren. Geloven in wat burgers, alleen dan wel samen met anderen, zelf kunnen. Niet moeilijk maken, maar stimuleren en hulp bieden.

Niet onder het mom "minder overheid, meer burgerverantwoordelijkheid" uitvoeren van ordinaire bezuinigingen, maar het uitdragen van een andere houding. Burgers vragen om zelf met initiatieven te komen, die te ondersteunen en waar mogelijk uit te voeren. Wij zijn ervan overtuigd dat er op deze manier geld valt te besparen. Burgers begrijpen heel goed dat niet alles kan, maar willen wel betrokken worden bij en uitgelegd krijgen welke mogelijkheden er wel zijn. Wat voor raadsleden geldt, moet ook voor wethouders gelden. Zij dienen de samenleving te kennen en er deel van uit te maken. Zij dienen dan ook uit de eigen gemeente te komen. Het CDA is tegen het "parachuteren" van mensen van buiten tot wethouder van de gemeente Oldebroek.

Het CDA kiest voor "wijkwethouders". Iedere wethouder heeft naast zijn eigen portefeuille een speciale band met een dorp of een wijk. De wijkwethouder organiseert wijkgesprekken met zijn dorp of wijk en is voor de burgers uit die gemeenschappen het eerste aanspreekpunt. Hij initieert o.m. de totstandkoming van wijkveiligheids- en leefbaarheidsplannen en draagt er mede zorg voor dat gemaakte afspraken worden nagekomen. Dorps- en wijkverenigingen zijn belangrijke partners voor het gemeentebestuur. Dorpen en wijken krijgen eigen dorps- en wijkbudgetten en eigen dorps(inspraak)raden

Vanuit het uitgangspunt dat de burger centraal staat, dient er een gemeentelijk servicepunt in Wezep te zijn. Tweederde van de inwoners van de gemeente Oldebroek woont in Wezep en Hattemerbroek. Het is onaanvaardbaar dat deze inwoners voor eenvoudige lokethandelingen of voor vragen en uitkeringen op het gebied van WMO en Sociale Zaken, naar het gemeentehuis in Oldebroek moeten reizen. De ingeboekte bezuinigingen kunnen ook op andere wijze bereikt worden, bijvoorbeeld door beperktere openstelling van zowel de vestiging Oldebroek als die te Wezep.

Speerpunten:
  • Vanuit de kracht van de samenleving zelf dient de gemeente zo veel als mogelijk ondersteuning te bieden bij vragen, terechte wensen en goede ideeen en burgerinitiatieven te stimuleren. Hiertoe worden wijk- en dorpsbudgetten toegekend
  • Naast raadsleden dienen ook wethouders voeling te hebben met hetgeen er leeft onder de lokale bevolking. Daartoe dienen zij als echte volksvertegenwoordigers afkomstig te zijn uit de gemeente.
  • Om gerichte aandacht voor en veiligheid en welzijn in wijken en buurtschappen echt te stimuleren is er de wijkwethouder, die hierin een voortrekkersrol heeft.
  • Zowel in Wezep als in Oldebroek dient voor burgers een serviceloket voor WMO en sociale zaken aanwezig te zijn.
3. Samenwerking met andere gemeenten
Er zijn altijd taken die de macht van een individuele gemeente te boven gaan. Daarom heeft de gemeente Oldebroek dan ook altijd van harte meegedaan aan het samenwerkingsverband Regio Noord Veluwe (RNV).

Momenteel is er meer aan de hand. Door de decentralisatie van rijkstaken naar de gemeenten, komt er een aantal zware taken bij voor de gemeenten. Daarnaast zien we dat het verwachtingspatroon van de burger t.o.v. de overheid toeneemt. Zo wil de burger dat de producten van de gemeente 24 uur per dag online verkrijgbaar zijn.

Voor kleinere gemeenten wordt het steeds moeilijker om zelfstandig al deze taken aan te kunnen. Samenwerking in RNV-verband is daarbij een optie. Er is echter een grens aan datgene wat uit democratisch oogpunt aan een dergelijk samenwerkingsverband kan worden opgedragen. Het is bovendien de vraag of de omvang van het samenwerkingsverband wel altijd aansluit bij de gewenste schaal waarop zaken het beste kunnen worden geregeld.Het CDA zoekt de oplossing niet in een grootschalige herindeling en vindt dat de afstand tussen bestuurders/volksvertegenwoordigers en bevolking niet te groot mag worden. Grootschalige fusies in bijvoorbeeld het onderwijs hebben geleerd dat aan dergelijke operaties veel nadelen kleven.

Het CDA kiest voor intensivering van de samenwerking met een tweetal naburige gemeenten waarmee op verschillende terreinen al goed wordt samengewerkt, Hattem en Heerde, maar zij sluit een grotere combinatie niet uit . Wij kiezen voor verdergaande samenwerking in H2O verband waarbij in eerste instantie de drie ambtelijke apparaten steeds nauwer gaan samenwerken en taken slimmer en burgergerichter gaan inrichten met als uiteindelijk resultaat een zichtbare kwaliteitsverbetering van de dienstverlening aan het publiek. Gemeentelijke schaalvergroting met behoud van een stuk eigen identiteit zal in H2O verband een antwoord moeten bieden op een sterk veranderend maatschappelijk en sociaal toekomstbeeld. Een bestuurlijke fusie in H2O of H2O plus verband is daartoe uiteindelijk noodzakelijk. Indien dus een andere gemeente, bijvoorbeeld Elburg, te kennen geeft aan te willen haken, dan is deelname van deze gemeente aan de nieuwe vorm, voor het CDA een reele optie.

Een fusie van de genoemde ambtelijke apparaten moet leiden tot grotere doelmatigheid en kostenbesparing. Daarom moet er geen afstoting van bestaande gebouwen en het betrekken van een nieuw gebouw plaatsvinden. Slimme ICT- samenwerking en innovatief denken maakt het mogelijk om vanuit de bestaande panden te blijven werken. Noodzakelijk werkoverleg kan ook op slimme manieren plaatsvinden, zonder dat dit veel vergader- en reistijd vergt. De ervaringen van de nieuwe gemeente Molenwaard (Z-H), waar inmiddels op deze manier gewerkt wordt, dienen met nadruk gevolgd te worden.

Naast de hierboven genoemde samenwerkingsvormen dient met name op economisch terrein samengewerkt te worden met "de groeikracht van de gemeente Zwolle".

Speerpunten:
  • Zowel in Wezep als in Oldebroek dienen voor burgers gemeentelijke servicepunten voor eenvoudige handelingen maar vooral voor WMO en sociale zaken aanwezig te zijn.
  • De samenwerking in H2O verband dient uitgebreid te worden en moet leiden tot grotere efficiency en betere dienstverlening aan het publiek.
4. Wonen, werken en vrije tijd

Het CDA gaat niet voor de kwantiteit, maar voor de kwaliteit van de samenleving. Die samenleving bestaat uit individuen en gemeenschappen die de kans moeten hebben om zich te ontplooien. Dat vereist geloof in de kracht van mensen en van samenwerkende mensen. De gemeente is er niet om een stempel op de samenleving te zetten. Maar om de samenleving te faciliteren. Vanuit die overtuiging is het volgende geschreven.

Wonen.
  • Bij het verlenen van bouwvergunningen geldt het principe "ja, mits" en niet "neen, tenzij", waarmee recht gedaan wordt aan een volwassen relatie van de overheid met haar burgers.
  • Er moet volop ingezet worden op het bouwen van echte starterswoningen. Dat geeft jongeren de kans om hier te blijven wonen.
  • De al jaren beloofde woningbouw in Hattemerbroek dient nu echt gerealiseerd te worden.
  • De jeugd van Oosterwolde moet kunnen blijven wonen in het eigen dorp.
  • Wonen voor ouderen dient gestimuleerd te worden, ook in de duurdere sector, zodat er weer sprake is van doorstroming.
  • Leegstaande boerderijen in het buitengebied dienen een passende bestemming te kunnen krijgen.
  • Ontsierende bebouwing, zoals de oude melkfabriek (Amsberg) in Oldebroek, dient met kracht te worden aangepakt en omgezet in passende bebouwing.
  • Duurzaamheid, waaronder groene energie, heeft de warme belangstelling van het CDA. Het CDA denkt daarbij met name aan stimulerende maatregelen m.b.t. zonne-energie.
  • Dorpen en wijken krijgen een eigen geoormerkt budget voor het onderhoud van de eigen woonomgeving.
Werken.
  • Om het industriegebied H2O te ontwikkelen dienen soepeler voorwaarden voor de verkoop van percelen ontwikkeld te worden. Daarnaast moet in goed overleg met de provincie en Rijkswaterstaat een zodanige op- en afrit van de A28 tot stand te komen dat het gebied te allen tijde goed bereikbaar is. Deze ontsluiting dient op een zodanige plaats gerealiseerd te worden dat de Rondweg Noord van intensief verkeer ontlast wordt. De verkoop van beschikbare percelen dient actief en op een eigentijdse wijze ter hand te worden genomen.
  • Ondernemerschap is de motor van onze economie. Goede initiatieven van ondernemers verdienen daarom onze steun.
  • Bij ondernemers denken we nadrukkelijk ook aan ondernemers op het gebied van recreatie. De gemeente Oldebroek biedt aanzienlijk meer potentie op het gebied van recreatie dan waar tot nu toe gebruik van wordt gemaakt. In het buitengebied moeten meer mogelijkheden worden geboden voor recreatieve verkooppunten.
  • Agrarische bedrijven dienen de mogelijkheid te krijgen hun levensvatbaarheid te vergroten door passende nevenwerkzaamheden, bijvoorbeeld in de recreatie of in de zorg. De ontwikkeling tot het vormen van familiebedrijven dient positief benaderd te worden. Dierwelzijn dient te worden gestimuleerd.
  • Het CDA is tegen een 7 x 24-uurs economie. Ook het beschermen van de belangen van de kleine en middelgrote detailhandel is een reden van deze keuze.
  • In Wezep dient het verouderde winkelcentrum vervangen te worden door een nieuwe publiekstrekker met opnieuw gratis parkeervoorzieningen. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ondernemers, pandeigenaren, samenleving en gemeente.
  • Vestiging van een hotel dient bevorderd te worden.
Vrije tijd.
  • Oldebroek moet een groene gemeente blijven. Om de eigen inwoners en de toeristen hiervan nog meer te kunnen laten genieten, dienen goede fietsroutes met kleinschalige voorzieningen onderweg bevorderd te worden. Juist hier biedt samenwerking tussen de binnen H2O opererende bureaus toerisme grote voordelen.
  • Oldebroek is een sportieve gemeente. De vele vrijwilligers die het sportleven mogelijk maken, verdienen onze sportieve en financiele steun en waardering.
  • Actief beleid op aankoop van de nu ongebruikte 2e sporthal in Wezep is noodzakelijk.
Speerpunten:
  • Echt werk maken van starterswoningen en open staan voor ideeen om jongeren aan de gemeente te binden.
  • Woningbouw in Hattemerbroek en Oosterwolde.
  • Vernieuwend en voortvarend werken aan invulling van het H2O bedrijventerrein en een goede (veilige) ontsluiting daarvan.
  • Oldebroek op de kaart zetten als een recreatieve gemeente
  • Een tweede sporthal voor de kern Wezep.
  • Modern ondernemerschap faciliteren..
5. Samenleving, zorg en onderwijs

Nieuwe taken
Oldebroek bereidt zich voor op de extra verantwoordelijkheden die ze er in 2014 en 2015 bij krijgt, door het overhevelen van taken door de rijksoverheid naar de gemeenten. Die verantwoordelijkheden hebben betrekking op drie gebieden: jeugdzorg, begeleiding en dagbesteding van mensen die langdurige zorg nodig hebben en sociale participatie van langdurig werkeloze mensen. Om deze nieuwe taken uit te voeren krijgen gemeentes geld, maar minder dan nu. Dat klinkt niet positief, maar er zijn wel degelijk kansen in de nieuwe situatie. Voor het eerst krijgt één partij; de gemeente, zeggenschap over praktisch het hele sociale domein. Het CDA vindt dat de decentralisaties het de gemeente mogelijk maakt, dwarsverbanden te leggen tussen de WMO/AWBZ, de jeugdzorg en het domein van werk en inkomen. Door in te zetten op preventie en door verschillende vormen van ondersteuning te bundelen kan de gemeente de zorg en ondersteuning effectief en efficiënt organiseren. Begeleiding kan hier zelfs in intergemeentelijk verband optimaal worden geboden. Het is een uitdaging om op een eigentijdse manier zorg dicht bij huis te organiseren.

Uitgangspunt
Het CDA streeft naar een maatschappij waarin burgers zelfredzaam zijn en zich bij elkaar betrokken voelen. Dat zien we gelukkig veel gebeuren in onze gemeente. Een maatschappij die de mogelijkheden biedt aan haar burgers om collectief en individueel tot ontplooiing te komen. Daar waar burgers kwetsbaar zijn, faciliteert de gemeente dat burgers ondersteuning vinden, zodat zij weer zelfredzaam worden en op eigen kracht mee kunnen doen in de samenleving.

Eigen kracht
Het CDA wil ondersteuning op maat leveren, met altijd een gesprek met de inwoner die hulp vraagt, waarin de medewerker van de gemeente, samen met de betrokkene, onderzoekt wat de beperkingen van de eigen mogelijkheden zijn. Het uitgangspunt is niet meer dat mensen recht hebben op een voorziening, maar dat ze op maat worden gecompenseerd voor hun beperkingen. Daarbij wordt ook gekeken naar wat de aanvrager zelf kan doen en wat de directe omgeving kan bijdragen(mantelzorg en sociale cohesie). Pas wanneer hulp van de eigen omgeving onvoldoende is, komt de gemeente hem of haar tegemoet bij het realiseren van andere oplossingen. Door meer uit te gaan van eigen kracht doet de hulpvrager een minder groot beroep op professionele - door de overheid gefinancierde – hulp.

Integrale toegang
Het CDA pleit voor het bieden van integrale toegang tot hulpverlening: één loket voor alle hulpvragen op sociaal-maatschappelijk gebied. Ook kiest het CDA voor integrale aanpak van problemen door één hulpverleningsplan op te stellen voor een gezin of hulpvrager (“gezinscoach”). Als er meer hulpverleners bij een gezin zijn betrokken, werken ze samen en aanvullend. Verkokering wordt zo tegengegaan en er komt een samenhangend stelsel van sociale ondersteuning voor alle leefgebieden en alle levensfasen van de inwoners. De hulpverlening is daardoor gerichter en doelmatiger. Deze veranderingen in werkwijze leiden tot een andere verdeling van taken en verantwoordelijkheden (“transities”) tussen burgers, gemeente en maatschappelijke en zorginstellingen.

Samenspraak
Gemeente en maatschappelijke en zorginstellingen hebben elkaar nodig om integrale ondersteuning goed vorm te geven. Inbreng van cliënten als direct belanghebbenden en ervaringsdeskundigen is belangrijk. Samenwerking van alle betrokkenen gaat verder dan inspraak.
Als Oldebroek niet alle vormen van ondersteuning zelf kan bieden, wordt samengewerkt met andere gemeenten in de regio. Het uitgangspunt is: lokaal waar het kan en regionaal waar het moet of waar dat beter is voor de burgers.

Samenleving
  • Sociale samenhang in onze straten, wijken en dorpen wordt door honderden vrijwilligers ondersteund. Vrijwilligers vormen het cement van onze samenleving en ze versterken gemeenschappen. Het CDA ondersteunt hun inzet waar mogelijk.
  • Voorkomen is beter dan genezen. Ouders die ondersteuning bij hun opvoedende taken willen ontvangen, dienen die te krijgen.
  • Het CDA wil dat ieder kind dat een beroep moet doen op het Centrum Jeugd en Gezin (jeugdzorg) binnen twee weken wordt geholpen.
  • Met een groeiend aantal ouderen en chronisch zieken is preventie, maar ook zelfredzaamheid, van toenemend belang. Dit speelt zich voor een groot deel af op het snijvlak van wonen, welzijn en zorg. Het CDA wil hierin innovatieve projecten ondersteunen.
  • Meer bewegen en gezonder eten zijn uitdagingen voor de toekomst. Jong en oud moeten gestimuleerd worden om te gaan sporten en daarom wil het CDA dat er voldoende duurzame accommodaties voor sport en spel in de gemeente zijn.
  • Leefbaarheid in de kleine kernen wordt onder andere bereikt door goede sociale cohesie. Dit wordt bevorderd door ontmoetingsplekken voor mensen te creeren. Zowel dorpshuizen als Kulturhusen, maar ook een dorps- of wijkplein bieden die mogelijkheid. Naast fysieke ontmoetingsplekken hebben verenigingen en organisaties een belangrijke rol hierin.
  • Bundeling van voorzieningen in bestaande dorpshuizen moet worden bevorderd.
  • Mantelzorg en vrijwilligerswerk zijn noodzakelijk om een levensvatbare gemeenschap in stand te houden. Jongeren moeten via maatschappelijke stages geleerd worden dat ook zij hierin een rol kunnen en moeten spelen.
  • Cultuureducatie is van belang.
  • Het CDA wil amateurkunst, waarbij veel vrijwilligers betrokken zijn, blijven ondersteunen.
  • Het CDA wil dat het bibliotheekwerk via moderne voorzieningen behouden kan blijven.
Onderwijs
  • Goed en bereikbaar onderwijs voor iedereen is ons uitgangspunt.
  • De gemeente dient te zorgen voor goede en eigentijdse huisvesting.
  • De totstandkoming van brede scholen wordt gestimuleerd.
  • De gemeente neemt het initiatief om in goed overleg met de desbetreffende schoolbesturen een Prot. Chr. School in de jonge wijk Wezep-Noord tot stand te brengen.
Regelgeving
Regelgeving op het gebied van samenleving, zorg en welzijn dient vereenvoudigd te worden. Vertrouwen en dienstverlening op maat dient het uitgangspunt van de overheid t.o.v. burgers, verenigingen en instellingen te zijn.

Speerpunten:
  • Vestiging van een protestants christelijke school in de wijk Wezep Noord
  • Inzet van jongeren in de vorm van maatschappelijke stages, ook in de mantelzorg en het vrijwilligerswerk in de gemeente.
  • Gebruikmaking van een loket voor alle sociaal maatschappelijke hulpvragen
  • Gerichte hulpverleningsplannen en inzet van een gezinscoach en eigen kracht/zelfredzaamheid conferentie (functioneel netwerk)
  • Functionele samenwerking met buurgemeenten op het gebied van sociaal, maatschappelijke en jeugdzorg.
  • Ieder die een beroep doet op het Centrum Jeugd en Gezin (jeugdzorg) binnen twee weken wordt geholpen.


6. Openbare orde en veiligheid

Juist op dit belangrijke beleidsterrein is samenwerking met onze buurgemeenten noodzakelijk voor een zo veilig mogelijke woon- en leefomgeving. Steeds vaker is te zien dat criminelen, vaak vanuit het westen van het land, meerdere dorpen tegelijk aandoen en hun slag slaan, in de vorm van inbraken, ram- of plofkraken, overvallen en berovingen. Daarnaast zijn aandacht voor jeugdoverlast, vernielingen en verkeersveiligheid blijvende thema¡¦s. De gemeenten Elburg, Epe, Hattem, Heerde, Nunspeet en Oldebroek, hebben hiertoe in samenwerking met het nieuwe politieteam Noord Veluwe een Integraal Veiligheidsplan opgesteld. Een plan dat moet bijdragen aan meer veiligheid en een slagvaardige wijze van het voorkomen en bestrijden van criminaliteit en overlast.

De regisserende en voorlichtende rol van de gemeenten en meer in het bijzonder die van de burgemeester en de wethouders is hierin van cruciaal belang. Het CDA is groot voorstander van het fenomeen "wijkwethouder". Juist hij of zij zal op basis van door politie uitgebrachte wijkveiligheidsscans en in samenwerking met buurt of wijkverenigingen, bewoners en de politie, moeten komen tot een gerichte aanpak in de onder zijn verantwoordelijkheid vallende gebieden. Pas dan kan er sprake zijn van integraliteit en doelmatigheid bij het voorkomen en bestrijden van criminaliteit, onveiligheid en overlast.

Geen volgende rol van gemeenten, maar een activerende, initierende en voorbeeld stellende rol, met als boegbeeld de wijkwethouder, die daarmee in staat is een snelle vertaling te maken naar gemeentelijk beleid en ondersteuning vanuit het gemeentelijk apparaat. Veiligheid in onze wijken, rond scholen en in het verkeer is een zaak die ons allen aangaat. Het CDA staat daarom voor een gezamenlijke en integrale aanpak van alle belanghebbenden met een centrale rol voor de wijkwethouder.

De lokale overheid moet enthousiast inspelen op vragen vanuit de bevolking. Wensen die de leefbaarheid en veiligheid ten goede komen. Stimuleren, honoreren en waarderen; niet beleren. Mensen willen zich serieus genomen voelen en dat moet steeds weer gebeuren in de vorm van wijk en dorpsgesprekken, gerichte belangstelling voor goede initiatieven en daadwerkelijke steun vanuit het gemeentelijk apparaat. Dat alles op basis van wederzijds vertrouwen en respect. De wijkwethouder vervult hierin de rol van coach en spelverdeler, die zich laat informeren over veiligheid en leefbaarheid. Hij of zij zal er vooral op toezien dat ieder meedoet en dat sociale controle en onderlinge hulp de basis vormen voor veiligheid en leefbaarheid in wijken en buurten. Daarnaast is hij of zij er voor verantwoordelijk dat de gemeente zijn handhavende en voorlichtende rol optimaal vervult.

Speerpunten:
  • Een wijkwethouder, die voortrekker en stimulator is, m.b.t. uitvoering van het Integrale Veiligheidsplan in de onder zijn/haar verantwoordelijkheid vallende wijken/buurten.
  • Een gemeentelijk apparaat dat d.m.v. handhaving, voorkoming en voorlichting dienstbaar is aan een optimale uitvoering van veiligheid en leefbaarheid in de wijken/buurten
  • Een permanent appel op ieders verantwoordelijkheid voor het behoud van veiligheid en leefbaarheid in zijn/haar wijk/buurt, d.m.v. sociale controle en het bevorderen van binding en samenwerking.
  • Inzet van meer wijkagenten in de kernen.


7. Financiën

De financiele kaders waarbinnen de gemeente moet opereren worden steeds krapper. Tegelijkertijd worden gemeenten geconfronteerd met nieuwe taken die vanuit het rijk en de provincie worden gedecentraliseerd. Mede in het licht van deze ontwikkelingen staat het CDA Oldebroek voor een solide en duurzaam gemeentelijk beleid, waarbij risico¡¦s op waarde worden geschat.

Speerpunten:
  • Een structureel begrotingsevenwicht, waarbij structurele uitgaven door structurele inkomsten worden gedekt.
  • Het op peil houden van het financiele weerstandsvermogen.
  • Stijging van de OZB blijft beperkt tot de hoogte van het inflatiepercentage.
  • Alleen nieuwe personeelsformatie voor nieuwe taken.
  • De inzet van externe inhuur wordt ingedamd.
  • Extra uitgaven worden altijd getoetst op het maatschappelijk belang.
  • Nieuwe beleidsvoorstellen bevatten een risicoparagraaf, zodat inzicht wordt gegeven in o.a. de financiele risico¡¦s.
  • Samenwerking in H2O verband dient een werkgelegenheidsbevorderend en kostenbesparend effect te hebben.

Verkiezingsprogramma Algemeen Belang Oldebroek (ABO)
(versie 3)14 okt

WOORD VOORAF

ABO is in 2009 opgericht vanwege de ontevredenheid in de samenleving, die was ontstaan door de veelbesproken belangenverstrengelingen en de zogenaamde “achterkamertjespolitiek”. Jarenlang was er geen krachtige oppositie gevoerd in de raad.

Een en ander had tot gevolg dat de raad niet meer serieus werd genomen. Ambtelijke informatie werd zelfs een paar uur voor de raadsvergadering beschikbaar gesteld en het was vaak niet voldoende onderbouwd. Meestal ontbrak een goed en betrouwbaar financieel inzicht. Over zeer grote uitgaven was amper een dialoog en over kleine uitgaven was een oeverloze discussie.

Integriteit was zelfs niet bespreekbaar. Als het wel ter sprake kwam, werd het opgevat als een beschuldiging en werd ABO weggezet als een groep “onruststokers”.

Gelukkig constateren wij dat intussen een aantal zaken ten goede is veranderd, maar we zijn er nog lang niet. Wij begrijpen dat veranderen vaak een langzaam proces is.

ABO is anders! Wij zijn niet gebonden aan landelijke politieke partijen. Wij zijn er voor alle inwoners. Wij maken geen onderscheid in, afkomst, leeftijd, inkomen, geloofsovertuiging en/of ideologische opvattingen. De naam A.B.O staat voor alle bloedgroepen.

Wij willen standpunten innemen die leven in de samenleving. Wij willen zuinig zijn met uw geld en uw leefomgeving. Daarmee willen wij ons onderscheiden van de andere partijen.

Wij moeten onze zetelwinst zelf verdienen, zonder hulp van kopstukken en/of subsidie vanuit Den Haag. Kortom, uw stem moet meer invloed krijgen en dat kan alleen als u ons steunt.

Hieronder volgen onze politieke uitgangspunten en visie op de samenleving, alsook de rol van de politiek daarin. Een verkiezingsprogramma moet worden gezien als een doel wat je graag wilt bereiken en kan niet altijd worden opgevat als een belofte aan de kiezer.

Compromissen sluiten is een onontkoombaar onderdeel van onze democratie.

RAAD, COLLEGE EN AMBTELIJKE ORGANISATIE

ABO streeft naar meer dualisme tussen raad en college. Dit wil zeggen een duidelijke scheiding van rollen en taken. Het raadslid is een volksvertegenwoordiger, stelt de kaders vast en controleert het beleid van het college. Van onze volksvertegenwoordigers mag worden verwacht dat ze goede contacten hebben met de inwoners, verenigingen en instanties. Op basis van de signalen uit de samenleving, kan richting worden gegeven aan het beleid van het college. Ook zijn de raadsleden gekozen om het beleid van het college onafhankelijk en kritisch te beoordelen.

Vanwege het dualisme is het niet gewenst dat de wethouders worden benoemd uit de eigen kring (raadsfracties). Dat is funest voor de onafhankelijkheid en schadelijk voor het dualisme (de gescheiden rollen van uitvoerende macht en contolerende macht). Een dergelijke benoeming is vaak het resultaat van achterkamertjespolitiek. ABO is zich er van bewust dat juist de komende jaren meer vakkennis wordt gevraagd van een wethouder. Die vakkennis kunnen wij niet bespeuren in de hedendaagse politieke kringen.

ABO kiest daarom voor een open sollicitatie procedure voor wethouders met de intentie om de juiste persoon op de juiste plaats te krijgen.

ABO wil een cultuurverandering. De afstand met de burgers moet worden verkleind en het vertrouwen in het lokale bestuur moet worden hersteld. ABO kiest voor een bottom- up strategie waarbij eerst de meningen en wensen worden gepeild van de groepen in de samenleving waarop de veranderingen betrekking hebben. Wij geven toe dat dit veel tijd en energie kost en wij zien ook dat er een beweging is, maar er is nog een heel lange weg te gaan.

Burgerparticipatie en inspraak: De overheid dient de burgers daadwerkelijk en actief te betrekken bij het beleid. De participatieladder is inmiddels onderdeel van ons beleid, maar tot dusver is hier geen gebruik van gemaakt. ABO ziet graag dat de inwoners al aan de voorkant worden betrokken bij het beleid en de besluitvorming van projecten. Daarmee kan veel gedoe in een later stadium worden voorkomen. Ondanks een raadbesluit om de burgers meer te betrekken bij de besluitvorming, gaat het vaak fout. De raad krijgt regelmatig besluiten voorgelegd, waarbij de burgers totaal buiten beeld zijn gebleven. Pas na de besluitvorming mogen de burgers hun mening geven. Dit staat haaks op burgerparticipatie. Onze lijfspreuk is altijd: “zonder draagvlak geen plan”.

Dorps- en wijkraden: Dorps- en wijkraden kunnen een belangrijke meerwaarde hebben voor de burgers en de gemeente. Maar zij dienen ook een beleidsmakende rol te vervullen. Dit kan bijvoorbeeld op het gebied van de inrichting van de openbare ruimte, de lokale voorzieningen, het verkeer, de cultuur, sport, recreatie en op deelgebieden van de zorg. De voordelen zijn dat de burgers meer worden betrokken bij de eigen samenleving. Er ontstaat een grotere sociale betrokkenheid en meer draagvlak, De eigen identiteit kan worden bewaakt en de activiteiten kunnen worden gestimuleerd.

“Meer samenleving, minder overheid” mag niet ontaarden, in een corveedienst voor de overheid, in een passieve en/of terugtrekkende overheid, in een overheid die de bewoners aan hun lot overlaat en de problemen over de schutting gooit van de wijk- en dorpsraden.

Dienstverlening: Het is vanzelfsprekend dat er een goede dienstverlening moet zijn. De inwoners staan centraal en niet wat ambtenaren vinden of denken. De gemeentelijke organisatie dient gericht te zijn op de burgers, die in veel gevallen tevens de klanten van de gemeente zijn. De dienstverlening aan de inwoners moet een voortdurend punt van aandacht zijn.

Aan efficiëntie, transparant handelen en heldere communicatie in begrijpelijk Nederlands, moet veel zorg worden besteed. De gemeente moet een actief informatiebeleid voeren over gemeentelijke plannen. Digitale mogelijkheden moeten worden benut, bijvoorbeeld om de mening van de inwoners te peilen over bepaalde ontwikkelingen. Een eenvoudige klachtenadministratie geeft meer inzicht in de knelpunten van de ambtelijke organisatie, dan een onderzoek naar klantvriendelijkheid.

FINANCIEEL BELEID

Onze gemeente verkeert financieel in zwaar weer. De bezuinigingen vanuit Den Haag en de crisis worden als hoofdveroorzakers naar voren geschoven. Maar zijn deze argumenten wel terecht? Andere gemeenten hebben daar toch ook mee te maken en staan er veelal beter voor.

Te lang heeft men hier de ogen gesloten voor de realiteit. Te lang heeft men zich rijk gerekend met te hoge grondprijzen. Te lang is gewacht met het afwaarderen en te lang was er te veel optimisme over het herstel van de economische crisis.

De afgelopen vier jaar is ook veel geld over de balk gegooid door het inschakelen van dure bureaus voor een advies of een onderzoek, zoals de toekomstvisie, het winkelcentrum, zwembad, samenwerking H2O, Zeuven Heuvels, huisvesting arbeidsmigranten, etc.

Al deze rapporten hebben niets opgelost. Het beschikbare geld moet beter worden besteed. En als er dan toch een onderzoek moet plaatsvinden, zoek dan naar een goedkoper alternatief. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een hogere school of universiteit. Andere gemeenten in de regio kunnen ook vaak goede adviezen geven.

Overigens is het dan weer frappant dat er geen extern onderzoek is geweest naar de noodzaak van een investering in de ambtelijke organisatie van ruim vijf miljoen. Bijna al ons spaargeld is verdwenen in de organisatie van de gemeente. Helaas zijn er weinig veranderingen en/of verbeteringen te bespeuren.

*Legitieme maatregelen treffen om het gebruik van de wachtgeldregeling terug te dringen.

*Wij vinden dat grote uitgaven van overheidsgeld ook voor de inwoners, transparant en controleerbaar moet worden verantwoord.

*Goederen alleen vervangen als ze ook echt versleten zijn. Enige jaren geleden zijn nog goed bruikbare afvalcontainers vervangen.

*Geen lastenverhoging voor de burgers.

*Afschaffing van de hondenbelasting.

*Het onderhoud van de openbare ruimte moet op een redelijk peil blijven. Achterstallig onderhoud kan leiden tot extra kosten in de toekomst.

ONDERWIJS

Niemand zal het belang van goed onderwijs ontkennen. Investeren in onderwijs kan economisch en maatschappelijk gezien, veel rendement opleveren. Het de motor van onze economie en het schept meer kansen om zich te ontplooien.

*Van belang is dat schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten wordt voorkomen. Het begin daartoe moet al worden gelegd op de basisscholen. Daarbij kan de leerplichtambtenaar een belangrijke rol vervullen. Een vroegtijdige signalering en een doeltreffend plan voor de ontwikkeling van de leerling is een vereiste. De leerplichtambtenaar moet toezien op een strikte handhaving.

*Een belangrijke ontwikkeling op onderwijsgebied is de brede school. In de ons omringende gemeenten zijn tal van initiatieven op dit gebied ontplooid. Nieuwe initiatieven in onze gemeente zullen wij toejuichen.

*Een clustering van gebouwen voor het lager onderwijs is absoluut noodzakelijk. De besparing kan weer worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs.

*In de omgeving van de scholen is verkeersveiligheid een belangrijk thema dat voortdurend aandacht moet hebben.

*Sport, bewegen, cultuur en natuur moet meer aandacht krijgen. Schoolzwemmen moet een vast onderdeel worden van de schoolactiviteiten,

*Bij het Agnieten College ontbreekt een gymzaal, terwijl op korte afstand de leegstaande Erica Terpstra-hal staat te verpauperen. Een middelbare school zonder gymzaal is niet meer van deze tijd. ABO is van mening dat alles uit de kast moet worden gehaald om de Erica Terpstra-hal aan te kopen. Een nieuwe sporthal bouwen op een andere plek in Wezep, is een illusie. Bij de keuze van de plek spelen meerdere aspecten een belangrijke rol, zoals de verkeersveiligheid (het heen en weer fietsen van de leerlingen door het dorp) en de impact op de schoolroosters.

*Wij gaan voor een gezond leefklimaat op de scholen: raadpleeg

http:// www.gezondeschool.nl.

NATUUR EN MILIEU

ABO wil graag een vuist maken tegen ongewenste ontwikkelingen die nadelig zijn voor de natuur en het milieu.

Als we naar andere gemeenten in onze regio kijken, vinden wij dat de gemeente Oldebroek veel ambitieuzer moet zijn op dit onderdeel. In dit kader missen wij de voorbeeldfunctie die onze gemeente heeft. Wij noemen als voorbeeld het bedenkelijke besluit om de komende jaren 10 tot 15% van de bomen te kappen.

*Wij vinden dat het kappen van bomen moet worden beknot en dat bij iedere kap (elders) een herplantplicht moet gelden.

Wij adviseren om alle waardevolle bomen van de gemeente in kaart te brengen.

Voor bomen die een beschermde status hebben gekregen, zal alleen bij hoge uitzondering een kapvergunning worden verleend. Bomen zijn belangrijk voor onze leefomgeving en leveren een belangrijke bijdrage aan het milieu, zoals de opvang van fijnstof en compensatie van de CO2-uitstoot. Kortom, de bomen zijn de longen van onze aarde.

*De burgers meer betrekken bij het natuur- en milieubeleid. Wij adviseren om in onze gemeente een klankbordgroep voor natuur en milieu op te richten. Dit geheel in de stijl van: “Meer samenleving, minder overheid”.

*De inwoners van onze gemeente toestaan om gratis afval aan te bieden voor een aantal keren per jaar of voor een maximaal aantal kilo’s. Dit voorkomt het dumpen van afval in de bossen, bermen en sloten. Het opruimen van de illegale stort, kost meer dan het gratis aanbieden.

*ABO wil geen DIFTAR systeem, waarbij de hoogte van de afvalstoffenheffing wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid afval dat per gezin wordt aangeboden.

Wij verwachten dat in de komende jaren ook in onze gemeente hierover een discussie zal ontstaan, met de intentie om het afval beter te scheiden en te reduceren. Wij denken dat met dit systeem het illegaal dumpen van afval zal toenemen en dat men allerlei sluwe manieren bedenkt om kosteloos van het afval af te komen. Meer voorlichting over het scheiden van afval zal er voor zorgen dat de groene containers voller en de grijze containers leger worden.

Met het gescheiden inzamelen van plastic kan ook een kostenbesparing worden gerealiseerd.. De voordelen zijn dat de grijze containers minder vol worden en dat met de kostenbesparing de afvalstoffenheffing omlaag kan.

*Organisatoren van evenementen, sportverenigingen en scholen stimuleren om het zwerfvuil in hun eigen omgeving op te ruimen. De uitkering die de gemeente ontvangt in het kader van de “Raamovereenkomst Verpakkingen” moeten ook daadwerkelijk worden aangewend voor het opruimen van zwerfafval.
*Een kritische opstelling van onze gemeente met betrekking tot het storten van slib in de voormalige zandwinplassen.

*De bouw van energieneutrale woningen moet worden aangemoedigd.

*Beleid ontwikkelen voor zonne-energie. Bij stedenbouwkundige planning rekening houden met de ideale situering van de woonhuizen voor een optimale toepassing van zonnepanelen. Toekomstige beplanting mag geen hinder veroorzaken voor daken waarop zonnepanelen kunnen worden aangebracht.

*Geen megastallen in onze gemeente.

* Al ruim 10 jaar wordt er gesproken over de windmolens bij Hattemerbroek. ABO zal geen medewerking geven aan het plaatsen van deze extreem hoge windmolens die het leef- en woonklimaat in Hattemerbroek en Wezep verder verslechteren.

KINDEREN

In de woonwijken zijn de belangen van onze kinderen vaak ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de volwassenen. Straten en buurten moeten kindvriendelijker worden ingericht.

Verschillende onderzoeken tonen aan dat buitenspelen positieve effecten heeft op de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen. Het overgewicht bij kinderen is zorgwekkend. Speeltuinen hebben bovendien een maatschappelijke functie. Het is een plek waar kinderen en ouders samenkomen, waar ervaringen over de opvoeding worden gedeeld en het sociaal gedrag wordt bevorderd. Er moet meer aandacht worden besteed aan voldoende veilige speelplekken en een veilige woonomgeving voor de kinderen ABO is van mening dat kinderen hierop een recht hebben en dat de gemeente een grote verantwoordelijkheid draagt op dit gebied.

*Als richtlijn aanhouden dat, overeenkomstig het landelijk advies, tenminste drie procent van de oppervlakte van de woonomgeving wordt bestemd voor speelgelegenheid. De inrichting dient aan te sluiten bij de behoefte van de verschillende leeftijdsgroepen.

*Een vermindering van de speelruimte of de speeltoestellen alleen billijken als hiervoor voldoende draagvlak is in de straat of de buurt.

*Waar geen mogelijkheden zijn om buiten een speelplek te realiseren, moet als alternatief worden gezocht naar een inpandige speelgelegenheid.

*In goed overleg (zonder drang en dwang) met de straat of buurt zoeken naar een nieuwe beheersvorm voor de speelplekken. Als hierin niet wordt geslaagd, mag dit geen vervelende gevolgen hebben voor de speelplekken van de jongeren.

*Nieuwe initiatieven vanuit de samenleving moeten voldoende ondersteuning krijgen. Wij denken bijvoorbeeld aan speelotheken, spelbegeleiding en bewonersinitiatieven die zijn gericht op de veiligheid en een betere bespeelbaarheid van de straat..

*Waar mogelijk de woningcorporatie benaderen of ze willen bijdragen in de exploitatie van de speelgelegenheden.

*Waar mogelijk ook schoolpleinen buiten schooltijden openstellen voor alle kinderen in de buurt.

OUDEREN

De bevolking vergrijst. We worden steeds ouder en vragen ook steeds meer zorg. De overheid trekt zich steeds meer terug en de gemeenten hebben minder geld om ouderenzorg te ondersteunen. Het gevolg is dat een bepaalde groep ouderen de aansluiting met de maatschappij dreigt te verliezen en daardoor in een isolement geraken. Gelukkig zien we ook dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen, waarbij ze ondersteund worden door familie en vrienden. Het is belangrijk dat voor ouderen veel activiteiten worden georganiseerd om te voorkomen dat ze in een isolement geraken. Eenzaamheid bij ouderen is een groot probleem.

Het is van belang dat ouderen nu en ook in de toekomst goed de diverse dorpscentra en voorzieningen kunnen blijven bereiken. De inrichting van voet en fietspaden van zorgcentra naar winkelcentra dient daarom optimaal te blijven en waar nodig voorzien te worden van goede en veilige oversteek mogelijkheden. Dit dient binnen het bestaande beheer en onderhoudsprogramma te worden georganiseerd.

*Een oproep doen aan de samenleving om ouderen die in een probleemsituatie verkeren, te signaleren en om deze problemen zichtbaar te maken. Tevens moet duidelijk zijn bij welk loket dit kan worden gemeld.

*De ondersteuningscapaciteit voor de mantelzorg mag absoluut niet worden wegbezuinigd; er moeten juist meer activiteiten worden ontwikkeld om de mantelzorg te ontlasten.

*Het deelnemen voor ouderen aan het internetgebruik moet worden aangemoedigd.

*Het is prima dat er meer aandacht komt voor de zelfredzaamheid van ouderen, maar dit mag niet ontaarden in een intimiderende aanpak of met een intentie om vooral de rekening door te schuiven.

VRIJWILLIGERS

ABO is erg onder de indruk !; van al die vrijwilligers die zich steeds belangeloos opofferen voor een leefbare samenleving. Onze dank voor jullie fantastische inzet! Jullie zijn het sociale kapitaal van onze samenleving. Vaak wordt daar onvoldoende bij stilgestaan.

Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hebben de gemeenten de wettelijke plicht om mantelzorgers en vrijwilligers te ondersteunen. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe dat vorm krijgt. Het wordt door de overheid als één van de belangrijkste speerpunten aangemerkt. Hiervoor is destijds extra geld aan het gemeentefonds toegevoegd. Het ministerie heeft een en ander uitgewerkt in:

“Basisfunctie Lokale ondersteuning vrijwilligerswerk en mantelzorg”.

Uitgangspunt is dat gemeenten een adequaat beleid maken voor vrijwilligers. Onze gemeente heeft dat uitgewerkt in een nota vrijwilligersbeleid 2011 – 2014.

*Graag zouden wij zien dat de vrijwilligers veel meer worden betrokken bij het vrijwilligersbeleid. Vrijwilligers zullen het waarderen om mee te denken en kunnen als geen ander vertellen waar de schoen wringt. Een heel eenvoudig middel is een digitaal forum.

*ABO zal absoluut niet instemmen met een uitholling van het huidige vrijwilligersbeleid. Wij hebben de intentie om het vrijwilligersbeleid hoger op te waarderen. Specifiek denken wij aan verdergaande maatregelen om mantelzorgers te ontlasten.

*Conform de nota vrijwilligerswerk is er een activiteitenplanning, onder andere van een vermindering van de regeldruk. Maak duidelijk hoe de stand van zaken is. Communiceer en koppel terug

JEUGDZORG

De jeugdzorg is thans te bureaucratisch. Er zijn te veel instanties met ieder een eigen specialiteit, maar die veelteveel langs elkaar heen werken. Dat kan veel beter.

Met ingang van 2015 komt de jeugdhulp in handen van één regisseur en dat is de gemeente. Het uitgangspunt is de zorg zo dicht mogelijk bij de jeugd te brengen en maatwerk te leveren. Het toekomstscenario is dan: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Er zal sterk de nadruk worden gelegd op de eigen verantwoordelijkheid en de ondersteuning van het gezin en de sociale omgeving.

Het klinkt allemaal prachtig, maar of het werkelijk succesvol gaat verlopen, kan nu nog niet worden ingeschat. Toch moeten we de ogen niet sluiten voor een aantal  problemen bij de transitie van de jeugdzorg.

De transitie van de jeugdzorg gaat gepaard met minder geld van het Rijk. De bedoeling is een kostenbesparing te realiseren, maar uit een onderzoek blijkt dat de overheveling juist veel meer gaat kosten. Het zijn niet alleen de overgangskosten maar ook frictiekosten. Door de decentralisatie verdwijnen veel banen bij zorginstellingen, jeugdzorgbureaus en bij de provincie. Het betreffen professionele krachten die straks met een wachtgeldregeling of de W.W. regeling worden afgeserveerd. Gebouwen moeten worden afgestoten. Zorginstellingen dreigen failliet te gaan.

Er wordt dus een heel nieuw circuit opgezet voor jeugdhulp en dan zijn we afhankelijk van de gemeente hoe die de zorg regelt. Bureaucratie ligt weer op de loer. Het gevaar bestaat dat de ambtenaar op de stoel van de zorgverlener gaat zitten.

De geestelijke gezondheidszorg voor kinderen met psychische aandoeningen (jeugd-ggz) wordt uit de zorgverzekering gehaald. Hiervoor in de plaats komt een jeugdhulpplicht van de gemeente en als die de rekening moet betalen, laten de gevolgen zich meestal raden. Stel dat dit ook zou gebeuren voor de lichamelijke gezondheidszorg; de bedenkers van een dergelijk plan zullen dan vermoedelijk met spoed worden doorverwezen naar de GGZ.

Door de nieuwe taken die op de gemeente afkomen en de andere manier van werken wordt de rol van de gemeenteraad belangrijker dan voorheen. Er moet een goed samenhangend beleid worden gevoerd in het hele sociale domein. Als volksvertegenwoordiger zullen ze moeten toezien dat de jongeren, ouders en opvoeders ook een stem krijgen. Gaat de Wmo-adviesraad ook op dit terrein een rol spelen? Kortom, een raad met een kritische instelling en een duidelijke visie is belangrijker dan ooit. Bij de verkiezingen van maart 2014 bent u als inwoner aan zet om een verstandige keuze te maken en wij zetten u alvast aan het denken.

SPORT EN BEWEGEN

Veel mensen beleven plezier aan sport; door zelf te sporten of naar sport te kijken. De sportverenigingen worden gedragen door vrijwilligers die zich belangeloos inspannen ten dienste van hun sport en de samenleving.

Sporten is een basisbehoefte; voor een gezond leven en een gezonde leefstijl; voor betere prestaties op school en minder overgewicht; het draagt bij aan de vorming van het karakter, je moet je houden aan regels en het leert je anderen te respecteren, je moet er zijn en je mag anderen niet in de steek laten; het schept een band en het schept een sterker verantwoordelijkheidsgevoel. En dan hebben we nog niet eens de lichamelijke ontwikkeling benadrukt.

Sportverenigingen kunnen in de kernen een belangrijke maatschappelijke functie vervullen.

Wij zouden graag zien dat er een verdergaande samenwerking op gang komt tussen sportverenigingen, scholen, buurtverenigingen en andere maatschappelijke organisaties in de samenleving.

Ook zouden wij graag zien dat beheerders hun sportaccommodaties beschikbaar stellen voor andere sporten. Wij denken dan niet alleen aan de voetbalverenigingen. Een skeelerbaan is bijvoorbeeld een ideale en veilige trainingsbaan voor jeugdige wielrenners. Een ATB-circuit is een ideale gelegenheid voor een schaats- of skeelerclub om hier aan de conditie te werken.

Wij begrijpen dat de initiatieven daartoe vooral vanuit de samenleving moeten plaatsvinden, maar de gemeente kan dat wel aanmoedigen. Niet door te bezuinigingen maar door te investeren in de sport en daardoor een bezuinigingslag te realiseren op taken die de sportclubs kunnen overnemen.

De combinatiefunctionarissen vervullen een uitstekende rol om allerlei activiteiten te ontwikkelen, maar het moet wel een structurele vorm krijgen. Een sportplatform in onze gemeente kan bij daarbij uitstekend een rol vervullen.

Last but not least; wij verwachten ook ideeën van de jeugd zelf. Laat maar horen!

ACCOMMODATIES

De sportverenigingen moeten voldoende accommodaties hebben die evenwichtig zijn verdeeld over de kernen, die op de juiste plekken staan en die aansluit op de behoefte.

De diverse sportverenigingen zorgen voor een goed sportaanbod en krijgen een toenemende maatschappelijke betekenis. De accommodaties moeten echter wel breed worden benut om het gebruik te optimaliseren en om de samenwerking te stimuleren. In samenspraak met de gemeente zorgen de verenigingen zelf voor een accommodatie.

*Omdat de gemeente heeft besloten niet over te gaan tot aankoop van de Erica Terpstra-hal, is er in de kern Wezep een gebrek ontstaan aan voldoende binnensportaccommodaties.

De verenigingen die gebruik hebben gemaakt van deze hal, zitten nu in de knel. Als er niet snel een oplossing komt, dreigt de sportdeelname af te nemen. ABO opteert daarom voor een spoedige aankoop van de E.T. hal.

*De bouw van een nieuwe sporthal in Wezep vinden wij geen realistische gedachte. Wij zijn bang dat het heel lang gaat duren en dat de verenigingen aan het lijntje worden gehouden. Bij het realiseren van een nieuwe hal zal een beroep worden gedaan op de verenigingen om het beheer en de exploitatie financieel te ondersteunen. Ook moeten er dan gymzalen worden afgebroken. Een en ander zal het enthousiasme bij de verenigingen temperen.

*Een sluiting van het zwembad De Veldkamp is voor ABO wel de allerlaatste scenario.

Het zwembad draait echter regelmatig met een verlies. Wij vinden dat de verliezen binnen de perken moeten blijven en dat de gemeente de vinger aan de pols moet houden. Een andere beheersvorm moet in overweging worden genomen. Bijvoorbeeld een sportbedrijf die het zwembad zelfstandig exploiteert, maar wel op basis van een aantal voorwaarden die de gemeente stelt.

RUIMTELIJKE ORDENING

De openbare ruimte raakt ons allemaal. Zowat bij ieder plan en besluit dienen functies zoals wonen, werken, recreëren, mobiliteit en natuur in samenhang met elkaar te worden bekeken. Daarbij zal continue aandacht moeten zijn voor de gevolgen voor het leefmilieu, de economie en de sociale gevolgen. Toch wordt hier verschillend over gedacht; waar de één pleit voor meer structuur, wil de ander juist meer vrijheid. Maar ruimtelijke ontwikkeling is bij uitstek een onderwerp waar de inwoners bij betrokken moeten worden. De openbare ruimte is van ons allemaal en juist daarom moet naar een breed draagvlak worden gezocht.

*Inwoners zo vroeg mogelijk betrekken bij de planvorming.

*Grootschalige bedrijven in het buitengebied, die ongewenste verkeersbelasting en geluidshinder veroorzaken, dienen te worden verplaatst naar een industrieterrein. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk middel om te sturen.

*Een verrommeling van het buitengebied tegengaan. Het landschapsontwikkelingsplan regelmatig herzien.

*Bij nieuwbouw in het buitengebied kan meer aandacht worden besteed aan een landschappelijke inpassing. De cultuurhistorische waarden borgen in het bestemmingsplan.

*Kleinere dorpen kennen allemaal het probleem dat winkels en voorzieningen verdwijnen. Woningbouw vindt nauwelijks plaats, waardoor er voor de eigen kinderen geen plek meer is om te wonen. Daarom verhuizen zij noodgedwongen naar andere plaatsen. En als de jeugd verdwijnt, verdwijnt de toekomst van het dorp. Deze problemen moeten in samenhang met elkaar worden aangepakt

*Betaalbare woningbouw is dus zonder meer noodzakelijk willen we de gemeente Oldebroek leefbaar houden. Er moeten meer starterswoningen worden gebouwd. De gemeente Oldebroek zou daar aan kunnen bijdragen door een startershypotheek te verstrekken. Kortom, bijzonder veel aandacht is nodig voor nieuwe betaalbare woningen.

*Burgerinitiatieven bij woningbouw zijn toe te juichen. Hiervoor moeten wel duidelijke spelregels worden afgesproken. Op korte termijn moet hiervoor duidelijk beleid komen.

*Ook moeten er heldere regels komen over de sloop van gebouwen/bedrijfspanden in onze gemeente. Situaties als met het pand van Koops of het pand van Jonkers moeten in de toekomst onmogelijk worden gemaakt.

*De clustering van basisscholen in onze dorpen mag natuurlijk niet leiden tot langdurig leegstaande en verpauperde gebouwen in de diverse woonwijken.

VEILIGHEID EN LEEFBAARHEID

Een veilige en leefbare buurt maken we met elkaar. Een intensieve samenwerking (preventief) met buurt, politie en gemeente is heel belangrijk, eventueel aangevuld met jeugdwerker, woningbouwcorporatie, school en andere relevante partijen. Social media biedt veel mogelijkheden om onderling te communiceren. Het burgernet schept nieuwe mogelijkheden om de burger actief te betrekken bij de veiligheid.. Het stelt de mensen in staat een bijdrage te kunnen leveren aan de veiligheid.

Hangjongeren die overlast veroorzaken moeten hard worden aangepakt. Er moet een helder en gecoördineerd beleid worden gevoerd, dat met alle betrokken partijen is afgestemd. De ouders van de overlastgevers moeten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid en schade door vandalisme moet op de veroorzaker worden verhaald.

Het overmatig gebruik van alcohol moet worden teruggedrongen; de negatieve gevolgen voor mens en samenleving zijn veel groter dan over het algemeen wordt gedacht.

Drugsgebruik moet intensief worden bestreden. Voor de aanpak is het belangrijk dat de problematiek uit de taboesfeer wordt gehaald.

Bij ernstige overlastsituaties kan gebruik worden gemaakt van de expertise en kennis van het Veiligheidshuis: zie http://www.veiligheidshuizen.nl

*De inwoners actief betrekken bij een plan van aanpak inzake de veiligheid en leefbaarheid van hun woonomgeving.

*De inzet van cameratoezicht zien wij als een nuttig instrument om de veiligheid te vergroten.

*Scholen moeten meer aandacht besteden aan alcohol- en drugspreventie.

*De gemeente Oldebroek heeft voorlopig voor twee jaar aangehaakt bij de buurtbemiddeling Nunspeet-Elburg.  Het aantal meldingen blijft stijgen en het oplossingspercentage ligt bijna op 70%. Gezien het succes zijn wij voor een voortzetting van dit project; een vredespijp roken bij een burenruzie lijkt ons niet schadelijk voor de gezondheid.

WERKGELEGENHEID

De gemeente oldebroek is een gemeente met veel ruimte en een afwisselend landschap. Het buitengebied is uitstekend geschikt voor toeristen en recreanten die rust zoeken of van de natuur willen genieten. Op dat terrein kan meer werkgelegenheid worden gecreëerd.

Onze gemeente kent veel kleinschalige agrarische bedrijven (hobbyboeren). Bij elkaar beheren deze kleine bedrijven en buitenbewoners met een groot erf, veel grond. Zij leveren een waardevolle bijdrage aan het beheer en de inrichting van ons landschap. Dat willen wij graag in stand houden. Een verbreding van de activiteiten van deze kleine bedrijven kan het aanbod van recreatie mogelijkheden verruimen. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de beeldkwaliteit van het karakteristieke landschap.

De grondverkoop van het nieuwe industrieterrein H2O is achtergebleven bij de aanvankelijk gestelde verwachtingen. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van de economische recessie.

Door de enorme rentelast zullen we de komende jaren grote verliezen lijden. Meer investeren is een risicovolle strategie en kan leiden tot een catastrofe. Wij opteren voor een gedeeltelijke afstoting van het huidige plandeel en een gedeelte voor een herbestemming. Deze aanpak kost in eerste instantie wel veel geld, maar kan ons in de toekomst veel ellende besparen.

*Bewegwijzering in het buitengebied voor fietsers en wandelaars verbeteren. Voor veel toeristen is het buitengebied een doolhof. Wij zijn van mening dat de toeristenbelasting hiervoor dient te worden aangewend.

*Meer aandacht voor startende of kleine ondernemers. Geef ze een duwtje in de rug en zet de grote bedrijven niet in een voorkeurspositie.

*Een onderzoek naar social return. Of inwoners die in een langdurige uitkeringssituatie verkeren aan werk kunnen worden geholpen bij de buitendienstorganisatie van de gemeente

*Het maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) heeft onze aandacht en steun.

*Wij willen veel meer aandacht voor stimuleringsmaatregelen om de mensen in de bouwnijverheid aan werk te helpen. Veel inwoners van onze gemeente werken in deze sector en zitten zonder werk. Wij denken dan bijvoorbeeld aan het verstrekken van een starterslening, een erfpachtconstructie voor de grond, provinciale regelingen voor energiebesparing of een “lang-zult-u-wonen” aanpak om woningen levensloopbestendig te maken, zodat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen.

*Een huisvestingsbeleid voor arbeidsmigranten moet uitsluitend worden geregeld voor werknemers die werkzaam zijn bij bedrijven in de gemeente Oldebroek.

A   Een heldere en praktische oplossing rond het industrieterrein “De Zeuven Heuvels”.

B   De gemeente Oldebroek is te klein om zelfstandig verder te gaan. Den Haag en ook de provincie stellen als eis dat Oldebroek samengaat met een andere gemeente. ABO is een voorstander van een fusie met Hattem en Heerde. Het is beter deze fusieplannen zelf op te pakken, anders worden we gedwongen dit te doen.

C   Terughoudend zijn met het verlenen van kapvergunningen. Een boom kappen duurt twee minuten, een boom laten groeien heel veel jaren. Er moet altijd voor iedere boom die gekapt wordt, een andere boom worden herplant.

D   Gratis stort van grof vuil voor de inwoners van de gemeente Oldebroek. Intensief toezicht om zwerfafval te voorkomen.

E   Vrijstelling van onroerende zaak belasting voor sportverenigingen.

F   Daadkrachtig optreden tegen de drugshandel in de dorpen.

G   Een elegante oplossing vinden voor de permanente bewoning op recreatie parken. Een persoonlijke gedoogvergunning zorgt ervoor dat het probleem langzaam oplost. Dure juridische procedures voorkomen we hiermee.

H   Geen voorkeursbehandelingen, waarbij burgers die het geluk hebben een ingang te hebben bij de wethouders, anders worden behandeld dan degenen die dat niet hebben.

I   In het leven roepen van een juridisch bureau om individuele burgers, die in een conflictsituatie dreigen te geraken met de gemeente min of meer kosteloos te helpen.

J   Een grondige herziening op de toekomst van het industrieterrein H2O. Iedere nieuwe investering is geld weggooien. Het is beter nu je verlies te nemen en het terrein gedeeltelijk weer een agrarische bestemming te geven.

K   Gezien de gemeente fors minder inkomsten heeft, moet er drastisch worden bezuinigd op het inschakelen van bureaus voor een onderzoek of een advies. In principe mag er geen geld meer worden uitgegeven aan deze externe onderzoeksrapportages.

L   De burger moet serieus worden genomen. Vaak krijgt de raad besluiten ter goedkeuring voorgelegd waarbij de burger totaal niet is betrokken.. Bij het plan Souman Spakman was alles al besloten en daarna mocht de burger in een werkgroepje meepraten. Zonder draagvlak, geen plan.

M   Afgelopen regeer periode hebben we kunnen zien waar het toe kan leiden als de coalitie partijen zelf hun wethouders uit eigen gelederen gaan voordragen. ABO is van mening dat we de afgelopen vier jaar meer dan genoeg wachtgeld hebben moeten opbrengen voor minder capabel gebleken wethouders, die op welke manier dan ook, noodgedwongen zijn vertrokken zijn met een riante wachtgeldregeling. ABO is zich er van bewust dat juist de komende jaren onze gemeente meer behoefte heeft aan vakkennis.
Onder het mom van de juiste man/vrouw op de juiste plaats is ABO er dan ook voorstander van dat de wethouders van het komende bestuur middels een open sollicitatieprocedure worden geselecteerd.

N  Het aantal wethouders kan worden teruggebracht van drie naar twee. Met het geld wat hiermee vrij komt kunnen we allerlei bezuinigingen van de laatste jaren weer ongedaan maken.

O  Als burgers zelf met goede ideeën komen, is ABO altijd bereid die plannen verder uit te werken

P  Politieke partijen zijn er voor de burgers. We zijn dienstbaar aan de burgers. Iedere vraag of reactie aan de fractie van ABO wordt binnen 24 uur beantwoordt.

Q   “Oldebroek voor mekaar” is desastreus voor de samenleving. Natuurlijk is het goed dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor de samenleving. Maar de bezuinigingen op speelveldjes, groenvoorzieningen, onderhoud bankjes, verkeersborden, straatmeubilair, enzovoort, zorgt voor een verloedering van de leefomgeving. Uit het recente onderzoek ”waar staat je gemeente”, blijkt dat de score voor de leefomgeving op dit moment al is gedaald naar een onvoldoende niveau. ABO zal proberen deze negatieve spiraal om te keren.

R  Er is de afgelopen vier jaar veel geld over de balk is gegooid. Veel onderzoeken waar niets mee is gedaan, zoals de toekomstvisie, samenwerking H2O, Zeuven Heuvels, beleid huisvesting arbeidsmigranten, zwembad, winkelcentrum, etc. Al deze rapporten hebben niets opgelost. Het geld moet beter worden besteed. Overigens is er geen extern onderzoek geweest naar de noodzaak van een ;investering in de ambtelijke organisatie van ruim 5 miljoen. Bijna al het spaargeld is verdwenen in de gemeente organisatie. Er zijn weinig veranderingen of verbeteringen te bespeuren.

S  In de afgelopen jaren zijn er veel, te veel bomen gekapt. Om er voor te zorgen dat de leefomgeving mooi blijft moeten er op korte termijn 500 bomen extra worden aangeplant in de wijken

T  

U  

V  

W  

X  

Y  

Z  


Verkiezingsprogramma PvdA Oldebroek 2014-2018 "met elkaar voor elkaar"

1. Idealen

Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van de sociaal-democratie. Dat zijn onze idealen. De inspiratiebron voor ons handelen.
Voor de Partij van de Arbeid staat daarbij het recht op een fatsoenlijk bestaan centraal. Voor iedereen. Een bestaan dat een volwaardige deelname aan de maatschappij mogelijk maakt, met ruimte voor wie wil en waardigheid voor wie niet kan. Een fatsoenlijke samenleving ontstaat waar vrijheid, solidariteit en verantwoordelijkheid elkaar de hand reiken.
De Partij van de Arbeid is geen tegenpartij die zich beperkt tot reageren op anderen. Vecht niet tegen plannen, maar máákt plannen. Bedrijft politiek voor samenhang en vanuit vertrouwen. Bewandelt niet de makkelijke weg van afzetten om louter kiezers kortstondig te behagen. Maar kiest de strijdbare weg voor een betere samenleving en een bestuur dat haar verantwoordelijkheid draagt. Voor nu, voor u en voor ons nageslacht.

De Partij van de Arbeid verzet zich:
  • tegen schending van mensenrechten,
  • tegen onredelijke ongelijkheid van inkomen en macht,
  • tegen armoede,
  • tegen discriminatie en
  • tegen de uitputting en vervuiling van natuur en milieu.
Een sterke economie en een gezonde markt zijn daarbij belangrijke voorwaarden.

De Partij van de Arbeid zet zich in voor zaken die deze markt niet vanzelfsprekend levert:
  • sociale rechtvaardigheid,
  • democratische verantwoording,
  • publiek belang,
  • culturele ontwikkeling en
  • een duurzaam milieubeleid.
Voorop staat de overtuiging dat politiek het verschil kan maken tussen een moeilijk en een fatsoenlijk bestaan, tussen vernedering en emancipatie en tussen gedwongen oplegging van beperkingen en vrijheid. Politiek doet er toe… ook in Oldebroek!

2. Lokale politiek is van en voor de bevolking

In de politiek gaat het om de inhoud, maar vooral ook om de omgang met inwoners. Wij zien dat de gemeente zich terugtrekt en steeds meer zaken overlaat aan de samenleving. Er moet meer vanuit de bevolking zelf komen. Wil je als gemeente dat mensen in beweging komen en initiatieven van de grond komen dan moet een perspectief worden geboden. En dat perspectief bepaal je als gemeente en samenleving.
Soms kan een buurt of één persoon iets voor elkaar krijgen. Soms zal de gemeente het initiatief moeten nemen, voorinvesteringen doen en projecten uitvoeren.
De gemeente kan niet op elk idee dat wordt aangedragen “ja” zeggen. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt.
De gemeenteraad blijft verantwoordelijk. Het gaat ook om de democratische besluitvorming.
Willen wij meer ruimte bieden aan initiatieven uit de samenleving dan betekent dat een andere werkwijze, een andere bestuurstijl. De gemeente moet naar onze mening meer de nadruk leggen op de regierol, op subsidiëren van programma’s in plaats van projecten, en op experimenten.
De rol van de gemeente moet minder “zorgen voor” worden en meer “zorgen dat”. Lokale groepen zullen meer het initiatief nemen om publiekachtige diensten aan te bieden in de zorg (bijvoorbeeld kinderopvang, mantelzorg), lokale energievoorziening of met ideeën komen over herbestemming van leegstaande gebouwen of gebiedsontwikkeling.
Als PvdA geloven wij dat onze inwoners in staat zijn veel taken op vrijwillige basis op zich te nemen. Dat gebeurt nu ook al. Toch is dat niet altijd vanzelfsprekend. We zullen deze gemeenschapszin moeten versterken en voeden. Een sportvereniging met een jeugdafdeling kan vroegtijdig problemen bij jongeren of in hun omgeving signaleren. Maar dit betekent wel dat gezorgd moet worden voor opleiding, begeleiding, nazorg en waardering.
Dit vraagt om een strategie op maat. Wij willen initiatieven uit de samenleving positief benaderen door gezamenlijk vanuit een gelijkwaardige positie een traject in te gaan van verkennen, proberen en doen. Met elkaar en voor elkaar.
In zo’n traject past het bureaucratie en regeldrift aan te pakken. Regels zijn er om inwoners en bedrijven te helpen, niet om ze dwars te zitten. We willen overbodige regels afschaffen.

3. Werk, ontwikkeling en bestaanszekerheid

Met veel Oldebroekers gaat het goed. We leven in een mooie omgeving, in een rijk land. Maar we sluiten onze ogen niet voor problemen of uitwassen in de samenleving. Voedselbanken zijn niet meer weg te denken, er zijn steeds meer werkzoekenden en veel ondernemers zijn aan het overleven. Mensen met een beperking dreigen hun baan kwijt te raken. Wij geloven dat we sterker uit de crisis kunnen komen, maar dan moeten we wel (blijvend) investeren in de ontwikkeling van deze mensen.

Onderwijs
Goed onderwijs is van belang om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Jongeren moeten thuiskomen met diploma’s maar dan ook voor banen die er zijn. Het gaat met name om banen in techniek en zorg. Dit betekent dat onderwijs, bedrijfsleven en gemeente hierop moeten inspelen en samen de mogelijkheden moeten verkennen.
Wij vinden het belangrijk dat openbaar onderwijs in onze gemeente beschikbaar is. Wij zijn voorstander van brede scholen. In de brede scholen is ruimte voor goede en betaalbare kinderopvang.

Werk
Werk is belangrijk: het verschaft niet alleen inkomen, maar het zorgt ook voor betrokkenheid bij de samenleving. Het creëren en het behouden van werkgelegenheid is belangrijk. Zeker nu. Plaatsen in de omgeving van Oldebroek zijn ook van belang voor de werkgelegenheid van onze inwoners.
Juist in deze crisistijd willen wij zoveel mogelijk mensen aan het werk houden. Raken mensen toch hun baan kwijt? Dan is het van het grootste belang dat we ze zo snel mogelijk aan werk helpen, of via een opleiding de kans geven om in de toekomst weer aan het werk te gaan. In de tussentijd kunnen mensen zonder werk rekenen op een fatsoenlijke uitkering.
Als vangnet hebben we één loket voor mensen die niet meer te recht kunnen bij regulier instanties en die scholing, werk of een uitkering nodig hebben. Alle betrokken instanties en organisaties werken daarin samen. Zo zorgen we voor een effectieve arbeids- en loopbaanbemiddeling.
Wij hebben extra aandacht voor jongeren, gehandicapten en ouderen op de arbeidsmarkt. We maken duidelijke afspraken tussen gemeente, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen over stageplaatsen, leerwerkplekken en reintegratietrajecten. In de leerwerkplekken dragen ervaren krachten hun kennis over op jongeren en nieuwe medewerkers. Zo behouden we de expertise en ervaring voor de nieuwe generatie en helpen we meer mensen aan het werk! Veel verenigingen zitten te springen om mensen: om de website te vernieuwen, de speeltuin of clubgebouw op te knappen of de boekhouding op orde te brengen. Wij willen graag dat mensen zonder werk, met behoud van uitkering, dit soort klussen kunnen doen. Mensen zonder werk kunnen ook oudere mensen helpen op allerlei gebied.
Ouderen vinden vaak moeilijk een nieuwe baan. Hun kennis en ervaring zijn van onschatbare waarde. Daarom zoeken wij naar mogelijkheden deze kennis en ervaring in te zetten als leermeester, als specialist.
Om bijstandsmoeders met jonge kinderen kansen te bieden op de arbeidsmarkt stimuleren wij hen werk te zoeken of een opleiding te volgen. Wij ondersteunen constructies waarin moeders elkaar helpen met de opvang van hun kinderen. Voor mensen met een beperking willen wij structurele oplossingen. Wij willen zoveel mogelijk aangepaste werkplekken binnen gewone organisaties en bedrijven. Met ondernemers die hun organisatie inrichten op het werken met mensen met een arbeidsbeperking maakt de gemeente vaste afspraken zodat zij weten waarop ze kunnen rekenen.
Voor mensen die het niet lukt een plek te vinden op de reguliere arbeidsmarkt biedt de gemeente een beschutte arbeidsplek, dagbesteding of een combinatie van beide.
Gemeente Oldebroek besteedt binnen wettelijke kaders zo veel als mogelijk werkzaamheden uit aan het lokale/regionale bedrijfsleven.

Bestaanszekerheid
Naast het belang van werk en persoonlijke ontwikkeling zetten wij in op bestaanszekerheid. Juist in tijden van economische crisis is het belangrijk armoede en uitsluiting te bestrijden. De bezuinigingen mogen niet terecht komen bij de mensen die al bijna niets hebben. Voor inkomensondersteuning geldt: zo lang als nodig en zo kort als kan. Tegen fraude wordt opgetreden.
Mensen die niet in staat zijn zelf controle te houden over hun portemonnee bieden we de kans uit de schulden te komen en te blijven. Met schuldhulpverlening bied je mensen de kans opnieuw iets op te bouwen. Zo nodig wordt schuldhulpverlening gecombineerd met andere ondersteuning die mensen nodig hebben bijvoorbeeld bij het vinden van werk, zorg of een woning. Daarmee zorgen wij er voor dat mensen zo kort mogelijk van de gemeente afhankelijk zijn en voorkomen we escalatie van problemen.
Als PvdA Oldebroek hebben wij bereikt dat ZZP’ers kwijtschelding van de gemeentelijke belasting kunnen krijgen. Wij willen dit beleid voortzetten. Het huidige kabinet heeft erkend dat mensen door de crisis onvrijwillig in grote problemen kunnen raken en stelt extra geld beschikbaar om te voorkomen dat mensen in armoede moeten leven. Wat de PvdA betreft wordt het bedrag dat Oldebroek daarvoor krijgt ook echt aan de bestrijding van armoede besteed.

4. Met elkaar leven, wonen en zorgen

Onze gemeente ligt in een gebied dat vanwege haar landschap zeer wordt gewaardeerd. Het is belangrijk om dat zo te houden. Maar ieder mens heeft ook recht op een goede, passende en betaalbare woning. In een schoon en veilig dorp. We leven samen in ons dorp of onze wijk.

Met elkaar leven
We vinden dat iedereen mag zijn wie hij is. Dat is nog niet voor iedereen vanzelfsprekend. Man of vrouw, autochtoon of allochtoon, homo of hetero:voor de Pvda is iedereen gelijkwaardig. Discriminatie tolereren we nergens: niet op school, niet op het werk of in de buurt.
Wij blijven ons inzetten voor wijk- en dorpsgericht werken. Elk dorp en elke wijk heeft een eigen karakter. Veel initiatieven zullen op dorps- of wijkniveau van de grond komen. We geven ruimte aan het eigen initiatief van wijk- en dorpsbewoners, bijvoorbeeld bij het beheer van een dorpshuis of het beheer en onderhoud van een speeltuin. Niet elk dorp of elke wijk is daarvoor voldoende georganiseerd. Dat moet nog zijn beslag krijgen. Wij willen daarom de inzet van dorpscontactambtenaren voortzetten. Wij zijn het eens met de beleidslijn “Oldebroek voor mekaar”, maar wij vinden wel dat de betrokkenheid van de inwoners bij het bestuur een actieve begeleiding moet krijgen.
Het roer moet echt om. Pas dan krijgt “Oldebroek voor mekaar” echt betekenis en blijven we niet steken in holle retoriek.

Wonen
De PvdA wil bouwen: voldoende woningen voor nu en de nieuwe generaties. Woningen en woningbouw in dorpen worden afgestemd op de woonbehoeften. Kortom: bouwen voor de toekomst.
Over de kwaliteit, de duurzaamheid, betaalbaarheid en de woningbouwproductie maken we duidelijke afspraken met woningbouwcorporaties en ontwikkelaars. De tijd van het realiseren van grote nieuwbouwwijken is voorbij. Toch hebben huishoudens met lage inkomens of middeninkomens, waaronder starters, het moeilijk op de woningmarkt. Daarnaast ontbreekt jongerenhuisvesting vrijwel in onze gemeente. Daarom willen wij de komende jaren vooral betaalbare huurwoningen bouwen en met name voor deze doelgroepen.
Veel oude woningen zijn slecht geïsoleerd. Dat is niet alleen slecht voor het milieu, maar zorgt ook voor hoge energierekeningen: juist voor mensen die het al niet breed hebben! Met de woningbouwcorporaties maken we afspraken over energiezuinige maatregelen in bestaande en nieuwe woningen. Daarnaast geeft de gemeente voorlichting aan bewoners, organisaties en bedrijven over energiebesparende maatregelen.
Wij willen ruimte bieden aan functieverandering van bestaand vastgoed. Omliggende functies mogen hiervan geen hinder ondervinden. Oude en nieuwe woningen moeten goed beveiligd zijn tegen brand en inbraak. De gemeente moet samen met politie en brandweer zorgen voor goede voorlichting. Hinderlijk gedrag, waarbij de buurt dreigt te verloederen, moeten bewoners, woningbouwcorporatie, gemeente en politie samen bestrijden. Buurtbemiddeling is beschikbaar voor inwoners van Oldebroek.
Wij blijven aandacht vragen voor oudere wijken en hun leefbaarheid. De leefbaarheid van deze wijken verdient onze aandacht.
Wij hebben aandacht en willen oplossingen voor de parkeerproblematiek in alle wijken. Wij willen dat bereiken in samenspraak met de buurtbewoners. Voorzieningen staan onder druk onder andere door schaalvergroting. Samen met de bewoners willen wij de leefbaarheid op het gewenste niveau proberen te houden door creatieve oplossingen te bedenken.
In het kader van het sportaccommodatiebeleid moet er in Wezep een tweede sporthal beschikbaar komen.

Zorgen voor elkaar
Soms gebeurt er iets in je leven waardoor je tijdelijk of langer zorg, ondersteuning of begeleiding nodig hebt van anderen. Afhankelijk zijn van anderen heeft een grote impact op je leven. We vinden dat je zo lang mogelijk in je vertrouwde omgeving moet kunnen blijven wonen. De PvdA vindt het belangrijk dat mensen die zorg nodig hebben hun waardigheid en zelfstandigheid kunnen behouden. Zorgverleners moeten daarom uitgaan van wat cliënten zelf nog kunnen. Woningen moeten op de veranderingen in een mensenleven zijn gebouwd (levensloopbestendig). Dit voorkomt dure woningaanpassingen of gedwongen verhuizingen. Dit geldt niet alleen voor woningen. Ook openbare gebouwen moeten toegankelijk zijn voor iedereen met een handicap.

Betere zorg op maat
Wij zijn van mening dat de zorg beter kan. Dit betekent wel dat de manier waarop de zorg nu is georganiseerd anders moet. Wij willen toe naar een effectieve en efficiënte manier van zorg verlenen. Wij zijn voor samenwerking tussen wijkverpleging en sociale teams van de gemeente. Wij vinden het belangrijk dat de zorgverlener op een goede manier zijn of haar werk kan doen en daarin ook zijn of haar eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarnaast is het belangrijk dat het aantal verzorgers per cliënt zo veel mogelijk beperkt wordt.
Een voorbeeld van deze manier van zorg verlenen is Buurtzorg. We willen af van de onpersoonlijke en opgejaagde minutenzorg. Daarmee schaffen we meteen de ingewikkelde registratie en verantwoording af. Dat is tijdrovend en duur. We willen niet dat geld dat bedoeld is voor de zorg, verloren gaat aan bureaucratie. De oplopende kosten in de zorg vragen ook om verandering van degene die zorg nodig heeft. Hulp kan ook worden geleverd door vrienden of familie. Om die hulp in goede banen te leiden kan er worden gezorgd voor ondersteuning in de sfeer van opleiding, begeleiding, nazorg en waardering. Niet iedereen heeft familie of vrienden in de buurt. Het persoongebonden budget moet dan een optie zijn voor mensen die hun zorg zelf en goedkoper kunnen organiseren.
Ook de jeugdzorg is vanaf 2015 een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De PvdA vindt dat kinderen en jongeren niet onnodig in dure instellingen moeten zitten. We zetten in op preventie en ondersteuning van het hele gezin om dure specialistische zorg te voorkomen.
Als professionele hulp nodig is, moet die er ook zijn.

5. Investeren in de toekomst

De PvdA staat voor een samenleving waarin we elkaar helpen en waarin we gebruik maken van elkaars talenten. Juist in financieel moeilijke tijden komt het aan op solidariteit en creativiteit en de zekerheid op een fatsoenlijk bestaan. De PvdA wil een overheid die meegaat met zijn tijd, anders durft te denken. Met elkaar oplossingen zoeken. Daarom willen wij investeren in jongeren, in meedoen, in kwaliteit en in duurzaamheid.

Investeren in jongeren
Elk kind moet zich optimaal kunnen ontwikkelen, zowel thuis als op school. Wij vinden dan ook dat de gemeente medeverantwoordelijk is voor goed onderwijs. Gelukkig gaat het met de meeste jongeren goed in onze gemeente. Jongeren die problemen hebben met drugs, alcohol of iets anders, moeten goed worden geholpen.
Maar voorkomen is veel beter dan genezen. Jongeren worden gezien in hun omgeving. Op school en in het verenigingsleven. Hier worden veranderingen gezien door docenten, begeleiders en door leeftijdsgenoten. Een tijdige signalering van problemen door deze betrokkenen is belangrijk. Wij willen verenigingen die hier aandacht aan schenken extra ondersteunen.
Wij hechten er veel waarde aan dat onze jongeren al vroeg het belang van vrijwilligerswerk inzien. Niet alleen om wat ze op die manier voor de samenleving kunnen betekenen, maar vooral ook voor onze jongeren zelf. Vrijwilligerswerk biedt hen de mogelijkheid kennis en vaardigheden op te doen en te vergroten. Wij vinden de maatschappelijke stage een goede manier om onze jongeren kennis te laten maken met vrijwilligerswerk.

Investeren in bedrijvigheid
Ontwikkeling van (nieuwe) bedrijvigheid dient vooral plaats te vinden op bedrijventerreinen en niet in ons mooie buitengebied. De ontwikkeling van het bedrijventerrein H2O is door de economische en financiële crisis vertraagd. Wij willen de verdere invulling van dit terrein stimuleren. Hierbij kiezen wij in eerste instantie, zoals afgesproken, voor invulling door bedrijven uit een van de drie deelnemende gemeenten. Maar wij willen ook bedrijven van “buiten” toelaten, mits deze gepaste en voldoende werkgelegenheid opleveren voor onze inwoners. Deze invulling mag geen extra overlastsituaties opleveren voor de inwoners van Hattemerbroek.

Investeren in het winkelcentrum van Wezep
Versterking van het winkelcentrum in Wezep vinden wij belangrijk. Niets doen is achteruitgang. Bij het verder uitwerken van de plannen vinden wij het belangrijk dat er aandacht is voor de plek van niet-commerciële instellingen, het creëren van een verblijfsgebied, voldoende parkeergelegenheid en een goede toegankelijkheid voor voetgangers en fietsers.

Investeren in duurzaamheid
Een van de belangrijkste problemen van dit moment is klimaatverandering. Ook op lokaal en regionaal niveau zijn er mogelijkheden om de klimaatverandering te verminderen.
De gemeente heeft een voorbeeldfunctie en moet het bewustwordingsproces van de burgers stimuleren met betrekking tot groene stroom, energiezuinig leven, duurzaam (ver)bouwen, recycling en hergebruik, etcetera.
Bouwen en renoveren moet wat ons betreft vanaf nu zo veel mogelijk duurzaam en klimaatvriendelijk gebeuren. Het anders ontwerpen van gebouwen kan het energiegebruik verminderen. En door bestaande gebouwen te renoveren of beter te isoleren kunnen goede resultaten worden behaald. Oude bedrijventerreinen willen wij duurzaam herstructureren en hergebruiken.
Wij willen dat onze gemeente een groene en voor de toerist aantrekkelijke gemeente is. Inwoners en toeristen ergeren zich aan zwerfvuil. Bovendien draagt zwerfvuil bij aan het beeld van verloedering van het buitengebied. Wij willen zwerfvuil aanpakken door organisaties, bedrijven en inwoners hierbij te betrekken (bijvoorbeeld via adoptie deel buitengebied) en te zorgen voor een passend beloningsysteem.
Om de Nederlandse energieproductie schoner en duurzamer te maken, zien wij een belangrijke rol voor wind- en zonne-energie. Behalve duurzame energie, moeten ook duidelijkheid en overleg prioriteit krijgen. Daarnaast moeten inwoners de kans krijgen om een belang te nemen in de nieuw te bouwen windmolens. Wij zijn op voorhand daarom geen tegenstander van de ontwikkeling van een windturbinepark langs de N50 richting Kampen. Een belangrijke eis is dat de windmolens geen gevolgen hebben voor gezondheid en welzijn van omwonenden. Er mag geen hinderlijke overlast ontstaan door bijvoorbeeld slagschaduw, geluid of objectverlichting.
Daarnaast willen wij de mogelijkheden van zonneparken in weilanden nabij de kernen bestuderen. Landschappelijke inpassing is hierbij belangrijk. Een ideale locatie voor zonnepanelen zijn bedrijventerreindaken en daken van (ligbox)stallen. Dit is een goede vorm van meervoudig ruimtegebruik die wij graag willen stimuleren. Het imago van grote stallen en bedrijventerreinen kan hierdoor worden verbeterd.
Omdat veel huurwoningen in onze gemeente gebouwd zijn in de jaren zeventig, is het nodig die woningen aan te passen aan de huidige normen over woongenot. Daarbij moeten we ook een inhaalslag maken om oudere huurwoningen energiezuiniger te maken.
Duurzaamheid is bij uitstek een terrein waarop inwoners zelf initiatieven ontwikkelen. De gemeente kan initiatieven stimuleren en ondersteunen. Wij willen een duurzaamheidsfonds instellen. Inwoners of groepen van inwoners kunnen uit dit fonds een lening krijgen tegen een lage rente om zelf duurzaamheidsmaatregelen (bijvoorbeeld voor het aanbrengen van isolatiemaatregelen, de aanschaf zonnepanelen en de toepassing aardwarmte) uit te voeren. De lening wordt weer terugbetaald, zodat ook andere inwoners er gebruik van kunnen maken.
In de Nederlandse bodem zit naast aardgas ook schaliegas. De voorraad schaliegas in Nederland is relatief klein. Het boren is gericht op de korte termijn. De winning van schaliegas zal de investeringen in duurzame energie vertragen. Onduidelijk is wat de risico’s zijn voor grondwater, het mondiale klimaat en de volksgezondheid. Schaliegaswinning is ouderwets, vuil en gevaarlijk. Bij Wezep ligt een belangrijk waterwingebied! Dit gebied is van belang voor onze huidige watervoorziening. Dat willen wij ook voor de toekomst zo houden. Daarom zijn wij tegen schaliegaswinning. Daarom willen wij van Oldebroek een schaliegasvrije gemeente maken.

Duurzaam verkeer
De verkeersmobiliteit blijft toenemen en heeft ook op lokaal niveau effecten. Zoals verstopping van dorpskernen, vervuiling en onveiligheid. Samen met de inwoners en het bedrijfsleven moet de gemeente op zoek naar duurzame langetermijnoplossingen.
Een goede ontsluiting van Wezep-Noord is belangrijk en blijft onze aandacht vragen. We vinden het belangrijk dat de bewoners van Wezep-Noord voorzieningen goed en veilig kunnen bereiken.
Wij vinden dat de huidige busverbinding met Zwolle (lijn 100s) via de Zuiderzeestraatweg in stand moet blijven. Langs de route moeten voldoende en goed uitgeruste bushaltes aanwezig zijn en blijven.
Wij vinden de buurtbus van belang voor de leefbaarheid van onze kernen. Wij willen een goede ontsluiting van de bedrijventerreinen in Wezep en Hattemerbroek op de A28/A50. Verkeer van en naar die terreinen moet buiten de woonwijken gehouden worden.

Sociaal en solide financieel beleid
De PvdA gaat behoedzaam om met beschikbare overheidsmiddelen. Wij beheren die alsof het om ons eigen geld gaat. Dat doen wij door een sterke budgetdiscipline, wij sturen op gestelde doelen en op basis van vooraf beschikbaar gestelde middelen. Wij zijn terughoudend met betrekking tot het aangaan van risico’s. Wij gaan geen bank spelen. Cadeautjes worden door ons niet gegeven. Op financieel gebied kiezen wij ook voor “sterk en sociaal”.

Wij willen de door het rijk opgelegde bezuinigingen behalen door scherpere keuzes te maken en door een andere manier van werken. Zorg en ondersteuning organiseren we dicht bij mensen en zoveel mogelijk met behulp van één hulpverlener per huishouden. We investeren in preventieve ondersteuningen. Wij staan in principe achter het beginsel dat tarieven voor producten/diensten kostendekkend zijn. De hondenbelasting willen wij afschaffen. Wij vinden deze belasting niet meer van deze tijd. Een deel van de opbrengst uit de toeristenbelasting moet ten goede komen aan de toeristische sector. Een goede promotie van Oldebroek verdient zichzelf terug. We houden opstapelende negatieve effecten voor mensen in de gaten. Kosten kunnen voor de gemeente worden verminderd door samenwerking. Wij zijn voor verdergaande samenwerking met de gemeenten Hattem en Heerde. Een fusie sluiten wij niet uit. Hiervoor moet wel voldoende draagvlak zijn onder de inwoners.


PvdA afdeling Oldebroek
Website : oldebroek.pvda.nl
Email : oldebroek@pvda.nl
Social Media : PvdAOldebroek

VVD: uw geld in goede handen!

Verkiezingsprogramma VVD afdeling Wezep Oldebroek 2014-2018
Vastgesteld in de derde Algemene Ledenvergadering 24 oktober 2013



Politiek in Oldebroek

Het zijn roerige politieke jaren geweest, landelijk maar ook zeker lokaal hier in Oldebroek. Het is crisis en als gevolg daarvan moet ook de overheid haar financiën op orde brengen. Ook de gemeente Oldebroek kreeg en krijgt te maken met bezuinigingen. De geldkraan van het Rijk naar de gemeenten werd langzaam steeds verder dichtgedraaid.

Dit leidde in de gemeente Oldebroek tot een kerntakendiscussie. Alles waar de gemeente een bijdrage aan leverde, werd tegen het licht gehouden en daarbij werd de vraag gesteld: wat is echt een overheidstaak en wat zou de burger prima zelf kunnen regelen? Het college kwam met een veel te ingrijpend pakket aan maatregelen. Mede door inbreng van de VVD kon een aantal maatregelen afgezwakt worden en kon de pijn verzacht worden.

De afgelopen vier jaar heeft het college van CU en SGP te vaak zwalkend gehandeld: wel of geen huisvesting voor arbeidsmigranten, wel of geen paardenmanege, wel of geen sporthal, etc. Daarnaast heeft deze coalitie het gepresteerd in minder dan een jaar tijd er ruim 6 Miljoen aan reserves door heen te jagen. Reserves die we wellicht in de toekomst nog hard nodig zullen hebben om verdere financiële tegenslagen op te vangen. Reserves opmaken is onverantwoord in tijden van crisis, vindt de VVD. Het is geld van de burger en daar moet zuinig en verantwoord mee omgegaan worden.
En dan hebben we het nog niet eens over het grote aantal komende en gaande wethouders. De wachtgeldkraan om al die oud-bestuurders te betalen, staat wagenwijd open in Oldebroek.

De komende jaren worden verschillende taken van het rijk en de provincie overgedragen aan de gemeenten. Complexe dossiers die de gemeente Oldebroek niet alleen kan uitvoeren. Daarom moet de gemeente gaan samenwerken met andere nabij gelegen gemeenten.

De VVD Oldebroek is een lokale politieke partij. Een partij die problemen en uitdagingen in de gemeente Oldebroek benadert vanuit de liberale beginselen. De VVD staat daarom voor een positieve levenshouding, waarbij keuzevrijheid, eigen verantwoordelijkheid, sociale rechtvaardigheid en respect centraal staan.

Met dit verkiezingsprogramma wil de VVD Oldebroek laten zien dat er ook andere keuzes gemaakt kunnen worden. De kreten “meer samenleving, kleinere overheid” en “Oldebroek voor mekaar” zijn voor de VVD vanzelfsprekend. Zelf doen wat je zelf kunt; de gemeente heeft een faciliterende rol.

Waar staat VVD Oldebroek voor?
  1. De VVD staat voor een positieve levenshouding, waarbij keuzevrijheid, eigen verantwoordelijkheid en respect centraal staan.
  2. Met vrijheid dient zorgvuldig omgesprongen te worden; het brengt verantwoordelijkheid met zich mee voor de medemens; het dient de belangen van toekomstige generaties.
  3. De VVD staat voor een democratische, transparante gemeente, die haar burgers tijdig en goed informeert. Een gemeente die beleidswijzigingen in dialoog en samenspraak met de burgers tot stand brengt.
  4. De VVD staat voor recht op onderwijs, in elke levensfase. Onderwijs dient gericht te zijn op ontplooiing van de persoonlijke ontwikkeling.
  5. De VVD staat voor een gezonde markteconomie, waar we oog hebben voor iedereen in de samenleving.
  6. De VVD staat voor een sterke en efficiënte overheid, die zichtbaar en aanspreekbaar is. Een overheid zonder overbodige bureaucratie en mét zo min mogelijk, maar wel heldere regels. De VVD Oldebroek wil een herkenbare gemeente waar inwoners goed, eerlijk en tijdig worden geïnformeerd.
  7. Een kleinere overheid kan ook met minder middelen toe. Algemene lastenverhogingen voor de burgers moeten vermeden worden. Sterker, de VVD wil de lokale belastingen verlagen. Wel dienen, waar mogelijk, de gemeentelijke diensten 100% kostendekkend doorberekend te worden.


1. BESTUUR

1.1 SAMENWERKING / FUSIE

Zoals bekend, zijn er vergevorderde plannen voor een intensievere samenwerking, wellicht zelfs een fusie, met de omliggende gemeenten. VVD Oldebroek is van mening dat de gemeente Oldebroek te klein en te kwetsbaar is om in de toekomst haar burgers goed en efficiënt te kunnen bedienen. De vele extra taken die de gemeente van het rijk krijgt overgedragen, versterken de noodzaak tot een fusie. De VVD kiest voor een sterke en robuuste nieuwe gemeente met een inwoneraantal van rond de 80.000 inwoners, die een gezond tegenwicht kan geven aan de ambities van Harderwijk en Apeldoorn. Beoogde fusiepartners zijn primair Hattem en Heerde, eventueel aangevuld met Epe en, als Epe erbij komt, ook Elburg. Met deze combinatie ontstaat een gemeente met een goede mix van verstedelijking, platteland, natuur, recreatie, voorzieningen en economie.

De gemeente betrekt haar burgers bij de voorbereiding van beleid en plannen, de gemeente informeert, vraagt de mening van burgers en praat met hen. De afgelopen jaren schortte het daar behoorlijk aan. De bestuurders hebben de afgelopen periode uitgeblonken in het slecht communiceren met hun burgers. Of het nu de scholen, sporters, buurtbewoners, ondernemers, paardenclubs betrof, iedereen is de afgelopen periode wel overvallen door een initiatief of voornemen van het College. Gelukkig was de raad in veel gevallen wel in staat de ergste schade te repareren, maar dit moet echt anders, beter.

Er dient een informatie/inspraak- en participatienota (afhankelijk van waar het over gaat) te komen waarin helder wordt omschreven hoe het College inspraak en participatie vorm geeft. Als daarna blijkt dat het College zich niet aan de regels heeft gehouden gaat het project per definitie niet door en stelt de raad geen budget beschikbaar. De VVD wil niet verzanden in uitzichtloze procedures die enkel verliezers opleveren.

VVD raadsleden zijn herkenbaar, aanspreekbaar en betrouwbaar. Ze werken in de openbaarheid, zodat u kunt volgen wat ze doen.

De gemeenteraad richt zich op het besturen op hoofdlijnen. De VVD acht een slagvaardig bestuur gewenst. Het overdragen van bevoegdheden aan het College van Burgemeester en Wethouders wordt door de VVD gestimuleerd. De informatievoorziening aan de raad over het gebruik van delegatie en mandatering dient bij de overdracht te worden vastgelegd. De VVD bepleit een actieve informatieplicht van het College van Burgemeester en Wethouders naar de gemeenteraad en naar de samenleving. De moderne digitale middelen bieden daar voldoende mogelijkheden voor.

1.2 DIENSTVERLENING

Voor de VVD zijn ambtenaren dienstverleners, ze denken met u mee en ze bellen terug; ze beantwoorden brieven en e-mails op tijd; er wordt begrijpelijk geschreven. De dienstverlening kan verder flink verbeterd worden door het digitale loket uit te bereiden en zoveel mogelijk informatie beschikbaar te stellen via de gemeentelijke website.

De VVD vindt dat gedetailleerde regelgeving en trage, niet op elkaar afgestemde procedures ondernemers en burgers belemmeren in hun functioneren. De VVD is dan ook voor deregulering en optimalisering van de dienstverlening. De basis van een goede relatie is vertrouwen. Regels zijn regels, die moeten worden gehandhaafd. Niet te handhaven regels dienen te worden afgeschaft. Handhaving vindt integraal plaats.

1.3 DUURZAAMHEID

De VVD wil dat de gemeente haar bedrijfsvoering alleen op die plekken verduurzaamt waar dat bedrijfseconomisch rendabel is. De kosten van afvalinzameling kunnen de komende jaren verder omlaag, als de bedrijfsvoering efficiënter en duurzamer wordt uitgevoerd. Daarom is de VVD ook tegen het invoeren van het diftar systeem (systeem waar burger betaalt per kilo afval). Daarmee stijgen de inzamelingskosten vaak tot ongekende hoogte.

2. ECONOMIE

2.1. ONDERNEMERSCHAP

Ondernemers zijn onmisbaar voor een gezonde economische toekomst. Het zijn de ondernemers die investeren en daarmee de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de dorpen in stand houden. De gemeente hoeft ondernemers niet te vertellen hoe zij hun bedrijf moeten runnen. De gemeente kan wel ondernemerschap stimuleren door ondernemers de ruimte te geven, zorgen voor een goed vestigingsklimaat en minder regels. De VVD blijft zich daarom inzetten voor lagere (administratieve) lasten voor ondernemers. Een goed vestigingsklimaat is een voorwaarde voor de vestiging van meer bedrijven.

2.2. WERK EN INKOMEN

Voor de VVD is werk prioriteit. De beste sociale voorziening is immers een betaalde baan. De VVD vindt dat sociale zekerheid geen hangmat is, maar een trampoline. Alleen wanneer je weinig of geen kans meer hebt op werk, moet er een vangnet zijn. De gemeente ondersteunt mensen die buiten hun schuld hun baan verliezen. Uitkeringen zijn in beginsel altijd tijdelijk. Wie in een uitkeringssituatie belandt, moet zo snel mogelijk weer aan het werk. Alleen voor mensen die echt niet kunnen werken is er langdurige ondersteuning.

De VVD wil dat iemand die van een uitkering naar een baan gaat er financieel merkbaar op vooruit gaat. Armoederegelingen of het verhogen van uitkeringen die dit belemmeren (met risico van de zgn. armoedeval ) wil de VVD afschaffen. Daarom dienen ook bestaande kortingsregelingen voor de lokale belastingen afgeschaft te worden.
De VVD wil dat mensen die bijstand of een andere uitkering krijgen, verplicht een opleiding volgen of werkzaamheden uitvoeren terwijl de gemeente hen begeleidt naar een betaalde baan.

2.3. TOERISME

De VVD is voor het verder versterken van het toeristisch product in de gemeente. Het naar willekeur spelen met de tarieven hoort daar niet bij. Wel het actief zoeken naar mogelijkheden, samen met het bedrijfsleven, om meer toeristen binnen te halen en het bedrijfsleven daarbij te faciliteren en te enthousiasmeren. Daarbij moet ook open gediscussieerd kunnen worden over het vergroten van toeristische aantrekkelijke mogelijkheden op de zondag.

2.4. AGRARISCHE SECTOR

De VVD wil dat het agrarisch ondernemerschap in Oldebroek weer zichtbaar wordt gewaardeerd. De combinatie waarbij agrariërs tevens landschapsbeheer uitoefenen wordt gestimuleerd. Agrarische ondernemers moeten hun activiteiten kunnen combineren met recreatie/toerisme, natuurbeheer of andere bedrijvigheid. De VVD wil dat innovatie is gericht op duurzaam produceren; productvernieuwing en werkgelegenheid worden gestimuleerd. De VVD doet dat niet door te subsidiëren maar door de juiste voorwaarden te scheppen.

De VVD wil ook voor de agrarische sector geen extra gemeentelijke regels bovenop landelijke en Europese regelgeving. Wettelijk minimum is gemeentelijk maximum.
Agrarische ondernemers en landgoedeigenaren verdienen grote waardering. Zij hebben hart voor hun eigen terrein en verdienen bij het beheer van de natuur en het landschap een gelijke plaats naast instellingen als Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer.

3. SAMENLEVING

3.1. ZORG, WELZIJN

Voor de VVD is maatwerk essentieel. Wij gaan dan ook niet uit van de vraag “waar heb ik recht op” maar "wat heb ik nodig om mee te kunnen doen”. Zelfredzaamheid is het uitgangspunt. Indien ouderen en gehandicapten zorg en hulp nodig hebben, zorgt de gemeente voor een goede afstemming tussen de verschillende regelingen.
De VVD wil een gemeente waarin mensen zelfredzaam zijn en zich vrij kunnen ontplooien. Dat betekent ook dat mensen die (tijdelijk of permanent) niet volledig zelfstandig kunnen functioneren ondersteuning behoeven. Het uitgangspunt bij hulpverlening moet daarbij zijn: één gezin, één hulpverlener, één plan. Er komen meer taken met minder geld, dus is er geen geld voor hobby’s.
De VVD is voorstander van het principe 'de gebruiker betaalt'.

3.2. JEUGD

De jeugd heeft de toekomst. Ieder kind heeft er recht op ongestoord op te groeien in een veilige omgeving. Een goede opvoeding biedt kansen voor ontwikkeling van talenten en maakt jongeren tot verantwoorde burgers. Ouders zijn daar in de eerste plaats verantwoordelijk voor. Als de ouders het belang van het kind schaden, moet de overheid ingrijpen. De gemeente is dan aan zet. Gemeenten krijgen namelijk de regie over de jeugdzorg. Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind is de basis voor een preventief integraal jeugdbeleid. Maar ook eigen initiatief en verantwoordelijkheid nemen en krijgen hoort bij de opvoeding. Als de oudere jeugd met vrijwilligers een eigen onderkomen kan onderhouden, wil de VVD dit steunen.
De vraag van het kind is leidend. In hulpsituaties is er één coördinerend hulpverlener per gezin. De gemeente biedt ruimte aan onafhankelijke professionals, die niet gehinderd worden door bureaucratische regels en schotten tussen sectoren. Afspraken met aanbieders worden gemaakt op basis van doelen, prestaties en resultaten.

3.3. SPORT

Sporten is leuk en gezond, het draagt bij aan een gezonde levensstijl, het activeert. Door te sporten leer je normen en waarden, incasseren en doorzetten, samenwerken.
Aan de gebruikers (zowel clubs als individueel) van sportvoorzieningen mag een redelijke bijdrage worden gevraagd. Dit kan in geld, maar ook in de vorm van vrijwillige arbeid. In principe moeten de sportclubs hun eigen broek op kunnen houden. De gemeente kan wel faciliteren door het creëren van de benodigde accommodaties. Die dienen dan wel voor een normale economische prijs verhuurd te worden.

De gemeente moet jeugdigen stimuleren te gaan sporten, bijvoorbeeld door het aanbieden van gratis kennismakingsbonnen. Gemeentelijke sportaccommodaties of gesubsidieerde sportfaciliteiten dienen ook op de zondag toegankelijk te zijn.

3.4. CULTUUR

Uitgangspunt is het culturele ondernemerschap. Instellingen dienen niet louter afhankelijk te zijn van overheidssubsidie. Structurele subsidies dienen voorkomen te worden.

Ook ter bevordering van het toerisme dienen er meer evenementen georganiseerd te worden, die een groter publiek kunnen trekken. Circus, kermis en festivals zijn allemaal mogelijkheden die nu nog onbenut blijven.

De VVD vindt historisch besef, vooral voor de jeugd, van groot belang en is daarom voorstander van het behoud van cultureel erfgoed. Daaronder vallen ook culturele evenementen, zoals de schapenmarkt. Ook hier geldt dat overheidsgeld daarbij niet nodig moet zijn.

De VVD is voorstander van laagdrempelige veiligheidseisen bij kleinschalige evenementen.

3.5. ONDERWIJS

Onderwijs is de basis voor kinderen/jongeren om zich te kunnen ontplooien en een zelfstandige toekomst op te bouwen. Door de decentralisatie van jeugdzorg en invoering van het passend onderwijs, kan de gemeente goed de regie voeren en kan zij partijen bij elkaar brengen.

De VVD is voorstander van vrije schoolkeuze van ouders voor hun kind. Deze vrije keuze houdt ook in dat ouders verantwoordelijkheid nemen voor de consequenties die voortvloeien uit deze keuze.

De VVD wil dat scholen zich primair concentreren op kwalitatief goed onderwijs,waarbij kennisoverdracht en sociale vaardigheden centraal staan. De school moet een veilige plek zijn waar kinderen zich thuis voelen. Hetschoolplein is een sociale ontmoetingsplek.

De VVD vindt dat scholen een nadrukkelijke taak hebben in het vroegtijdig signaleren van huiselijk geweld en andere misstanden die het welzijn van kinderen raken.

De gemeenteraad is verantwoordelijk voor de kwaliteit van al het onderwijs in de gemeente. Voor het openbaar onderwijs is heeft de gemeente nog een aparte verantwoordelijkheid als schoolbestuur. Via de regio is dit ondergebracht bij de stichting Proo. Het is belangrijk, ongeacht de bestuursvorm, dat de gemeenteraad haar verantwoordelijkheid over het openbaar goed kan blijven uitoefenen, zoals bij het vaststellen van een strategisch plan of de meerjarenbegrotingen.


4. LEEFOMGEVING

4.1. VERKEER EN VERVOER

De VVD vindt dat mensen zich vrij moeten kunnen bewegen op de manier waarop zij dat willen. Daarnaast is een goede infrastructuur van levensbelang voor de gemeentelijke economie. Zorgen voor een goede bereikbaarheid is één van de kerntaken van de gemeentelijke overheid.
Goede en veilige fietsroutes moeten mensen verleiden vaker de fiets te nemen. Voetgangers moeten veilig en zonder hindernissen, als reclameborden, fietsen of uitstallingen, over het trottoir kunnen lopen.

De VVD is een voorstander van een experiment met het fors reduceren van verkeersborden. Dit geeft minder verwarring, is goedkoper en bevordert de veiligheid.

Doorgaande 60-kilometerwegen, die woonkernen ontsluiten, behoren 80-kilometerwegen te zijn. Dit bevordert de doorstroming. Bedenk ook dat handhaving van de veelal overschreden 60-kilometernorm niet te handhaven is.

De VVD streeft naar een goede verkeersontsluiting van het H2O bedrijventerrein, op de A28 of A50. Dat komt de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in Wezep en Hattemerbroek ten goede. Daarnaast biedt het ook een snellere bereikbaarheid van het bedrijventerrein en heeft een positief effect op de verkoopbaarheid van de kavels.

De VVD bevordert de verkeersveiligheid door vooral in de buurt van scholen en met medewerking van betrokken partners en ouders een veilige omgeving (schoolzones, veilige oversteekplaatsen en veilige fietsroutes) te creëren. De VVD is voorstander van een verbod op het stoppen en parkeren van auto’s bij scholen rond de openings- en sluitingstijden.

4.2. LUCHTHAVEN LELYSTAD

De landelijke plannen voor de uitbereiding van Vliegveld Lelystad vragen bijzondere aandacht. Indien het vliegveld zich verder gaat ontwikkelen tot een groot vliegveld voor met miljoenen passagiers per jaar, brengt dit zeker sterke geluidsoverlast voor de NO Veluwe met zich mee, ook in Oldebroek. Dat heeft invloed op de kwaliteit van de leefomgeving in de regio. De VVD wil dat de gemeente de bevolking beter informeert over de ontwikkelingen en bij rijk/provincie opkomt voor de belangen van Oldebroek. Daarnaast zal de gemeente zich moeten inspannen om de schade te beperken (beperking van het zware vliegverkeer, geen voor Oldebroek ongunstige aanvliegroutes).

4.3. WINDMOLENS

De VVD is er voorstander van dat zorgvuldig met energie wordt omgesprongen. De inzet van windmolens kan hiertoe bijdragen. Maar dit kan niet tegen elke prijs. De locatie die de gemeente voorstelt - langs de A50 bij industrieterrein H2O- is niet geschikt. De hoogte en uitstraling belemmert de ontwikkeling van het industrieterrein nog meer. En bedenk: windmolens draaien niet op wind, maar op subsidie.

5. WONEN

De VVD is voorstander van het bevorderen van het eigen woningbezit. Dit is goed voor de leefomgeving. Woningbouwcorporaties moeten terug naar hun kerntaken (het bouwen, beheren en verhuren van woningen).
De huidige economische malaise is een grote belemmering voor de geplande groei. De gemeente dient creatief in te springen op de actuele ontwikkelingen en dient permanent te zoeken naar mogelijkheden om de markt vlot te trekken. Dat kan een verlaging van de grondprijzen betekenen, maar veelal dienen (jonge)kopers een steuntje in de rug te krijgen om de financiering bij de banken rond te krijgen. Opties als maatschappelijk gebonden eigendom (MGE), startersubsidies, (collectief) particulier opdrachtgeverschap (CPO constructies) dienen allemaal bekeken te worden.

Gesubsidieerde huurwoningen zijn alleen voor mensen die dat echt nodig hebben, er dient regelmatig een inkomenstoets plaats te vinden of de huurders nog wel in de woning kunnen blijven.

Verkoop van grond voor de bouw van sociale huur- en koopwoningen zal, zeker nu het landelijke huurprijsstelsel op meer zakelijke leest wordt geschoeid, in beginsel plaats vinden tegen marktconforme prijzen. Over de weg hiernaartoe wil de VVD de discussie aangaan met alle betrokkenen.

De VVD wil dat inwoners van Oldebroek makkelijk en snel kunnen zien welke mogelijkheden zij hebben om hun woningen te vergroten of aan te passen. De regels die hiervoor zijn vastgelegd in het bestemmingsplan, dienen actueel en digitaal beschikbaar te zijn.

Het is belangrijk dat Oldebroek zich blijft ontwikkelen. Wanneer er plannen of ideeën worden gepresenteerd, aanvragen binnenkomen of een bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd, kan er door iedere belanghebbende op worden gereageerd bij voorbeeld door bezwaar te maken. De roep in de samenleving dat Oldebroek stil staat, is debet aan het feit dat iedere burger een “not in my backyard”-houding aanneemt. We willen van alles, maar niet bij mij. Deze houding moet veranderen.

6. GEMEENTELIJKE LASTEN

De VVD is tegen de ongebreidelde verhogingen van gemeentelijke lasten voor inwoners en ondernemingen. Oldebroek is de laatste jaren behoorlijk gestegen op de overzichten van gemeentelijke kosten. De VVD wil die trend keren. Daarom wil de VVD de OZB de komende jaren verlagen. De VVD wil zuinig omgaan met overheidsgeld. Niet meer geld uitgeven dan er binnenkomt, liever zelfs minder geld uitgeven, zodat het jaar erop de tarieven omlaag kunnen. Belastinggeld is verdiend door onze ondernemers en inwoners. Daarom wil de VVD steeds bekijken of dat wat de gemeente doet nog zinvol en noodzakelijk is.Voordat we nieuw geld uitgeven, kijken we of het niet met bestaande middelen kan.
Daarbij dienen structurele uitgaven gedekt te worden met structurele middelen; incidentele meevallers mogen niet worden gebruikt voor structurele extra uitgaven.

Duidelijkheid voor onze inwoners waar het belastinggeld aan wordt besteed, is belangrijk voor het draagvlak voor tarieven en belastingen. Transparantie betekent ook dat er bij noodzakelijke bezuinigingen voor de VVD geen enkele uitgavenpos van de gemeente onbespreekbaar is.

Niet alles behoeft ook door de gemeente zelf gedaan te worden. Vaak is het uitbesteden aan de markt een veel goedkopere optie. Bovendien biedt dat ook kansen op een hogere kwaliteit van producten. De afvalinzameling en diverse zorgproducten zijn daar voorbeelden van, maar ook op het terrein van openbaar beheer, gebouwen onderhoud, ict, etc. zijn er vele mogelijkheden. De VVD ziet er op toe dat aanbestedingen openbaar en transparant plaatsvinden.

De VVD is verder voor zo laag mogelijke tarieven van leges en vergunningen.Uiteraard dient het uitgangspunt wel de kostendekkendheid te blijven van de geleverde dienstverlening.